Lorenzobrug – bridge Lorenzo: een brug met een bewogen geschiedenis

Aan de ‘Lorenzo’ brug van Grammene – waar nu recent een officieel naambordje staat – zijn heel wat verhalen verbonden. Toen ‘het Tielts routse’ of de spoorwegverbinding Deinze – Tielt – Ingelmunster in 1855 in gebruik werd genomen, kon dat pas na de bouw van een brug over de Leie. In die tijd had een koning nog veel macht. Leopold I vroeg een spoorlijnverbinding naar zijn villa in De Panne en die kwam er. ‘Kunstwerken’ zo betitelen de ingenieurs van openbare werken hun creaties. In het geval van de spoorwegbrug Deinze – De Panne over de Leie(arm) in Grammene een terechte benaming.

De eerste draaibrug dateert al van 1855 toen de ijzeren weg Deinze-Tielt-Ingelmunster in gebruik werd genomen. Die eerste treinen over de brug waren een groot spektakel  en een zondagsuitstap voor mensen uit de omgeving.  

De latere vierendeelbrug, naar de architect Julien Arthur Vierendeel, werd gebouwd in 1931. De constructie gebeurde op dezelfde manier als de Eifeltoren, losse profielen werden met 80.000 klinknagels aan elkaar gehecht. Die bouten zijn trouwens goed zichtbaar. De Kanegemse monteur  Sabbe verloor het leven bij de werkzaamheden.

Er was zelfs een Grammense versie van Streuvels ‘de teleurgang van de waterhoek’. De ingenieur die de werken leidde, trouwde met een Grammense herbergiersdochter.

De brug kende tijdens de Tweede Wereldoorlog een bewogen geschiedenis die sterk verweven is met het dorp. Op 25 mei 1940 stonden de Duitse regimenten aan de Leie. Om hun opmars af te remmen bliezen genietroepen van de Ardeense Jagers de brug op. Een officier meende een aanvallende Duitse patrouille te zien, maar achteraf bleek het om Belgische soldaten te gaan.

In 1942 werd de constructie onder Duits toezicht hersteld en verdubbeld. De spoorwegbrug was van cruciaal belang om materiaal te vervoeren voor de bouw van de Atlantikwal. Grammenaar Roger Neirinck vertelde nog met bewondering over het vakmanschap van de Waalse monteerders.

Bij een geallieerd bombardement in het dorp werd de stationswijk deels verwoest. Doordat iedereen aan het werk was, vielen er slechts enkele gewonden. Maar de geviseerde brug bleef nagenoeg ongedeerd. De Duitsers vernielden dan zelf de brug bij hun aftocht in september 1944, zodat in 1945 een herstelling diende te gebeuren. 

In 1992 stond Grammene in rep en roer toen de NMBS aankondigde de brug te vervangen door een betonnen constructie, maar wel zonder oversteek voor fietsers en voetgangers. Dit impliceerde dat de Leihoek nog meer geïsoleerd zou geraken. Een actiecomité met  Laurent Vanhaesebrouck, die vlakbij de brug woonde, als woordvoerder, verzamelde meer dan 2.000 handtekeningen. Uiteindelijk zou de NMBS van mening veranderen en heet de brug in de volksmond sindsdien Lorenzobrug. 

In de jaren zeventig was ook het behoud van de Leiearm, na het rechttrekken van de Leie lange tijd onzeker. Terwijl de lokale overheden de Leiearmen wilden dempen en er landbouwgrond van maken, kwam er een tegenbeweging op gang waaraan kunstenaars en prominenten zoals Roger Raveel aan  deelnamen. Zij trokken met deze ecologische actie avant la lettre aan het langste eind waardoor ook dit stukje natuur, dat doorloopt tot in Noorderwal Deinze, een groene oase en wandelgebied is geworden.

Meer streekgeschiedenis via: www.facebook.com/landvannevele

Deurle – Sint-Aldegondiskerk / 2 (10 foto’s)

De Sint-Aldegondiskerk in de Oost-Vlaamse deelgemeente Deurle is toegewijd aan de heilige Aldegondis. Het is een bakstenen neoromaanse kerk die in 1835 werd gebouwd. Het interieur is neoclassicistisch.

In de buitenmuren van de kerk zijn 6 staties in bas-reliëf te zien die episodes uit het leven van Sint-Aldegondis voorstellen.

De oudste archieven over een kerk in Deurle dateren van 1121. Een bisschoppelijke oorkonde, bewaard in het Rijksarchief van Gent, vermeldt dat enkele kerken waaronder de kerk van Lathem (Sint-Martens-Latem) en Dorla (Deurle) onder het patronaat  werden gesteld van de Sint-Baafsabdij te Gent. In het jaar 1121 was er dus zonder twijfel een kerk te Deurle. Het is niet achterhaald of het eerst een houten kerk was of reeds een oude kerk in Doornikse steen.

Na een inbraak met diefstal in 1645 werd een sacristie gebouwd om de waardevolle voorwerpen op te bergen. Het is ook in de 17e eeuw dat een hoogzaal in de kerk wordt ingebouwd. Wegens de aangroei van het aantal parochianen van rondom 200 in 1639 naar 633 in het jaar 1783 wordt de kerk vergroot.

De huidige kerk dateert van 1835 en werd in verschillende fasen gebouwd. De volledig vernieuwde kerk werd ingewijd op 25 juni 1855. Het gebouw is een pseudo-hallenkerk in baksteen, het exterieur is neoromaans, het interieur is neoklassiek. De kerk werd verbouwd in 1912.

Tussen 1980 en 1986 werd de kerk grondig gerestaureerd en aangepast aan de moderne vereisten. In die periode werd de vroegere parochiale feestzaal gebruikt als noodkerk.

Het rechter zijaltaar is gewijd aan St-Aldegonde. Op het antipendium (de altaarbekleding) onder het altaar is te zien hoe ze zieken geneest. Haar polychroom eikenhouten beeld op het altaar (1635) toont haar als kloosteroverste met boek, staf en rozenkrans omdat ze de stichter was van het klooster van Maubeuge.

Het orgel werd in 1956 door Loncke gebouwd en werd na de restauratie van de kerk in 1992 volledig gerestaureerd.

In 2002 werden twee nieuwe glasramen geplaatst,het ene ter ere van Sint-Aldegondis, het andere ter ere van Sint-Kristoffel. In 2004 werden nog twee glasramen geschonken. Ze symboliseren het doopsel en de eucharistie. De vier ramen zijn ontworpen door Ingrid Meyvaert en uitgevoerd in het atelier Mestdagh te Gent.

Rondom de kerk liggen verschillende kunstenaars begraven, waaronder Gustave De Smet (kunstschilder en samen met Permeke van de grote namen uit het Vlaams Expressionisme) en zijn broer Léon De Smet. Ook Gaston Martens, toneelschrijver en auteur van het stuk ‘De Paradijsvogels’, dat later door de BRT gebruikt werd als inspiratie voor de gelijknamige televisiereeks, vond hier een laatste rustplaats. 

Wordt vervolgd

Deurle / 1 (11 foto’s)

Dorpstraat

Zoals jullie al bij Fotorantje konden zien, trokken we vorige week er nog eens op uit om te gaan wandelen en onze zinnen te verzetten. We bezochten Deurle, een deelgemeente van Sint-Martens-Latem in de provincie Oost-Vlaanderen.

Deurle tovert altijd een glimlach op mijn gezicht. Ik ‘ken’ het van mijn jeugd en vooral tienerjaren in dancing Riva waar ik menig uurtje heb doorgebracht 😂 en meer dan 40 jaar terug toen ik in Ledeberg werkte had ik er een collega wonen. Een collega, toen werd dat nog zo niet gezegd hoor. Dat was een mademoiselle, ongehuwd, samenwonend met haar zussen, altijd een schort dragend met lange aparte mouwen er nog eens over en de ceintuur van haar schort onder haar borsten gebonden om ze te ondersteunen… Maar ze werd gerespecteerd door iedereen ook door de barons. Ja waar ik werkte waren er verschillende barons eigenaars van het in tussen teloorgegane bedrijf en werd er vooral frans gesproken. Nu als nieuweling en beginneling had ze het wel voor mij, een verlegen Vlaams meisje. En toen mochten we eens bij haar thuis iets gaan eten op een zondag, een garnalensoufflé. Ik verzeker je, vandaag zit ik na een kwartuur op het toilet maar de soufflé was overheerlijk en zoiets had ik toen nog nooit gezien. Vandaar Deurle roept herinneringen op…

Ik was ‘s morgens om 8.30 u vertrokken, kon schitterend doorrijden, geen files rond Brussel (thuiswerk en bouwverlof) en zo waren we al om 10.30 u in Deurle. Een stukje wandelen voor het middagmaal leek ons de beste oplossing ook voor mijn stram gezeten benen 🙂 . We wandelden door de Dorpstraat waar nog prachtige oude huizen staan waaronder ook de pastorie.

Achter de pastorie zou een open ruimte zijn die de gemeente wil omvormen tot een groen park met zicht op de Leie (als het goedgekeurd wordt). Dan zullen we nog eens terug moeten!

Een klein wegje achter één van de huizen leidt ons naar een replica van de Lourdes Mariagrot, gebouwd kort na de eerste WO.

Onze maagjes knorden en we gingen een stukje eten. Een heerlijk gegrild kippetje dat de ober kwam aansnijden aan tafel buiten op het terras en opdienen. Zo chique moest het niet voor ons hoor, maar dat was hier het normaal. Ook leuk. Dit is ook de plaats van ontmoeting met onze mannen van Bekeken 🙂 namelijk grote foto’s op de binnendeur van het toilet. Boven de urinoirs hangt één grote foto van mannen en vrouwen. Olé!

Meer in een volgend logje.

Eemhaven – Amersfoort, The Netherlands

Voor de Koppelpoort uit 1410 ligt Eemhaven Amersfoort.



Verstopt onder het spoorviaduct bij de Eem hangt een grote kroonluchter. De kroonluchter is een kunstwerk van maar liefst 80.000 EUR en werd ingehuldigd in 2010.

Op verzoek van de kunstenares vervaardigde een glasblazerij een Venetiaanse pronkkroonluchter naar achttiende-eeuws model. “In afwijking van de traditie draagt de kroonluchter narcissen die, net over het hoogtepunt van hun bloei, op zichzelf verliefd in het water gluren’’

Hidden under the railway viaduct at the Eem is a large chandelier. The chandelier is a work of art of no less than EUR 80,000 and was inaugurated in 2010. At the artist’s request, a glass-making factory manufactured a Venetian show chandelier based on an eighteenth-century model. “Contrary to tradition, the chandelier carries daffodils that, just over the height of their flowering, peek in love with themselves in the water.”

 

De Eem was lange tijd een belangrijke transportader voor Amersfoort en de andere plaatsen aan de Eem. Langs de Eem vestigden zich veel nijverheid en industrie.

For a long time, the Eem was an important transport artery for Amersfoort and the other places on the Eem. A lot of industry was settled along the Eem.

 

Afgezien van de stad Amersfoort vond de industrialisatie in Eemland grotendeels pas na 1900 plaats. Amersfoort stond bekend om zijn bier- en textielindustrie. Tot het midden van de negentiende eeuw was de textielindustrie van groot belang.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ging de textielindustrie achteruit, omdat de lonen in andere streken van Nederland, bijvoorbeeld in Twente, veel lager waren. De werkloze textielarbeiders rond Amersfoort vonden toen werk bij de spoorwegen en in de bouw, die in Amersfoort een flinke groei doormaakte.

Apart from the city of Amersfoort, industrialization in Eemland largely took place after 1900. Amersfoort was known for its beer and textile industry. Until the mid-nineteenth century, the textile industry was of great importance. In the second half of the nineteenth century, the textile industry declined because wages in other regions of the Netherlands, such as in Twente, were much lower. Then the unemployed textile workers around Amersfoort found work at the railways and in construction, which experienced significant growth in Amersfoort.

 

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a photo to enlarge

 

Nu wordt de Eemhaven uitgeroepen tot dé nieuwe ‘ankerplaats’ voor de pleziervaart op de Randmeren en voor campers. Uniek gelegen aan de voet van de eeuwenoude Koppelpoort. Geniet van de sfeer, het water, de schepen en de vrolijke mensen.

The Eemhaven is now declared the new “anchorage point” for pleasure boating on the Randmeren and for motorhomes. Uniquely situated at the foot of the age-old Koppelpoort. Enjoy the atmosphere, the water, the ships and the cheerful people.

Gedicht: De oliemolen.

 

 

Ooit stond in de Eemhaven oliemolen De Rijzende Zon, dat zaden tot brandolie voor de lantaarnpalen maalde. In 1936 brandde de molen af. En toen op 11 april 1940 de restanten instortten, verdween de molen definitief uit het stadsbeeld. De Vrienden van de Eemhaven probeerden in 2016 om de ‘Oliemolen’ terug in de Eemhaven te krijgen, maar de gemeenteraad verkoos appartementen.

Once the Oil mill ‘De Rijzende Zon’ stood in the Eemhaven, grinding seeds for burning oil in front of the lampposts. The mill burned down in 1936. And when the remains collapsed on April 11, 1940, the mill finally disappeared from the cityscape. The Friends of the Eemhaven tried to get the ‘Oil Mill’ back in the Eemhaven in 2016, but the city council preferred apartments.

Hessenpad – Amersfoort, The Netherlands

De Hessenwegen (paardenwegen) dateren uit de zeventiende eeuw, maar gedeeltelijk maakten ze gebruik van oudere routes, zoals de hanzewegen. De meeste Hessenwegen liepen van oost naar west, bijvoorbeeld via Varsseveld en Ede, en kwamen uit in Utrecht of Amersfoort. Daar werden de goederen overgeslagen op schepen richting Amsterdam. Tussen de verschillende oost-westverbindingen liepen ook dwarsverbindingen.

Ik zag deze sculptuur van oud ijzer aan het Hessenpad te Amersfoort.

 

The Hesse roads (horse roads) date from the seventeenth century, but they partly used older routes, such as the Hanseatic roads. Most Hesse roads ran from east to west, for example via Varsseveld and Ede, and ended up in Utrecht or Amersfoort. There the goods were transferred on ships to Amsterdam. There were also cross connections between the various east-west connections.

I saw this sculpture of old iron on the Hessenpad in Amersfoort.

 

Ze houden veel van sculpturen in mekaar zetten van oud ijzer in deze buurt 🙂

They love sculpting old iron together in this neighborhood 🙂

Amersfoort: Eemhaven – The Netherlands (einde)

Wegens tijdsgebrek en het niet afweten van deze plek ben ik maar even op verkenning geweest. Een uitgebreider bezoek zal voor een volgende keer zijn. 

Toen ik eraan kwam wandelen, de Eemhaven, was dit voor mij een totale verrassing. Je komt uit een oude stad, je wandelt door een prachtige poort en plots stuit je op een muur, hoge ‘lelijke’ gebouwen en een trein die voor je neus voorbij raast. Althans dat was mijn eerste indruk. Heel voorzichtig ben ik onder de brug doorgegaan om een kijkje te nemen. Op een bepaald moment waren mijn ogen ter hoogte van het water…Wat ik daar zag kon al meer mijn goedkeuring wegdragen maar ik vind de overgang nog steeds heel ruw, onverwachts.

De aanleg van het Eemhavengebied was al gestart voor de Tweede Wereldoorlog met het graven van de monding. Die monding, die er al lag voor de vereniging van Rotterdam met Pernis (eind 1933), kreeg bij besluit van burgemeester en wethouders op 17 juli 1934 de naam Eemshaven. In de Tweede Wereldoorlog wilde men de Eemshaven voltooien naar het voorbeeld van de Keile- en de Persoonshaven. Hoewel het aanvankelijk de bedoeling was de aanleg in het kader van de “gemeentelijke werkverruiming” te doen plaatsvinden, kon met het karwei om verschillende reden en niet begonnen worden. Na de oorlog werd het dan ook op de gebruikelijke wijze, en niet als werkverschaffingsproject, aanbesteed.

Vandaag wordt de Eemhaven omschreven als: Eemhaven Amersfoort is dé nieuwe ‘ankerplaats’ voor de pleziervaart op de Randmeren en voor campers. Uniek gelegen aan de voet van de eeuwenoude Koppelpoort. Geniet van de sfeer, het water, de schepen en de vrolijke mensen.

Enkele gebouwen trokken de aandacht.

De stad Amersfoort had haar voorraadhuizen graag binnen de ommuring staan. Daar was het veilig en kon controle uitgeoefend worden over de handel, net als bij elke andere stad. Met het groter worden van de bevolking, de schepen en de nijverheid was dit in de loop van de 19e eeuw niet meer mogelijk. Jonas van Vollenhoven is geboren in Stompwijk en is 55 jaar oud als hij het pakhuis d’ Eersteling in 1904 opent, buiten het centrum aan de Eem als transportweg. Hij woont al sinds 1870 in Amersfoort en is eigenaar van de N.V. Stoomolieslagerij en Graanhandel en de daarbij horende gebouwen verderop aan de Grote Koppel. Firma J. van Vollenhoven handelde tevens en gros in grutterswaren, bakkersmeel, specerijen en andere kruidenierswaren. De goederen werden aan- en afgevoerd via de Zuiderzee en de Eem. Het pand werd gebouwd in 1870 in opdracht van de firma J. van Vollenhoven en ontworpen door Herman Kroes.

Aan de Eem staat nu alleen nog d’ Eersteling als herinnering aan deze agro-industrie. In 2004 is het verbouwd tot kantoorpand. Het pand is een Rijksmonument.

Aan de overkant van de Eem zag ik nog het Eemhuis.

Het Eemhuis is het culturele centrum van Amersfoort op het Eemplein, ontworpen door Neutelings Riedijk Architecten en herbergt vier organisaties; Archief Eemland, de Bibliotheek Eemland, Kunsthal KAdE en Scholen in de Kunst. Bovendien is het secretariaat van Volksuniversiteit Amersfoort in het Eemhuis gevestigd.

Als ik nog eens in Amersfoort kom, zal ik op dat plein toch eens een kijkje moeten gaan nemen.

Toen werd het tijd om terug te gaan. Ik moest nog de hele stad terug door om bij mijn auto te geraken. Onderweg zag ik toch nog wat mooie dingen die ik jullie niet wil ontnemen.

Gedicht van oud-stadsdichter van Amersfoort Cees van Weerd, gevonden op de Weverssingel.

 

Nog meer op de Weversingel:

De Langestraat NUL33. Moet je zeker binnengaan en dit historisch pand in jugendstil bekijken. Een fantastische hotspot voor food en borrel.

 

En wat zie je onvermijdelijk als je in Nederland bent? Je kan er toch niet langs kijken!

Het was een fijne dag en beslist om nog eens over te doen en nieuwe plaatsen te ontdekken!

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

 

EINDE

 

Amersfoort: Grote en kleine Spui, Koppelpoort, Flehite – The Netherlands

Ik wandelde verder vanaf de Havik richting de Eemhaven en dan zie je links en rechts Grote en Kleine Spui met uitzicht op de land- en waterpoort de Koppelpoort. De poort stamt uit ca. 1400 en is deel van de tweede ommuring van de stad.

 

Vanaf de Koppelpoort heb je aan de ene kant mooi uitzicht richting de stad, Museum Flehite en de Onze Lieve Vrouwetoren en andere kant heb je uitzicht op de Eemhaven.

De Koppelpoort is een stadspoort in Amersfoort. Het is een combinatie van een land- en waterpoort. De naam is waarschijnlijk afgeleid van het Oost-middelnederlands woord coppel wat gemeenschappelijke weide betekent. Het gebied buiten de Koppelpoort was een gemeenschappelijk gebied. De naam duidt dus niet op het feit dat de poort twee functies heeft. De Koppelpoort kon worden gesloten door middel van een dubbele tredmolen. Deze functioneert nog steeds. Boven de waterpoort bevindt zich een mezekouw, een houten uitbouw vanwaaruit gloeiende pek naar beneden gegooid kon worden. Tussen 1645 en 1778 stond er voor de Koppelpoort nog een voorpoort. Deze was mogelijk ontworpen door de Amersfoortse architect Jacob van Campen.

 

Museum Flehite is het kunst- en cultuurhistorische museum voor de Utrechtse stad Amersfoort en Eemland. Museum Flehite maakt met Kunsthal KAdE, het Mondriaanhuis en Architectuurcentrum FASadE deel uit van de Stichting Amersfoort in C.

Het museum is in 1880 opgericht door de Oudheidkundige Vereniging Flehite (1878), de naam is afkomstig van de oude gouw Flehite (of eigenlijk Flethite). In 1890 werd het eerste van de huidige drie middeleeuwse panden aan de Breestraat betrokken. Sinds 1976 wordt het museum beheerd door een aparte stichting.

Van 2007 tot 2009 was het museum gesloten in verband met de ontdekking (en het verwijderen van) asbest, en vervolgens voor een ingrijpende verbouwing. Het museum werd op 16 mei 2009 heropend voor het publiek.

 

 

 

Aan het Kleine Spui nummer 18 is Bierbrouwerij de Drie Ringen gevestigd en aan het Grote Spui nummer 11 zie je de Nederlandse Beiaardschool, naast Mechelen de enige school ter wereld waar beiaardiers worden opgeleid.

Eénmaal de Koppelpoort onderdoor en de blik afgewend van het oude en gericht op het nieuwe kom je aan de Eemhaven. Volgende log meer…

 

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge