Demervallei ‘Achter Schoonhoven’ – nature reserve / 2 (12 foto’s)

Ik volg verder mijn pad en kom terecht in een bloemenweide. Over de bloemenweide volgen nog aparte logjes.

blauwe knoop – devil’s bit

Na mijn tijd in de bloemenweide zet ik mijn wandeling toch maar verder…

wikke – vetches
wilde lijsterbes – rowan
dodemansvingers – Hemlock Water-dropwort
gelderse roos – Guelder rose

Wordt vervolgd.

Demervallei ‘Achter Schoonhoven’ – nature reserve / 1 (12 foto’s)

Aarschot
Demer-Langdorp

Achter Schoonhoven ligt in de Demervallei, stroomopwaarts van Aarschot. De sterk meanderende Demer vormt hier de grens tussen de Kempen en het Hageland.

Demer Langdorp
Demer-Langdorp

Achter Schoonhoven is een mozaïek van weilanden, bosjes en struwelen. Deze zijn voor het grootste deel gelegen aan de rand of in de oorspronkelijke komgronden van de Demer. Deze rivier is sterk meanderende maar ligt voor het grootste deel in een bedijkte bedding op haar weg door het natuurgebied. Door het aangepaste natuurbeheer worden de oude moerasgronden hersteld met de vele plaatsen waar kwelwater aan het oppervlak komt.

groot kaasjeskruid – common mallow
gewone berenklauw – hogweed

Fauna en flora aan de randen van de Demer en het bos en dit vooraleer ik echt het bos en de velden induik.

klaversoort – clover
wilgenroosje – rosebay or great willowherb – fireweed
grote engelwortel – garden angelica – wild celery

Het gebied is beschermd als vogelrichtlijngebied en een deel als habitatgebied. Het dient van oudsher als hooiland. Het vroegere beemdgebied is een kleinschalig, zeer afwisselend landschap, met (hakhout-) bosjes, houtkanten, knotbomen, hooilanden, ruigten en struwelen. Het centrale deel van de vallei, vroeger broekgebied, is een meer open landschap, met lage struiken en doorzicht in de vallei.

Net toen ik het bos indook vloog er voor mijn voeten een groene specht de lucht in! Heb even hevig gevloekt 🙂

Wordt vervolgd.

Deurle / 3 – Gust De Smet wandelroute

Uiteindelijk was het de bedoeling dat Fotorantje en ik de Gust De Smet wandelroute uitstapten. We begonnen in de Dorpstraat en volgden netjes de pijltjes. Het moet gezegd, de route was goed aangeduid en is zo’n 6,5 km lang.

De schilderkunst van Gust De Smet bestaat uit een unieke mengeling van expressionisme en kubisme, gevat in een heel persoonlijk koloriet. Hij woonde en werkte in Deurle, een deelgemeente van Sint-Martens-Latem. Zijn sober huis is nu een museum.

Het Cyriel Buyssepad voert je naar de mooiste plekjes van Deurle, langs enkele musea Gust De Smet, Dhondt-Dhaenens (MDD) en Gevaert-Minne, door de prachtige Rode Beukendreef en over bospaden zoals de Kapitteldreef. Alle musea waren gesloten.

We dalen het Cyriel Buyssepad af en komen in de Muldersdreef, de prachtige laan die samen met de Kapitteldreef de beide deelgemeenten Deurle en Latem verbindt. Recht tegenover ons staat het ‘muldershuis’, een van de oudste woningen van Deurle. De woonst gaat in haar eerste aanleg terug tot 1586 en is in 1665 herbouwd. In de woning bevindt zich een gewelfde kelder met een grote open haard in laatgotische stijl.

kaasjeskruid
hortensia’s

Denk en hoop dat de Oude Pontweg er in de tijd dat Gust De Smet hem vereeuwigde er nog iets beter uitzag. De Oude Pontweg was de route van en naar het pont van Sint-Martens-Latem. Kenmerkend hier aan het landschap zijn de meidoornhagen, populieren en knotwilgen.

Rond het domein museum Gevaert-Minne.

Onze selfie aan het einde van de wandeling.

En dan sloften we letterlijk naar het einde, vergeten dat we al 2 of iets meer km gewandeld hadden in de voormiddag stond onze teller op 8.5 km. We hadden meer dan ons best gedaan.

Deurle – Sint-Aldegondiskerk / 2 (10 foto’s)

De Sint-Aldegondiskerk in de Oost-Vlaamse deelgemeente Deurle is toegewijd aan de heilige Aldegondis. Het is een bakstenen neoromaanse kerk die in 1835 werd gebouwd. Het interieur is neoclassicistisch.

In de buitenmuren van de kerk zijn 6 staties in bas-reliëf te zien die episodes uit het leven van Sint-Aldegondis voorstellen.

De oudste archieven over een kerk in Deurle dateren van 1121. Een bisschoppelijke oorkonde, bewaard in het Rijksarchief van Gent, vermeldt dat enkele kerken waaronder de kerk van Lathem (Sint-Martens-Latem) en Dorla (Deurle) onder het patronaat  werden gesteld van de Sint-Baafsabdij te Gent. In het jaar 1121 was er dus zonder twijfel een kerk te Deurle. Het is niet achterhaald of het eerst een houten kerk was of reeds een oude kerk in Doornikse steen.

Na een inbraak met diefstal in 1645 werd een sacristie gebouwd om de waardevolle voorwerpen op te bergen. Het is ook in de 17e eeuw dat een hoogzaal in de kerk wordt ingebouwd. Wegens de aangroei van het aantal parochianen van rondom 200 in 1639 naar 633 in het jaar 1783 wordt de kerk vergroot.

De huidige kerk dateert van 1835 en werd in verschillende fasen gebouwd. De volledig vernieuwde kerk werd ingewijd op 25 juni 1855. Het gebouw is een pseudo-hallenkerk in baksteen, het exterieur is neoromaans, het interieur is neoklassiek. De kerk werd verbouwd in 1912.

Tussen 1980 en 1986 werd de kerk grondig gerestaureerd en aangepast aan de moderne vereisten. In die periode werd de vroegere parochiale feestzaal gebruikt als noodkerk.

Het rechter zijaltaar is gewijd aan St-Aldegonde. Op het antipendium (de altaarbekleding) onder het altaar is te zien hoe ze zieken geneest. Haar polychroom eikenhouten beeld op het altaar (1635) toont haar als kloosteroverste met boek, staf en rozenkrans omdat ze de stichter was van het klooster van Maubeuge.

Het orgel werd in 1956 door Loncke gebouwd en werd na de restauratie van de kerk in 1992 volledig gerestaureerd.

In 2002 werden twee nieuwe glasramen geplaatst,het ene ter ere van Sint-Aldegondis, het andere ter ere van Sint-Kristoffel. In 2004 werden nog twee glasramen geschonken. Ze symboliseren het doopsel en de eucharistie. De vier ramen zijn ontworpen door Ingrid Meyvaert en uitgevoerd in het atelier Mestdagh te Gent.

Rondom de kerk liggen verschillende kunstenaars begraven, waaronder Gustave De Smet (kunstschilder en samen met Permeke van de grote namen uit het Vlaams Expressionisme) en zijn broer Léon De Smet. Ook Gaston Martens, toneelschrijver en auteur van het stuk ‘De Paradijsvogels’, dat later door de BRT gebruikt werd als inspiratie voor de gelijknamige televisiereeks, vond hier een laatste rustplaats. 

Wordt vervolgd

Deurle / 1 (11 foto’s)

Dorpstraat

Zoals jullie al bij Fotorantje konden zien, trokken we vorige week er nog eens op uit om te gaan wandelen en onze zinnen te verzetten. We bezochten Deurle, een deelgemeente van Sint-Martens-Latem in de provincie Oost-Vlaanderen.

Deurle tovert altijd een glimlach op mijn gezicht. Ik ‘ken’ het van mijn jeugd en vooral tienerjaren in dancing Riva waar ik menig uurtje heb doorgebracht 😂 en meer dan 40 jaar terug toen ik in Ledeberg werkte had ik er een collega wonen. Een collega, toen werd dat nog zo niet gezegd hoor. Dat was een mademoiselle, ongehuwd, samenwonend met haar zussen, altijd een schort dragend met lange aparte mouwen er nog eens over en de ceintuur van haar schort onder haar borsten gebonden om ze te ondersteunen… Maar ze werd gerespecteerd door iedereen ook door de barons. Ja waar ik werkte waren er verschillende barons eigenaars van het in tussen teloorgegane bedrijf en werd er vooral frans gesproken. Nu als nieuweling en beginneling had ze het wel voor mij, een verlegen Vlaams meisje. En toen mochten we eens bij haar thuis iets gaan eten op een zondag, een garnalensoufflé. Ik verzeker je, vandaag zit ik na een kwartuur op het toilet maar de soufflé was overheerlijk en zoiets had ik toen nog nooit gezien. Vandaar Deurle roept herinneringen op…

Ik was ‘s morgens om 8.30 u vertrokken, kon schitterend doorrijden, geen files rond Brussel (thuiswerk en bouwverlof) en zo waren we al om 10.30 u in Deurle. Een stukje wandelen voor het middagmaal leek ons de beste oplossing ook voor mijn stram gezeten benen 🙂 . We wandelden door de Dorpstraat waar nog prachtige oude huizen staan waaronder ook de pastorie.

Achter de pastorie zou een open ruimte zijn die de gemeente wil omvormen tot een groen park met zicht op de Leie (als het goedgekeurd wordt). Dan zullen we nog eens terug moeten!

Een klein wegje achter één van de huizen leidt ons naar een replica van de Lourdes Mariagrot, gebouwd kort na de eerste WO.

Onze maagjes knorden en we gingen een stukje eten. Een heerlijk gegrild kippetje dat de ober kwam aansnijden aan tafel buiten op het terras en opdienen. Zo chique moest het niet voor ons hoor, maar dat was hier het normaal. Ook leuk. Dit is ook de plaats van ontmoeting met onze mannen van Bekeken 🙂 namelijk grote foto’s op de binnendeur van het toilet. Boven de urinoirs hangt één grote foto van mannen en vrouwen. Olé!

Meer in een volgend logje.

Hoei – Huy / 3 (14)

We verkennen Hoei nog wat verder de tijd die we hebben. Kleindochter slaapt nog ‘s middags en ook ‘s avonds kan ze niet te laat naar bed als de volgende dag een werkdag is…

Langs het koor aan de buitenkant van de Collegiale, Rue du Pont, bevindt zich het Bethlehemportaal (14de eeuw), één van de mooiste portalen in Wallonië. De scènes vertellen de geschiedenis rond de geboorte van Jezus (Geboorte, Aankondiging aan de herders, Moord op de Onschuldige Kinderen, Aanbidding van de Koningen).

In de verte werpen we een blik op het Fort.

Gebouwd tussen 1818 en 1823 door de Hollanders op de site van het vroegere kasteel, li Tchestia genoemd dat in 1717 werd afgebroken. Een belangrijk, nog zichtbaar, overblijfsel van dit gebouw is een put van 90 m diep die in de 16de eeuw werd uitgegraven.

Van mei 1940 tot 5 september 1944 vormen de Duitsers het Fort om in een interneringskamp, bewaakt door het Duitse leger en onder controle van de geheime militaire politie. Meer dan 7000 gevangenen van verschillende nationaliteiten werden er opgesloten. Het is nu een gedenkteken van de Tweede Wereldoorlog geworden.

Place Verte nr. 6, een gotico-renaissance gebouw uit begin 16de eeuw. Dit gebouw draagt de naam van de boxer Albert Nokin die er een café had. In 1985 werd het gerestaureerd. Op het gelijkvloers bevindt zich nu de Culturele stichting Bolly-Charlier die er regelmatig tentoonstellingen organiseert.

Place Verte en we krijgen bezoek…

Eentje was er kletsnat van het spelen aan de fontein en konden we andere kleren aantrekken 🙂

FONTEIN LI BASSINIA I Beschouwd als één van de vier wonderwerken van Hoei, werd deze fontein opgetrokken in 1406, als uitzonderlijk Patrimonium van Wallonië geklasseerd. De watervoorziening gebeurt via een pomp die het water toevoert van de bron die in de wijk Sint-Catharina opwelt. De Bassinia werd recentelijk gerestaureerd.

Vanaf de fontein werpen we nog een blik op de Collegiale. Na het smullen van een ijsje of sorbet besluiten we huiswaarts te keren.

Nog een laatste blik op het Stadhuis.

Vroeger stond hier de graanhal. Het gebouw dateert van 1766 en is een klassiek voorbeeld van de stadhuizen in het Land van Luik. De symmetrische voorgevel is bekroond met een driehoekig fronton met het blazoen van de stad. Een perron met dubbele trap geeft toegang tot de “bel étage”. De klokkentoren telt 37 klokken waarvan twee van 1406 dateren.

In de heel nabije omgeving van Hoei zien we deze watertoren, denken we toch. Helaas vond ik er geen informatie over maar ik vond het gebouw wel de moeite waard om even uit te stappen en een foto te nemen.

Dag Hoei, tot een volgende keer!

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw en Domitianus van Hoei – Huy / 2 (13)

De Collegiale Onze-Lieve-Vrouw en Domitianus van Hoei (fr: Collégiale Notre-Dame de Huy) is een kerk in de Belgische stad Hoei. Het is een collegiale die toegewijd is aan Onze-Lieve-Vrouw en de heilige Domitianus van Hoei, aan de rechteroever van de Maas.

De massieve westtoren -48 meter hoog- omvat ‘Li Rondia’ (1508), het grootste rozetvenster in straalgotiek in Wallonië, 6 meter aan de binnenzijde en 9 meter aan de buitenzijde. De toren en Li Rondia werden grondig gerestaureerd tussen 1998 en 2005.

Het hoofdaltaar met een voorstelling van het Laatste Avondmaal. Interessant om weten aan beide kanten staat een dienaar wat bij andere laatste avondmaal afbeeldingen niet voorkomt.

Het interieur van de Collegiale. De eerste steen van de gotische kerk werd in 1311 gelegd op dezelfde plaats als verscheidene vroegere kerken. Het koor was klaar in 1377 en het volledige gebouw pas in 1536. Het is een mengeling van 14de-eeuwse straal- en 15de-eeuwse vlammende gotiek. Geklasseerd als uitzonderlijk patrimonium van Wallonië.

Enkele stukken van de tentoonstelling Trésor de Jérusalem. Deze stukken dateren van duizenden jaren voor Christus.

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

Meer over de Collegiale kan je lezen op de pagina van wikipedia.

Hoei – Huy / 1 (15)

Hoei (Frans: Huy) is een Belgische stad en gemeente, gelegen aan de samenvloeiing van de rivieren de Maas, de Hoyoux en de Mehaigne in de provincie Luik (Liège).

Op een zondag in juni aangeland in Hoei. Net na die hittedagen was het frisser, mooi droog weer, wolken maar geen buien voorzien volgens het KMI. Na het dutje van kleindochter zijn we vertrokken. Ongeveer een uurtje rijden, heb nu ook niet op de klok gekeken. Alles hebben we niet bezocht maar het was een fijne namiddag en dan hebben we nog iets om naar uit te kijken een volgende keer 🙂

We stonden geparkeerd kort bij het oude centrum en de Maas. Dus zijn we maar een keertje tot aan de Maas gestapt. Ik liet graag mijn oog vallen op de mooie muurschildering (geen info over teruggevonden).

Even dreigende wolken maar die trokken verder…

In de verte zie je de Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw en Domitianus van Hoei. Komen we in een ander logje uitgebreider op terug.

Aan de Maas aangekomen zien we een standbeeld van een meisje van 4 meter hoog dat de ‘hoop’ symboliseert. Ze staat net naast de Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw.

Battahuis

Aan de overkant van de Maas ligt het Battahuis. Dit geheel van gebouwen (16de – 17de eeuw) is het vroegere toevluchtsoord van de abdij Val Saint-Lambert. Het hoogste gebouw is het oudste. De voorgevel langs de straatkant werd na de Tweede Wereldoorlog herbouwd. De lange vleugel, in het verlengde van het hoofdgebouw dateert uit de 17de eeuw. Hij onderscheidt zich door de overbrugging die vroeger toegang gaf tot de kade en de brug over de Maas.

Er staan wat stellingen aan de buitenkant van de Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw en op verschillende ervan zijn schilderingen aangebracht.

Ik denk dat we een blik in de verte werpen op het Fort.

Aan het einde van de ‘rue des Cloîtres’ kan je er de grafstenen bekijken afkomstig van het vroegere kerkhof van het Sint-Quirinusklooster (nu college).

De toegang tot de Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw is open. We kijken even om het hoekje en ja met voorkeur mondmasker gaan we binnen. Er is voldoende ruimte en niet zoveel mensen.

De binnenkant van de Collegiale is voor een volgend logje.