Begijnhof Lier – 3 / 19 foto’s

Ik zet mijn wandeling door het Begijnhof verder en probeer de items wat samen te voegen.

Alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten.

Her en der zijn staties van de kruisweg verspreid over het begijnhof. Deze beelden werden in 1773 geschilderd door Van de Richstal en ondergingen in 1949 een restauratiebeurt door Bernard Janssens. In 2019 werden de originele beelden vervangen door 14 nieuwe staties geschilderd door Fons Teijssen.

Felix Timmermans noemde stadspompen ‘standbeelden aan niemand gewijd’. De oudste dateren uit de 18de eeuw. In het midden van de 19de eeuw zijn er 35 die alle verschillen in vorm en afwerking. Nu blijven er nog maar enkele over.

Het Hellestraatje, de naam heeft niets te maken met de hel, wel met helling. Naast het straatje “helde” de dam van de tweede stadsomwalling. Hier bevindt zich ook het Ruusbroechuisje (momenteel in renovatie) een woning zonder verdieping, zoals oorspronkelijk vele begijnhuisjes geweest moeten zijn, maar dan in hout en met een rieten dak. Daartegenover een huis met tuintje en een hekje ervoor, zoals vroeger bij de meeste begijnhofhuisjes.

De Grachtkant, dit is de laatste uitbreiding van het begijnhof rond 1720. Het huizenblok werd in vijf jaar gebouwd in regionale Brabantse stijl: baksteen en speklagen van zachte witte steen. De huizen zijn ruim, vier ramen onderaan. Deze werden door welstellende dames of dames van adel betrokken.

Hemdsmouwken in Lier. Smalste straat in Lier. Was vroeger een brandstraatje.

Het Convent uit 1595.
Conventen waren gemeenschapshuizen voor begijnen die geen huis konden bouwen of huren. Ze werden gesticht door rijke begijnen of geestelijken. Elke begijn beschikte over een eigen slaapruimte naast gemeenschappelijke ruimten zoals keuken, refter, werkplaats en spreekkamer. De kandidaat-begijnen of novicen verbleven eveneens een aantal jaren in het Convent. Het Convent werd in de jaren dertig verbouwd tot afzonderlijke huisjes, waarvan een gedeelte als kunstgalerij is ingericht.

Net even buiten de poort van het Convent achter de stadsvest liggen volkstuintjes.

Op de stadsvesten staat het monument ter ere van de gesneuvelden uit de twee wereldoorlogen, “den Engel” in de volksmond. Maar het beeld stelt geen engel voor, wel Nike, de Griekse godin van de overwinning. Merkwaardig detail: het gezicht van Nike is dat van koningin Elisabeth, de echtgenote van Albert I.

Wordt vervolgd.

Begijnhof Lier – 2 / 13 foto’s

Centraal gelegen in het Begijnhof vind je de Sint-Margaretakerk (17-18de eeuw). 

De Sint-Margaretakerk in het begijnhof is toegewijd aan de H. Margaretha van Antiochië, martelares en patrones van het Liers begijnhof.

Alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten.

De bouw begint in 1664 en in 1671 wordt de kerk ingewijd. Pas honderd jaar later is het bovenste gedeelte van de voorgevel voltooid, samen met de klokkentoren. Dit tijdsverschil uit zich in de bouwstijlen: de kerk is sobere barok, de klokkentoren vertoont duidelijke rococo-invloed.
In het indrukwekkend barokinterieur staat ook een monumentaal Forceville-orgel (kerk was op slot).

Margarita van Antiochië, een maagd en martelares uit ca. 304, wordt aanroepen bij zwangerschappen, bevallingen, onvruchtbaarheid en borstkwalen. Hier staat ze afgebeeld met een zwaard en een draak aan haar voeten. Volgens de overlevering weigerde ze haar geloof af te zweren en werd ze gevangen gezet en gemarteld. Daarna zou satan in de gedaante van een draak haar verorberd hebben. Ze ontsnapte levend uit zijn buik, maar werd daarna ter dood gebracht. Het beeld naar ontwerp van d’Heur dateert uit 1777.

In het begijnhof staat de sierlijke Symforosa naast de Sint-Margaritakerk.
Zij is het hoofdpersonage uit de novelle van Felix Timmermans ‘De zeer schone uren van Juffrouw Symforosa, begijntje’.
Ze wordt verliefd op de tuinier Martienus, maar weet geen raad met haar gevoelens. Martienus, die niets vermoedt, verlaat Lier om broeder te worden. Symforosa krijgt de toestemming om hem op te zoeken, ziet dat hij nu gelukkig is en keert alleen terug naar het begijnhof.

Ook de prachtige bomen met kweeperen zijn niet weg te slaan naast de kerk. Je zou bijna nog enkele weken staan wachten om ze te plukken en er de lekkerste gelei ter wereld van te maken.

Oost-Indische kers

Wordt vervolgd.

Godshuis St. Joachim en Anna – Lier / 4 foto’s

dhr. Paul

Bij het binnenkomen van het Godshuis trof ik deze heer aan op een bankje. We maakten een babbeltje. Je mag hier komen wonen vanaf het ogenblik dat je 65 jaar wordt. Hij is er nu 76 en is de jongste mannelijke bewoner. Zelf heeft hij enkele jaren terug zijn dochter verloren en is hij alleen. Hij zet zich in voor de andere bewoners, boodschappen doen, de poort openen van het Godshuis en rondzien en horen of iedereen in orde is. In het voorbij gaan vertelde een dame mij dat hij een pluim verdient, zoals er eentje op zijn hoed zit 😀.

Ik mocht een foto nemen en heb hem beloofd er één voor hem te laten printen en in zijn brievenbus te deponeren. Doe ik zeker.

Godshuizen werden tijdens de Middeleeuwen gesticht als onderkomen voor bejaarden, zieken en behoeftigen.

Het Sint-Anna en Sint-Joachim Godshuis (1588) is oorspronkelijk gevestigd in de Kluizestraat te Lier. Het wordt in 1613 overgebracht naar de Begijnhofstraat.

Het Sint-Beatrix Godshuis (1848) staat iets verder in dezelfde straat. Rond 1863 fusioneren de beide godshuizen.

Na de overbrenging van het Sint-Barbara Godshuis (± 1870) vanuit de Rechtestraat krijgt het Godshuis zijn huidige vorm en dubbele benaming. Het bestaat uit een geheel van kleine woningen rond een binnentuin.

In de kapel van het Sint-Barbara- en Sint-Beatrix-Godshuis is het Liers Centrum voor Textiele Kunsten gevestigd.

Schoonselhof – 4 einde/ 19 foto’s

Aangekomen aan het militaire ereperk stond er Anneke en mij nog een verrassing te wachten.

De Kempische heideschapen grazen weer op de grachtwanden in het Schoonselhof. De parkbegraafplaats heeft ongeveer acht kilometer aan grachtkanten. De schapen zijn een milieuvriendelijk alternatief voor de tijdrovende en luidruchtige machines. Bovendien beschadigen de maaimachines soms de wortels of kruinen van de bomen in de lanen en verdichten ze de ondergrond. 

De schapen waren in mei en juni al te zien op het Schoonselhof, maar dan volgde even een pauze. De kudde bestaat uit een honderdtal schapen. De dieren zullen heel wat werk hebben, want door de overvloedige regen schiet de vegetatie sneller op, waardoor de schapen dit jaar vaker zullen worden ingezet.

Britse militairen

Antwerpen werd bevrijd op 4 september 1944, hierna duurde het nog weken voordat de aanvoer over water vanuit zee was veilig gesteld. Hierbij zijn veel militairen gesneuveld.

De Stedelijke Begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen bevat een ereveld met 101 oorlogsgraven van het Gemenebest uit de Eerste Wereldoorlog en 1456 uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast liggen hier 16 Poolse en één Frans graf, en liggen er 16 doden die niet direct met de oorlog te maken hebben, de meeste hiervan zijn koopvaardijzeelui.

De Britse perken werden ontworpen door Philip Hepworth en worden onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Belgische militairen

Oudstrijders
Oudstrijders Korea

Graven van politieke gevangenen en weerstanders 1940-1945

Bij dit monument ligt de as van vrouwen die omkwamen in concentratiekamp Ravensbrück tijdens de Tweede Wereldoorlog. Monument van de hand van Mark Macken.
Tekst op het monument:

HIER RUST ASSE
UIT RAVENSBRÜCK

GEEF ONS HET LEED
EN HET GELUK DE ONZEN

DE VROUWEN VAN HET CONCENTRATIEKAMP RAVENSBRÜCK
AAN ALLE VROUWEN DIE NOOIT WEDERKEERDEN
UIT DE OORDEN VAN ONTZETTING

Hier rust de urne met de as van een onbekende gevangene uit het concentratiekamp van Dachau.
Obelisk ter ere van de Franse soldaten. Met de vermelding : “A la mémoire des officiers, sous-officiers et soldats de l’armée de Maréchal Gérard tombes au siège de la citadelle d’Anvers – Novembre – Décembre 1832”  (Ter herinnering aan de officieren, onderofficieren en soldaten van het leger van Maréchal Gérard gevallen bij de bestorming van de citadel van Antwerpen – november/december 1832)

Qua grootte is deze begraafplaats indrukwekkend en kan je er dagen rond slenteren. Het begraafpark en alle perken zijn omringd door groen, helaas zijn de perken zelf één grote open ruimte. Ik mis de geborgenheid van de natuur.

Ga zeker nog eens terug om er rond te kuieren, er valt nog zoveel meer te zien en te ontdekken. In de herfst?

EINDE

Schoonselhof – 3 / 17 foto’s

We zetten onze wandeling verder langs de historische graven.

Evert Larock – Kapelle-op-den-Bos 21 – 5 – 1865 / 13 – 1 – 1901

Paul, Charles, Everard Larock getuigt van in zijn prille jeugdjaren van een bijzondere tekenkunst. Op de schoolbanken kan hij er niet aan weerstaan zijn leer- en schrijfboeken te bekladden met allerlei figuurtjes en tafereeltjes. Toen al treft hem het eigenaardige, het typische van sommige oudjes. Larock gaat met steeds groeiende belangstelling hun houding, gebaren en gedrag na. Het is voor hem een vreugde te midden van een bebloemde weide te staan, te kuieren in de schaduw van de canadabomen die de vaartoevers sieren, of te dwalen langs de eenzame, nietige veldwegels. Lees verder

Flor Mielants: Joseph Florent Joannes Mielants sr. (Antwerpen, 19 december 1887 – Antwerpen, 22 augustus 1944) was een Belgisch pedagoog. Lees verder

Arthur Jacob Hendrik Cornette (Antwerpen, 4 maart 1880 – Sint-Michiels, 22 januari 1945) was een Vlaams schrijver, essayist, leerkracht en conservator aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Arthur Hendrik Cornette was de zoon van schrijver, professor en provincieraadslid Arthur Cornette.

Evarist Allewaert – °Ieper, 28/12/1835 – †Messelbroek, 2/8/1889 – politicus, schepen van onderwijs in Antwerpen

Nog enkele beelden van grafmonumenten of details ervan – dubbelklik of swipen om de foto’s te vergroten

De natuur omarmt de oude zerken.

Kleinere details – dubbelklik of swipen om de foto’s te vergroten

Wordt vervolgd

Schoonselhof – 2 / 16 foto’s

Na de middag namen we de auto om naar het historisch perk te rijden. Zoals Anneke schreef, 10.000 stappen in de voormiddag waren voldoende. Tussen de graven doe je ook heel wat kilometers als je alles eens wil bekijken en geschiedenis is er ook op deze grote begraafplaats.

historisch perk

Familie Van Zundert-Ghijs: geen verdere info
Familie Gossen-Van Den Wouter: het grafmonument heeft de vorm van een sarcofaag. De treurende vrouwenfiguur in brons word pleurante genoemd (van het werkwoord pleurer = wenen/huilen)

sepulture Ch. Dorche en enkele details – dubbelklik/swipen op een foto om te vergroten

Ferdinand Verschaeve: Hij haalde als 17e persoon in België zijn vliegbrevet in 1910. VERSCHAEVE Fernand of Ferdinand.
Hij kwam aan de kost als testvlieger voor de firma Bollekens waar hij ook instructeur voor militaire piloten werd. Jammer genoeg heeft hij een fatale crash gedaan met zijn Farman HF20 in Sint Job-in ‘ Goor op 08 april 1914. Eerst werd hij begraven op het Kiel en na het verdwijnen van deze begraafplaats is zijn grafmonument overgebracht in 1936 naar het
Schoonselhof.
Gustave André Royers (Ronse, 20 april 1848 – Antwerpen, 30 maart 1923) was een Belgisch ingenieur en politicus voor de Liberale Partij.

enkele details van graftombes: dubbelklik/swipen op een foto om te vergroten

detailfoto’s van kleine ornamenten – dubbelklik of swipen om de foto’s te vergroten

Wordt vervolgd

Schoonselhof – 1 / 21 foto’s

Op een mooie dinsdag in augustus bezochten Anneke en ik het Schoonselhof te Hoboken (Antwerpen). Daar we beiden al enkele bekende begraafplaatsen bezocht hadden waren onze verwachtingen hoog gespannen.

Deze begraafplaats is ongeveer 84 ha groot en voor ons onmogelijk om te bezoeken op één dag en nog te fotograferen ook. Onze keuze viel op het historisch perk, het kasteel en het militair perk.

Vanaf het crematorium loopt een mooie dreef naar het kasteel. Je passeert strooiweiden, een urnenveld en columbaria.

We weken toch al eens van de weg af en gingen een kijkje nemen op een burgerlijk ereperk dat ook niet zo recent meer is.

kasteel: geschiedenis – lees hier

Kasteel Schoonselhof, gelegen op de begraafplaats Schoonselhof te Hoboken, doet momenteel dienst als kantoorfunctie voor onder andere de groendienst. Het gebouw is echter niet aangepast aan deze functie en de staat van het gebouw vereist dringend een restauratie. In opdracht van stad Antwerpen wordt het kasteel Schoonselhof daarom grondig gerestaureerd en uitgebreid, rekening houdend met de status van ‘Beschermd Monument’. Van die restauratie was nog niets te zien 😉

Aan eigenaars van honden werd gevraagd om voldoende poepzakjes mee te nemen bij het wandelen op de begraafplaats, alleen zijn ze dat vergeten te vertellen aan de Canadese ganzen die hun troep goed op de openbare weg nalieten.

Bij een toiletbezoek een kijkje binnen in het kasteel of wat we konden zien 😀

De neerhoeve, heeft momenteel geen functie en is dringend aan herstel toe.

De Neerhoeve is een vierkantshoeve in de stedelijke begraafplaats Schoonselhof aan de Moerelei in Wilrijk. AG Vespa is gedelegeerd bouwheer voor de stad Antwerpen en vormt de Neerhoeve om tot stelplaats van de groendienst en tot de kantoren van de dienst begraafplaatsen.

De Neerhoeve wordt gerestaureerd, de bijgebouwen uit de jaren 60 worden afgebroken en er wordt een nieuwe schuur en luifel gebouwd. Na de werken wordt de stelplaats van de groendienst erin ondergebracht, net zoals de kantoren van de dienst begraafplaatsen. Er worden ook enkele publieke functies geïntegreerd, zoals een lokaal voor ‘Grafzerkje’, een vereniging die waardevolle grafmonumenten van de ondergang redt, een ‘makelaarskantoor’ voor het beheer van de concessies van de graven en een restauratieatelier van de sociale werkplaats patrimoniumzorg.

In de eerste fase wordt een aanbouw uit de jaren 60 afgebroken, wordt een nieuw erf aangelegd achter de tuinmuren en wordt een schuur gebouwd naast de Neerhoeve. Daar komen de voertuigen van de groendienst te staan.

In een tweede fase zal de Neerhoeve zelf gerestaureerd worden. Die werken kunnen pas starten als de restauratiesubsidie beschikbaar is (wanneer?)

Ergens verzeilden we ook op een begraafplaats die vandaag nog in gebruik is. Ik schrok toch wel van het aantal overledenen die begraven worden met een simpel houten kruisje of gewoon een naamplaatje. Zal wel eigen zijn aan een grote stad ‘eenzamen’.

Wordt vervolgd.

Sint-Niklaas art-decoroute / 3 – 25 foto’s

  • alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

We, Fotorantje en ik, stappen flink verder om onze wandeling te vervolgen.

Art Falco Peregrinus Deco van Dzia (slechtvalk)

Van de vele street art in de stad hebben we helaas niet veel gezien. Eéntje maar jammer genoeg.

Het huis nr. 40 in de Kokkelbeekstraat, is een pand uit begin 1900 met art-nouveau-elementen en bloemenmotieven in de faiencetegels.

We gingen zitten om een natje en een droogje te verorberen want het was goed aan het regenen.

Fontein en vijver van de waterburcht Walburg. Door het Romain de Vidtspark stappen we naar de Walburgstraat.

Door de regen en onderwaterlopende straten snijden we een hoekje van de route af.

In de Zamanstraat dateren de huizen uit het begin van de 20ste eeuw en vertonen bijgevolg vaak invloeden van de art-nouveaustijl.

Stedelijk Museum (STEM)

Regentieplein

Het plein werd in de tweede helft van de 19de eeuw aangelegd als centrum van de nieuwe stationswijk. De bebouwing rond het plein bestond vooral uit herenhuizen waarvan een deel er nog steeds staat. Op het plein zelf zijn twee bomenrijen aangeplant in de vorm van twee concentrische cirkels. 

In het midden van het plein staat het zogeheten Rolliersmonument. Het is een aandenken aan de strijders van de revolutie van 1830 en in het bijzonder aan majoor Benoît Rolliers. Het bouwwerk bestaat uit een vergulde engel op een zuil met ervoor een leeuw. Op 24 juni 1906 werd het monument onthuld, een jaar later dan het 75-jarig jubileum van de Belgische revolutie. Van 1998 tot 1999 werd het gerenoveerd.

Regentieplein 46 – Bjorn Vaes decoraties.

In de Prins Albertstraat tref je tal van art nouveau gebouwen aan zoals op de huisnummers 49 (Villa Albrecht), 45, 43 en 20.

Rechtlijnige straat van het Stationsplein naar het Regentieplein, ontworpen in 1846 doch pas in 1902 aangelegd en bebouwd met voornamelijk art-nouveaugetinte burgerhuizen. Lijstgevels van twee a drie traveeën en drie bouwlagen, dikwijls onderkelderd. Parementen van geglazuurde baksteen op sokkels van arduin. Gevelwanden sterk verlevendigd door de verschillende uitgewerkte deuren en vensters: rechthoekige, segment-, korf-, rondbogig, driekwartcirkelvormig, en de versierde borstweringen en boogvelden met sgraffitopanelen.

Burgerhuis van twee traveeën en drie bouwlagen volgens archiefstukken naar ontwerp van architect F. Van Goethem van 1905. Lijstgevel met enkelhuisopstand voorzien van een merkwaardig parement van gekleurde breuksteen. Rechts, zeer smal deurrisaliet. Op de verhoogde begane grond en in het risaliet tudorboogvormige deur en vensters. Markerend hoefijzerboogvormig bel-etagevenster. Gestileerde florale motieven op de borstwering en onder de kroonlijst op smeedijzeren consoles.

Op de nummers 18 en 16 zijn enkele sgraffitodecoraties bewaard gebleven. Sgraffiti zijn vrij zeldzame gevelversieringen die worden aangebracht met een bijzondere techniek.

En dan is het station en het einde van alweer een mooie dag in zicht…

We treinen elk onze richting uit… tot volgende week!

EINDE

Bron: erfgoed Sint-Niklaas

Sint-Niklaas – art-decoroute / 2 – 25 foto’s

De Mgr. Stillemansstraat werd aangelegd in de jaren dertig van de vorige eeuw en is genoemd naar de toenmalige bisschop van Gent, Antoon Stillemans. De indrukwekkende rij woningen in art deco en nieuwe zakelijkheid is imponerend omwille van de kwaliteitsvolle architectuur. Tot de meest merkwaardige woningen behoren verschillende huizen van August Waterschoot.

Symmetrisch opgebouwde dubbelwoonst van drie bouwlagen onder licht hellend zadeldak, opgericht in 1933 in opdracht van Faresijn Emiel naar het ontwerp van August en Leander Waterschoot. Stilistisch te situeren in de modernistische stijlrichting van de interbellumperiode en meer bepaald de nieuwe zakelijkheid.

  • foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

Enkelhuis van twee traveeën en drie bouwlagen, van 1932 naar ontwerp van architect August Waterschoot voor de heer Louis Vandevelde-De Mol. Bakstenen lijstgevel op hoge arduinen sokkel. 

Woonhuis uit 1935 naar een ontwerp van architect H. Faems in opdracht van Georges Claus. Enkelhuis van twee traveeën en drie bouwlagen onder plat dak. Bakstenen lijstgevel met voorgevelparement in geglazuurde witte baksteen, op een hardstenen plint. 

Tot de meest merkwaardige huizen in deze straat behoren verschillende huizen van architect August Waterschoot. Eén van zijn grootste woningen bevindt zich op nr. 38 en telt drie bouwlagen in geglazuurde baksteen, in combinatie met andere materialen. De ronde erker in het midden is een spel van licht en kleur.

Huis in 1930 ontworpen. Rijhuis van drie traveeën en drie bouwlagen met voorgevelparement van geglazuurde baksteen op hardstenen plint en met verwerking van natuursteen voor venster- en deurlateien en erker. 

Huis van twee traveeën en drie bouwlagen onder zadeldak, in 1931 ontworpen door architect August en/of Leander Waterschoot. Bakstenen lijstgevel met verwerking van natuursteen aan de hoge plint, de vensterlateien en de erker. 

Huis van twee traveeën en drie bouwlagen, van 1932 naar ontwerp van architect August Waterschoot. Bakstenen lijstgevel op arduinen sokkel, opklimmend aan weerszijden van de deur. 

.

Bron: erfgoed Sint-Niklaas

Wordt vervolgd

Sint-Niklaas – art-decoroute / 1 – 21 foto’s

Samen met Fotorantje trok ik naar Sint-Niklaas om de art-deco route af te stappen. Huizen en ramen kijken, binnengluren, soms voelde het zo, gelukkig was er genoeg weerspiegeling en afstand 😂.

Fijn weer even mekaar terug te zien en onze vertrouwde bomen en bossen te kunnen achterlaten voor even dan, om er weer naar terug te keren.

De weersverwachting was slechter geworden naarmate onze dag dichterbij kwam en het leek dan ook heel slecht te gaan worden. De voormiddag viel buiten verwachting goed mee, warm zelfs.

Anneke maakt er wel weer een mooi verhaal van en ik hou me bij ‘facts en figures’ die ik op het net terug vind en foto’s uiteraard.

  • alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

We starten aan het station van Sint-Niklaas, ons punt van samenkomst en vertrek.

Om het bouwkundig erfgoed van Sint-Niklaas te ontdekken, hoeft je geen eeuwen terug te gaan in de tijd. De 17de eeuw heeft weliswaar interessante gebouwen nagelaten op de Grote Markt, maar op diverse plaatsen in de stad raken we eveneens geboeid door schitterende pareltjes van art nouveau, art deco en nieuwe zakelijkheid. Met dank aan rijke textielbaronnen, handelaars en religieuzen, die in het interbellum hele straten lieten optrekken.

De Stationsstraat getuigt van een typische 19de-eeuwse bebouwing. De benedenverdiepingen van de aanvankelijk ruime burger- en herenhuizen werden vaak storend verbouwd tot winkels. Zo bleef van een indruk wekkend winkelhuis (nr. 35) in art nouveau uit 1897 enkel de bovenverdieping behouden. Op de bel-etage, die naar de straat geopend is met een rondboogarcade op versierde vaasvormige zuilen, zijn er borstweringen met art-nouveausmeedwerk aangebracht.

de Collegestraat

De Sint-Antoniuskerk en de neoclassicistische Sint-Jozef-Klein-Seminarie werden gebouwd door de paters recoletten. De kerk in sobere barok werd gebouwd tussen 1689 en 1696. Boven de centrale rondboogpoort staat in een nis het beeld van Sint-Antonius van Padua. Bij de kerk vinden we Anton Van Wilderode in een beeld van Wilfried Pas. Van Wilderode verbleef van 1946 tot 1982 in het kleinseminarie.

Het prachtige herenhuis aan het Onze-Lieve vrouwplein dateert van 1691, na de grote brand van 1690 die 565 houten huizen verwoestte. Het is een van de zeldzame eerste stenen burgerlijke gebouwen van de stad en daardoor getuige van de oudste bebouwingsgeschiedenis in het historisch stadscentrum van Sint-Niklaas.


In de 19e eeuw vestigt familie Janssens een katoenfabriek op de site. Dankzij een verstandig beheer en tijdige modernisering tijdens de Industriële revolutie wordt het een succesvol bedrijf.
In 1907 worden de gebouwen verkocht. De in Sint-Niklaas geboren Mgr. Stillemans, bisschop van Gent, herbestemt een jaar later de site tot ‘Vak- en Ambachtschool St.-Antonius’.
Verdere uitbreiding en de oprichting van het ‘Technisch Instituut voor de Breikunde’ in 1928 zijn van groot belang voor de ontwikkeling van de breigoedindustrie van de stad, de motor van de welvaart voor Sint-Niklaas tijdens het interbellum.


Het duurt tot 1958 vooraleer de ‘Vak- en Beroepsschool Sint-Antonius’, het ‘Technisch Instituut voor Breikunde’ en de afdeling Mechanica onder één noemer worden gebracht: de ‘Vrije Technische Scholen van Sint-Niklaas’.  De VTS wordt een essentieel onderdeel van het onderwijslandschap in de stad.
In 2008 trekken de laatste leerlingen weg uit deze historische gebouwen. Een nieuwe fase voor de VTS-site begint.

De site van de vroegere Vrije Technische Scholen (VTS) verandert in de eigentijdse stedelijke woonwijk ‘De Vakschool’. Die biedt een grote verscheidenheid aan woningen: van huurappartementen met 1 slaapkamer tot luxueuze duplex koopappartementen.

Dit levert 63 nieuwe woongelegenheden op dichtbij de Grote Markt, naast de stadsschouwburg, met de Stationsstraat in de buurt, tal van scholen in de omgeving en op wandelafstand van het station.

Ballerina

De beeldhouwster, Mariette Teugels, is gefascineerd door de schoonheid van de jonge danseres en wil deze figuur zo realistisch mogelijk weergeven. De jonge danseres buigt haar lenig lichaam diep voorover en bindt op een gracieuze wijze de zijden linten van een van haar dansschoentjes aan. ‘Spitzen’ zijn gemaakt van een leren zooltje, een satijnen of canvas schoentje en een harde neus, ook wel ‘box’ genoemd, die vervaardigd is uit papier-maché en lagen stof. Bij de voorbereiding van haar optreden lijkt de ballerina reeds een danspas uit te voeren. Zij is geconcentreerd bezig. Het strak gespannen haar is geknoopt in een knoetje. De ogen zijn gericht op de punt van haar dansschoentje, de armen vormen een elegante beweging en de benen staan reeds in de klassieke danshouding. De natuurgetrouwe vormgeving van Mariette Teugels wordt zeer gewaardeerd door een ruim publiek.

De realisatie van dit bronzen beeld vergt een degelijke vakkennis. Het levend model kan de voorovergebogen houding niet lang volhouden. Er komen dus foto’s aan te pas. Ook het boetseren kan niet zonder een metalen skelet met de nodige steunpunten. Het mouleren en in brons gieten zijn eveneens een delicate opdracht. Maar het resultaat van al deze inspanningen is een uiterst gratievol, aantrekkelijk kunstwerk.

Aan het Onze-Lieve-Vrouweplein staat de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand-der-Christenen. Deze driebeukige neobyzantijnse kerk is een ontwerp van de bekende Gentse architect Louis Roelandt en werd gebouwd tussen 1841 en 1844. De toren werd pas in 1855-1870 voltooid en in 1896 bekroond met een 6 meter hoog verguld Mariabeeld, vervaardigd door de Sint-Niklazenaar Van Havermaet en de koperslager Van Rijswijck uit Antwerpen.
(de kerk stond in de steigers)

Het neogotische stadhuis werd in de periode 1876-1878 gebouwd door de Gentse architect Pieter van Kerkhove. De
linker- en rechtervleugel werden toegevoegd na WO II. De voorgevel, de belforttoren en inkomhal zijn opgetrokken in witte hardsteen uit het Waals-Brabantse Gobertange. Tegen de belforttoren zijn twee brede trappen aangebouwd. De balustrades lopen uit op een verheven voetstuk met daarop vier gebeeldhouwde, zittende leeuwen die het stadswapen van Sint-Niklaas omklemmen.

Het iconische Sint-Nicolaasbeeld aan de voet van het stadhuis is het meest gefotografeerde kunstwerk van Sint-Niklaas en staat zelfs op de toeristische borden langs de E17. 

Sint-Nicolaas, bekend als Sinterklaas, is sinds 1217 de patroonheilige van de stad. De mijter, rode mantel en staf zijn herkenbare attributen van de grote kindervriend. Kunstenaar Achiel Pauwels presteerde in 1997 een huzarenstukje met een beeld van dergelijke afmetingen in keramiek. Het werk is 4,5 meter hoog en samengesteld uit een driedimensionale puzzel van 300 stukken.

De keuze voor het beeld berust bij kinderen uit de lagere school, die het bijzonder kleurrijk vonden. Het symboliseert daarmee de kindvriendelijkheid van de stad. In 2013 werd het beeld getroffen door vandalisme, maar intussen heeft Sinterklaas beide handen terug.

De Grote Markt was ingepalmd door de kermis

de Lopers, Mariette Teugels

De bronzen beeldengroep ‘de Lopers’ is het eerste en tevens een van de meest populaire werken die Kunst in de Stad heeft aangekocht (1980).

Dit dynamisch kunstwerk valt van meet af aan in de smaak bij jong en oud. Drie jonge lichamen in beweging, elegant en soepel, gespannen en geconcentreerd op de inspanning. Welk doel hebben ze voor ogen? Welke toekomst wacht hen? Het blijven open vragen. De kijker is evenwel gecharmeerd door de levenskracht die de rennende jonge mensen uitstralen

De vrij realistische uitbeelding is een antwoord op het negativisme van de zestiger jaren van vorige eeuw. Tevens zet het zich af tegen de conceptuele en anti-esthetische stromingen in de kunst van die jaren. Toch valt deze vormgeving niet onder de klassieke beeldhouwkunst te klasseren. De kunstenares creëert volgens eigen inzicht een stijl die zowel nieuw, eigentijds als tijdloos kan worden genoemd.

De beeldhouwster gebruikt hier de techniek van de verloren was. Ze bouwt het beeld eerst op in klei. Daarna giet zij de vorm, eerst negatief en daarna positief zodat zij een model in plaaster verkrijgt. Dit model wordt verder verfijnd. Hierna is het de bronsgieter die opnieuw een negatief maakt. Dat belegt hij met was en voorziet het geheel van giet- en verluchtingskanalen. Vervolgens wordt de was uitgestookt. Dan is het beeld klaar om in brons te worden gegoten.

Het begon te miezeren dus tijd om iets te zoeken om te eten. Ook goed om mijn been wat te laten rusten want de sciatique begon al ferm op te spelen. Anneke kent me al en herinnert er mij aan dat ik mijn zakjes lactose-OK moet innemen, jaja anders komt dat niet goed met die darmen en ik wil geen gedoe meer op de trein…

Gezellig onder onze parasol even rust. De uitbaatsters verwonderd dat we buiten zitten en blijven zitten ook als het even regent. Nee het is hier goed hoor, geen probleem!

Bron: erfgoed Sint-Niklaas

Word vervolgd.