vogelwikke

De serie Middelheim wissel ik af met wat natuur, het wordt anders misschien nogal zwaar op de hand.

De bloem is paarsachtig violet en is 0,8-1,2 cm lang. Elke bloem bevindt zich op een kort steeltje en hangt.

Middelheim – collectie / 1

Er stond weer een uitstapje op de planning met mijn fotomaatje Fotorantje.

Ik reed naar Antwerpen op zoek naar het station van Antwerpen Zuid. Hoe groot en prachtig het centraal station is, zo onbestaand is het station van het Zuid. “U bent op uw bestemming”. Euh waar bestemming, ik zie niets, struiken, groen! Terugkeren, brug eens overrijden. Twee roltrappen die op een drukke brug omhoog komen van 4 perrons, ja dat is het!

Op de brug sta ik op de uitkijk of de trein binnenloopt om 10 u en daar is hij en mijn fotomaatje ook!

En zoals het al te zien is in de titel brengen we een bezoek aan het Middelheimpark/museum.

Het Middelheimmuseum is een beeldenpark van 30 hectare in het deelpark Middelheim van het Nachtegalenpark bij Antwerpen.

Het deelpark Middelheim is bekend om zijn beeldenpark, dat is ontstaan uit de ‘Biënnale Middelheim’, die vanaf 1951 iedere twee jaar in het park georganiseerd werd. Na twintig afleveringen van deze beeldententoonstelling besloot men in 1989 een andere manier te kiezen om de beeldenverzameling aan te vullen. De beeldentuin heeft de vorm van vier uitwaaierende stroken, aan beide zijden van de Middelheimlaan die het park middendoor snijdt.

We genoten van onze wandeling, lekker fris in de schaduw van de bomen. Deze keer hadden we onze paraplu niet nodig, ‘s middags een parasol om te genieten van onze lunch maar zover zijn we nog niet.

Alle beelden hebben we niet gefotografeerd 😉 (en niet gezien! ) trouwens het was ook een heel lastig weertje met die hoogstaande zon om de grijze/zwarte beelden in beeld te brengen. Hier en daar toch iets uitgeplukt.

* Alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

Vic Gentils verbeeldt uiterlijke en innerlijke facetten en schetst met wilde associaties een boeiend totaalportret.

Bernhardt Heiliger, In betrekking staande figuren, 1954

Hoewel Heiliger als sinds het begin van de jaren ’50 sterk naar het abstracte toe werkte, is deze groep nog zeer figuratief. De twee beelden staan duidelijk in een dialoog tot elkaar. Deze wordt duidelijk in de uitgestrekte arm. Het andere beeld heef teen meer ingetogen vorm. Zo ontstaat als het ware en roep en een echo, een vraag en een antwoord. Heiliger gaf al zijn werken een nummer, het beeld in het Middelheimmuseum kreeg nummer 87. Er werden drie exemplaren van uitgevoerd. Het eerste voor het Ludwig-Georg-Gymnasium te Darmstadt, het tweede voor Middelheim en het derde voor een privéverzameling te Berlijn. Later volgde nog een kleinere versie in brons (51 cm), eveneens in drie exemplaren.

OSCAR JESPERS – (Belgisch kunstenaar, 1887-1970) zit het beeldhouwen al van jongs af aan in het bloed. Zijn vader, beeldhouwer Emile Jespers, leert Oscar al spelenderwijs de beginselen van de beeldhouwkunst aan. Oscar begint op 13 jarige leeftijd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Vlak voor het uitbarsten van de Eerste 
Wereldoorlog ontmoet Oscar Paul van Ostaijen. Hij vlucht in oktober 1914 kort naar Nederland alvorens zich terug in Antwerpen te vestigen in het ouderlijk huis. Net voor het einde van de oorlog sterft Emile Jespers. Deze gebeurtenis leidt tot Oscar’s eerste volledig abstracte werk. Hierna zal hij experimenteren in de abstracte en kubistische stijlen.Na de oorlog werkt hij aan de typografie en illustraties voor Bezette Stad, de enige bundel dadaïstische poëzie van het Nederlands taalgebied. Tijdens het interbellum exposeert hij en kent hij successen. Hij zal een grafmonument maken voor Paul van Ostaijen die in 1928 overlijdt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het moeilijk om steen te vinden en werkt hij vooral in klei. Na deze oorlog is er een kentering in zijn werk. Zijn naakten verliezen hun rankheid en krijgen een breder volume. Van 1946 tot 1948 werkt hij aan ‘In de zon’ (1947), waarvan de grootste studie de versie in het Middelheimmuseum is. 

GERMAINE RICHIER – (Franse kunstenares, 1902-1959) is nog een kind wanneer de Grote Oorlog uitbreekt. Ze vertoeft op dat moment in het relatief rustige zuiden van Frankrijk, hoewel ze verschillende familieleden zal verliezen aan het front. Richier gaat op 18 jarige leeftijd studeren aan l’École des beaux-artsin Montpellier. Na haar studies reist ze naar Parijs waar ze gaat werken in het atelier van Bourdelle, die naast haar mentor ook een goede vriend zal worden. Wanneer Wereldoorlog II uitbreekt bevindt Richier zich op vakantie in Zwitserland, waar ze de resterende duur van de 
oorlog zal wonen en werken. Het is ook tijdens deze periode dat Richier zich meer en meer zal toespitsen op het thema natuur en gestileerde hybride vormen tussen mens en dier zal produceren, waarvan ‘De Mantis’ (1946) een voorbeeld is van na haar terugkeer naar Parijs. Rond deze periode zal ook het lijden haar oeuvre binnentreden. 

Aristide Maillol – De Rivier – In 1940 werkt Maillol aan een beeld ‘De Berg’ ter nagedachtenis van Henri Barbusse. Wanneer het budget plots ontoereikend is, vraagt hij de rechten terug en verzaagt het beeld. Uit de onderdelen maakt hij, in samenwerking met Robert Couturier, een nieuw beeld: De rivier.

Henry Moore – de koning en koningin – Moore verwijst naar het voor hem voorbijgestreefde en primitieve idee van het koningschap.

HENRY MOORE (Brits kunstenaar, 1898-1986) behaalt het diploma voor onderwijzer aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, waarna hij les begint te geven. Hij treedt in 1917 in dienst bij het Britse leger, belandt bij de Winchester Civil Service Rifles en gaat naar het front in Frankrijk. Hij raakt gewond door een gasaanval in Cambrai en wordt terug naar Groot Brittannië gestuurd. Na twee maanden is hij hersteld en behaalt hij de graad van korporaal. Hij geeft zich aan de vooravond van Wapenstilstand als vrijwilliger op om terug naar het front te keren. Als oud-militair lukt het hem om na de oorlog een beurs te bemachtigen om zich aan deLeeds School of Art in te schrijven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het atelier van Moore vernield ten gevolge van een zwaar bombardement. Tijdens de periode van de Duitse luchtaanvallen op Londen reist Moore er per trein heen om de nachtelij-ke verwoestingen te aanschouwen en te schetsen. Schuilende mensen worden voorzichtig door hem gadegeslagen. Deze schetsen resulteren in Shelter Drawings, die over heel de wereld goed worden onthaald en Moore’s definitieve doorbraak als kunstenaar betekenen. Zijn ‘Koning en koningin’ (1952-1953) stralen een grote rust en vrede uit die nog wordt versterkt door hun locatie in het park.

Een bouwvallig huis maar neen hoor. Pedro Cabrita – The passage of the hours – Een referentie naar een ruïne uit het verleden en een recent overblijfsel uit een conflictsituatie. 
PEDRO CABRITA REIS – (Portugees kunstenaar, 1956) is één van de grootste Portugese postmodernistische kunstenaars van zijn generatie met verschillende tentoonstellingen op zijn palmares. Cabrita Reis schept vooral ‘nieuwe plaatsen’ en werkt daarbij vaak met gerecycleerd industrieel materiaal. Het verleden ligt voor hem ver weg, maar dat neemt niet weg dat hij met oude materialen nieuwe werken schept. Het werk ‘The Passage of the Hours’ (2004) bestaat uit staal, baksteen, glas en TL-lampen en vormt een spanningsveld tussen architectuur en kunst. Cabrita Reis is geboeid door constructie en deconstructie, kunstvormen die hun oorsprong kennen rond de periode van de Grote Oorlog. Dit werk refereert enerzijds naar een ruïne uit een ver verleden en anderzijds naar een recent overblijfsel uit een conflictsituatie, hetgeen het thema ‘oorlog en conflict’ dan weer actueel maakt. Het werk is als het ware wat de kunstenaar een ‘serene verstoring’ noemt.

Friederich Werthmann – Winged Form – Dit beeld behoort tot een groep werken die Werthmann ‘Transitionen’ en ‘Droomzeilen’ noemt ( Ikarus, King Lear, Radar). De kunstenaar legt zijn beeld als volgt uit: ’het volume is samengesteld uit sfeersegmenten; de wand heeft in deze werken niet de functie van vóór- en achterkant, maar is het ontmoetingscentrum van tegengestelde krachten, met een convex-concaaf conti¬nuïteit’. De ‘Gevleugelde’ is een uniek exemplaar.

MARI ANDRIESSEN (Nederlands kunstenaar, 1897-1979) maakt de Grote Oorlog mee als student aan de Rijksacademie in Amsterdam in het neutrale Nederland. Het is vooral de Tweede Wereldoorlog die hem zal beïnvloeden in zijn leven en werk. Het betekent voor hem een keerpunt, gekweld als hij wordt door de machteloosheid tegen de bezetter. Andriessen weigert de Ariërverklaring in te dienen en wil geen lid worden van de nationaalsocialistische Kultuurkamer, zo ziet hij veel opdrachten aan zich voorbij gaan. Het wordt hem eveneens verboden te exposeren. Andriessen reageert door zijn atelier open te stellen als wapendepot voor het verzet en hij houdt Joodse onderduikers en verzetsstrijders verborgen in zijn huis. Andriessen vertelt achteraf hoeveel angst hij heeft gekend in deze periode. Na de Tweede Wereldoorlog krijgt Andriessen verschillende opdrachten om monumen-ten te realiseren. ‘Bomslachtoffer’ (1948) is door Andriessen gemaakt om de verschrikkingen ten gevolge van bomaanslagen in Enschede te herdenken. 

Op de achtergrond: Emile Gilioli, the Kingdom of Heaven, 1954-55 

Wordt vervolgd.

Bron: https://www.middelheimmuseum.be/nl

Papenbroek: de echte koekoeksbloem (3 foto’s)

De echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi, voorheen Lychnis flos-cuculi) is een vaste plant uit de anjerfamilie. De soort is in België en Nederland een vrij algemene plant.

Echte koekoeksbloem is een soort van natte graslanden op matig voedselrijke bodems. Ze staat bij voorkeur in hooilanden, vaak samen met tweerijige zegge en dotterbloem. De soort gedijt op zand, leem en klei, maar ontbreekt grotendeels op zware zeeklei.

Grote groene sabelsprinkhaan / 5 foto’s

Mijn achtervolging begon op het ogenblik dat ik een redelijk groot beestje naast mij ergens in het hoge gras had zien wegspringen. Ik wou en zou het zien. Het werd de grote groene sabelsprinkhaan. Ze zijn behoorlijk goed in het zich verstoppen en camoufleren!

De grote groene sabelsprinkhaan is een goede springer, die ook kan vliegen bij verstoring of gevaar. Eigenlijk is het eerder wegzweven, want de afstand bedraagt nooit verder dan een tiental meters en er is altijd een sprong nodig om van de grond te komen. De mannetjes ‘zingen’ door de voorvleugels langs elkaar te wrijven, en zijn te horen van drie uur in de middag tot drie uur ‘s nachts. Het geluid is zeer luid en goed te horen tot een afstand van 100 meter. De vrouwtjes zetten rond september de eitjes af die met de legbuis of ovipositor, in schorsspleten of in de bodem worden gebracht. De nimfenkomen in de lente uit het ei, na te hebben overwinterd. De jonge groene sabelsprinkhanen blijven de eerste vervellingen nog in de lagere begroeiing omdat ze nog niet kunnen vliegen. Pas als ze volwassen worden rond eind juni wordt wat meer op bomen en hogere planten gekropen om beter te kunnen jagen en te zonnen.

Bron: wikipedia

Sint-Niklaas art-decoroute / 3 – 25 foto’s

  • alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

We, Fotorantje en ik, stappen flink verder om onze wandeling te vervolgen.

Art Falco Peregrinus Deco van Dzia (slechtvalk)

Van de vele street art in de stad hebben we helaas niet veel gezien. Eéntje maar jammer genoeg.

Het huis nr. 40 in de Kokkelbeekstraat, is een pand uit begin 1900 met art-nouveau-elementen en bloemenmotieven in de faiencetegels.

We gingen zitten om een natje en een droogje te verorberen want het was goed aan het regenen.

Fontein en vijver van de waterburcht Walburg. Door het Romain de Vidtspark stappen we naar de Walburgstraat.

Door de regen en onderwaterlopende straten snijden we een hoekje van de route af.

In de Zamanstraat dateren de huizen uit het begin van de 20ste eeuw en vertonen bijgevolg vaak invloeden van de art-nouveaustijl.

Stedelijk Museum (STEM)

Regentieplein

Het plein werd in de tweede helft van de 19de eeuw aangelegd als centrum van de nieuwe stationswijk. De bebouwing rond het plein bestond vooral uit herenhuizen waarvan een deel er nog steeds staat. Op het plein zelf zijn twee bomenrijen aangeplant in de vorm van twee concentrische cirkels. 

In het midden van het plein staat het zogeheten Rolliersmonument. Het is een aandenken aan de strijders van de revolutie van 1830 en in het bijzonder aan majoor Benoît Rolliers. Het bouwwerk bestaat uit een vergulde engel op een zuil met ervoor een leeuw. Op 24 juni 1906 werd het monument onthuld, een jaar later dan het 75-jarig jubileum van de Belgische revolutie. Van 1998 tot 1999 werd het gerenoveerd.

Regentieplein 46 – Bjorn Vaes decoraties.

In de Prins Albertstraat tref je tal van art nouveau gebouwen aan zoals op de huisnummers 49 (Villa Albrecht), 45, 43 en 20.

Rechtlijnige straat van het Stationsplein naar het Regentieplein, ontworpen in 1846 doch pas in 1902 aangelegd en bebouwd met voornamelijk art-nouveaugetinte burgerhuizen. Lijstgevels van twee a drie traveeën en drie bouwlagen, dikwijls onderkelderd. Parementen van geglazuurde baksteen op sokkels van arduin. Gevelwanden sterk verlevendigd door de verschillende uitgewerkte deuren en vensters: rechthoekige, segment-, korf-, rondbogig, driekwartcirkelvormig, en de versierde borstweringen en boogvelden met sgraffitopanelen.

Burgerhuis van twee traveeën en drie bouwlagen volgens archiefstukken naar ontwerp van architect F. Van Goethem van 1905. Lijstgevel met enkelhuisopstand voorzien van een merkwaardig parement van gekleurde breuksteen. Rechts, zeer smal deurrisaliet. Op de verhoogde begane grond en in het risaliet tudorboogvormige deur en vensters. Markerend hoefijzerboogvormig bel-etagevenster. Gestileerde florale motieven op de borstwering en onder de kroonlijst op smeedijzeren consoles.

Op de nummers 18 en 16 zijn enkele sgraffitodecoraties bewaard gebleven. Sgraffiti zijn vrij zeldzame gevelversieringen die worden aangebracht met een bijzondere techniek.

En dan is het station en het einde van alweer een mooie dag in zicht…

We treinen elk onze richting uit… tot volgende week!

EINDE

Bron: erfgoed Sint-Niklaas

Sint-Niklaas – art-decoroute / 2 – 25 foto’s

De Mgr. Stillemansstraat werd aangelegd in de jaren dertig van de vorige eeuw en is genoemd naar de toenmalige bisschop van Gent, Antoon Stillemans. De indrukwekkende rij woningen in art deco en nieuwe zakelijkheid is imponerend omwille van de kwaliteitsvolle architectuur. Tot de meest merkwaardige woningen behoren verschillende huizen van August Waterschoot.

Symmetrisch opgebouwde dubbelwoonst van drie bouwlagen onder licht hellend zadeldak, opgericht in 1933 in opdracht van Faresijn Emiel naar het ontwerp van August en Leander Waterschoot. Stilistisch te situeren in de modernistische stijlrichting van de interbellumperiode en meer bepaald de nieuwe zakelijkheid.

  • foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

Enkelhuis van twee traveeën en drie bouwlagen, van 1932 naar ontwerp van architect August Waterschoot voor de heer Louis Vandevelde-De Mol. Bakstenen lijstgevel op hoge arduinen sokkel. 

Woonhuis uit 1935 naar een ontwerp van architect H. Faems in opdracht van Georges Claus. Enkelhuis van twee traveeën en drie bouwlagen onder plat dak. Bakstenen lijstgevel met voorgevelparement in geglazuurde witte baksteen, op een hardstenen plint. 

Tot de meest merkwaardige huizen in deze straat behoren verschillende huizen van architect August Waterschoot. Eén van zijn grootste woningen bevindt zich op nr. 38 en telt drie bouwlagen in geglazuurde baksteen, in combinatie met andere materialen. De ronde erker in het midden is een spel van licht en kleur.

Huis in 1930 ontworpen. Rijhuis van drie traveeën en drie bouwlagen met voorgevelparement van geglazuurde baksteen op hardstenen plint en met verwerking van natuursteen voor venster- en deurlateien en erker. 

Huis van twee traveeën en drie bouwlagen onder zadeldak, in 1931 ontworpen door architect August en/of Leander Waterschoot. Bakstenen lijstgevel met verwerking van natuursteen aan de hoge plint, de vensterlateien en de erker. 

Huis van twee traveeën en drie bouwlagen, van 1932 naar ontwerp van architect August Waterschoot. Bakstenen lijstgevel op arduinen sokkel, opklimmend aan weerszijden van de deur. 

.

Bron: erfgoed Sint-Niklaas

Wordt vervolgd

Sint-Niklaas – art-decoroute / 1 – 21 foto’s

Samen met Fotorantje trok ik naar Sint-Niklaas om de art-deco route af te stappen. Huizen en ramen kijken, binnengluren, soms voelde het zo, gelukkig was er genoeg weerspiegeling en afstand 😂.

Fijn weer even mekaar terug te zien en onze vertrouwde bomen en bossen te kunnen achterlaten voor even dan, om er weer naar terug te keren.

De weersverwachting was slechter geworden naarmate onze dag dichterbij kwam en het leek dan ook heel slecht te gaan worden. De voormiddag viel buiten verwachting goed mee, warm zelfs.

Anneke maakt er wel weer een mooi verhaal van en ik hou me bij ‘facts en figures’ die ik op het net terug vind en foto’s uiteraard.

  • alle foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten

We starten aan het station van Sint-Niklaas, ons punt van samenkomst en vertrek.

Om het bouwkundig erfgoed van Sint-Niklaas te ontdekken, hoeft je geen eeuwen terug te gaan in de tijd. De 17de eeuw heeft weliswaar interessante gebouwen nagelaten op de Grote Markt, maar op diverse plaatsen in de stad raken we eveneens geboeid door schitterende pareltjes van art nouveau, art deco en nieuwe zakelijkheid. Met dank aan rijke textielbaronnen, handelaars en religieuzen, die in het interbellum hele straten lieten optrekken.

De Stationsstraat getuigt van een typische 19de-eeuwse bebouwing. De benedenverdiepingen van de aanvankelijk ruime burger- en herenhuizen werden vaak storend verbouwd tot winkels. Zo bleef van een indruk wekkend winkelhuis (nr. 35) in art nouveau uit 1897 enkel de bovenverdieping behouden. Op de bel-etage, die naar de straat geopend is met een rondboogarcade op versierde vaasvormige zuilen, zijn er borstweringen met art-nouveausmeedwerk aangebracht.

de Collegestraat

De Sint-Antoniuskerk en de neoclassicistische Sint-Jozef-Klein-Seminarie werden gebouwd door de paters recoletten. De kerk in sobere barok werd gebouwd tussen 1689 en 1696. Boven de centrale rondboogpoort staat in een nis het beeld van Sint-Antonius van Padua. Bij de kerk vinden we Anton Van Wilderode in een beeld van Wilfried Pas. Van Wilderode verbleef van 1946 tot 1982 in het kleinseminarie.

Het prachtige herenhuis aan het Onze-Lieve vrouwplein dateert van 1691, na de grote brand van 1690 die 565 houten huizen verwoestte. Het is een van de zeldzame eerste stenen burgerlijke gebouwen van de stad en daardoor getuige van de oudste bebouwingsgeschiedenis in het historisch stadscentrum van Sint-Niklaas.


In de 19e eeuw vestigt familie Janssens een katoenfabriek op de site. Dankzij een verstandig beheer en tijdige modernisering tijdens de Industriële revolutie wordt het een succesvol bedrijf.
In 1907 worden de gebouwen verkocht. De in Sint-Niklaas geboren Mgr. Stillemans, bisschop van Gent, herbestemt een jaar later de site tot ‘Vak- en Ambachtschool St.-Antonius’.
Verdere uitbreiding en de oprichting van het ‘Technisch Instituut voor de Breikunde’ in 1928 zijn van groot belang voor de ontwikkeling van de breigoedindustrie van de stad, de motor van de welvaart voor Sint-Niklaas tijdens het interbellum.


Het duurt tot 1958 vooraleer de ‘Vak- en Beroepsschool Sint-Antonius’, het ‘Technisch Instituut voor Breikunde’ en de afdeling Mechanica onder één noemer worden gebracht: de ‘Vrije Technische Scholen van Sint-Niklaas’.  De VTS wordt een essentieel onderdeel van het onderwijslandschap in de stad.
In 2008 trekken de laatste leerlingen weg uit deze historische gebouwen. Een nieuwe fase voor de VTS-site begint.

De site van de vroegere Vrije Technische Scholen (VTS) verandert in de eigentijdse stedelijke woonwijk ‘De Vakschool’. Die biedt een grote verscheidenheid aan woningen: van huurappartementen met 1 slaapkamer tot luxueuze duplex koopappartementen.

Dit levert 63 nieuwe woongelegenheden op dichtbij de Grote Markt, naast de stadsschouwburg, met de Stationsstraat in de buurt, tal van scholen in de omgeving en op wandelafstand van het station.

Ballerina

De beeldhouwster, Mariette Teugels, is gefascineerd door de schoonheid van de jonge danseres en wil deze figuur zo realistisch mogelijk weergeven. De jonge danseres buigt haar lenig lichaam diep voorover en bindt op een gracieuze wijze de zijden linten van een van haar dansschoentjes aan. ‘Spitzen’ zijn gemaakt van een leren zooltje, een satijnen of canvas schoentje en een harde neus, ook wel ‘box’ genoemd, die vervaardigd is uit papier-maché en lagen stof. Bij de voorbereiding van haar optreden lijkt de ballerina reeds een danspas uit te voeren. Zij is geconcentreerd bezig. Het strak gespannen haar is geknoopt in een knoetje. De ogen zijn gericht op de punt van haar dansschoentje, de armen vormen een elegante beweging en de benen staan reeds in de klassieke danshouding. De natuurgetrouwe vormgeving van Mariette Teugels wordt zeer gewaardeerd door een ruim publiek.

De realisatie van dit bronzen beeld vergt een degelijke vakkennis. Het levend model kan de voorovergebogen houding niet lang volhouden. Er komen dus foto’s aan te pas. Ook het boetseren kan niet zonder een metalen skelet met de nodige steunpunten. Het mouleren en in brons gieten zijn eveneens een delicate opdracht. Maar het resultaat van al deze inspanningen is een uiterst gratievol, aantrekkelijk kunstwerk.

Aan het Onze-Lieve-Vrouweplein staat de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand-der-Christenen. Deze driebeukige neobyzantijnse kerk is een ontwerp van de bekende Gentse architect Louis Roelandt en werd gebouwd tussen 1841 en 1844. De toren werd pas in 1855-1870 voltooid en in 1896 bekroond met een 6 meter hoog verguld Mariabeeld, vervaardigd door de Sint-Niklazenaar Van Havermaet en de koperslager Van Rijswijck uit Antwerpen.
(de kerk stond in de steigers)

Het neogotische stadhuis werd in de periode 1876-1878 gebouwd door de Gentse architect Pieter van Kerkhove. De
linker- en rechtervleugel werden toegevoegd na WO II. De voorgevel, de belforttoren en inkomhal zijn opgetrokken in witte hardsteen uit het Waals-Brabantse Gobertange. Tegen de belforttoren zijn twee brede trappen aangebouwd. De balustrades lopen uit op een verheven voetstuk met daarop vier gebeeldhouwde, zittende leeuwen die het stadswapen van Sint-Niklaas omklemmen.

Het iconische Sint-Nicolaasbeeld aan de voet van het stadhuis is het meest gefotografeerde kunstwerk van Sint-Niklaas en staat zelfs op de toeristische borden langs de E17. 

Sint-Nicolaas, bekend als Sinterklaas, is sinds 1217 de patroonheilige van de stad. De mijter, rode mantel en staf zijn herkenbare attributen van de grote kindervriend. Kunstenaar Achiel Pauwels presteerde in 1997 een huzarenstukje met een beeld van dergelijke afmetingen in keramiek. Het werk is 4,5 meter hoog en samengesteld uit een driedimensionale puzzel van 300 stukken.

De keuze voor het beeld berust bij kinderen uit de lagere school, die het bijzonder kleurrijk vonden. Het symboliseert daarmee de kindvriendelijkheid van de stad. In 2013 werd het beeld getroffen door vandalisme, maar intussen heeft Sinterklaas beide handen terug.

De Grote Markt was ingepalmd door de kermis

de Lopers, Mariette Teugels

De bronzen beeldengroep ‘de Lopers’ is het eerste en tevens een van de meest populaire werken die Kunst in de Stad heeft aangekocht (1980).

Dit dynamisch kunstwerk valt van meet af aan in de smaak bij jong en oud. Drie jonge lichamen in beweging, elegant en soepel, gespannen en geconcentreerd op de inspanning. Welk doel hebben ze voor ogen? Welke toekomst wacht hen? Het blijven open vragen. De kijker is evenwel gecharmeerd door de levenskracht die de rennende jonge mensen uitstralen

De vrij realistische uitbeelding is een antwoord op het negativisme van de zestiger jaren van vorige eeuw. Tevens zet het zich af tegen de conceptuele en anti-esthetische stromingen in de kunst van die jaren. Toch valt deze vormgeving niet onder de klassieke beeldhouwkunst te klasseren. De kunstenares creëert volgens eigen inzicht een stijl die zowel nieuw, eigentijds als tijdloos kan worden genoemd.

De beeldhouwster gebruikt hier de techniek van de verloren was. Ze bouwt het beeld eerst op in klei. Daarna giet zij de vorm, eerst negatief en daarna positief zodat zij een model in plaaster verkrijgt. Dit model wordt verder verfijnd. Hierna is het de bronsgieter die opnieuw een negatief maakt. Dat belegt hij met was en voorziet het geheel van giet- en verluchtingskanalen. Vervolgens wordt de was uitgestookt. Dan is het beeld klaar om in brons te worden gegoten.

Het begon te miezeren dus tijd om iets te zoeken om te eten. Ook goed om mijn been wat te laten rusten want de sciatique begon al ferm op te spelen. Anneke kent me al en herinnert er mij aan dat ik mijn zakjes lactose-OK moet innemen, jaja anders komt dat niet goed met die darmen en ik wil geen gedoe meer op de trein…

Gezellig onder onze parasol even rust. De uitbaatsters verwonderd dat we buiten zitten en blijven zitten ook als het even regent. Nee het is hier goed hoor, geen probleem!

Bron: erfgoed Sint-Niklaas

Word vervolgd.

De Averegten : bloemen / 11 foto’s

vruchtpluis van de gele morgenster
Grote wederik

De grote wederik heeft een bijzondere relatie met slobkousbijen (Macropis), een geslacht van solitaire bijen. Soorten daarvan zijn onder andere de gewone slobkousbij en de bruine slobkousbij. De plant vormt olieklieren aan de voet van meeldraden. De olie wordt door vrouwelijke slobkousbijen verzameld samen met het stuifmeel. Tijdens het bezoek van de bij aan de bloemen komen de olie en het stuifmeel op de borst van de bij terecht, die ze tijdens het vliegen naar de poten overbrengt en vasthecht aan speciale haren, de ‘slobkousen.’ Het mengsel van olie en stuifmeel dient als voedsel voor de bijenlarven. Vooral langs spoorsloten komt deze ecologische relatie voor.

Weegbreeslangenkruid

Echium plantagineum groeit op zonnige of licht beschaduwde plaatsen op zandige ruderale terreinen, wegbermen, in garrigue, op graslanden en op rotsige hellingen, vooral in de buurt van de kust.

De plant komt algemeen voor in het hele Middellandse Zeegebied, van Portugal tot de Krim, in Macaronesië (de eilandengroep die de Canarische Eilanden, Madeira, de Azoren en de Kaapverdische Eilanden omvat), en in West-Europa tot in Zuidwest-Engeland.

De plant is door de mens geïntroduceerd in Australië, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten, waar hij als een invasieve exoot wordt gezien.

Korenbloem

Een verwante van de korenbloem kan als onderdeel van mengsels “wilde” zaden gekocht worden, maar er zijn ook cultivars van de korenbloem te koop als ‘Blue Boy’, ‘Blue Ball’, ‘Red Boy’ en ‘Red Ball’, ‘Silver Queen’ en ‘White Ball’.

Een aftreksel van de bloemen en bladeren is wel gebruikt tegen bronchitis. Ook worden de bloemblaadjes sporadisch gebruikt in thee, zoals de ‘Russian Earl Grey’

Kamille
Kamille

Echte kamille komt voor op open, vochtige tot droge, betreden of omgewerkte grond. Wat de zuurtegraad of bodemtextuur betreft, is de soort weinig kieskeurig. Omdat een groot gedeelte van de zaden in de bodem lang kiemkrachtig blijft, domineert echte kamille dikwijls de pioniersbegroeiing in het eerste jaar na braakligging van de akker. Eenzelfde verschijnsel doet zich frequent voor op plaatsen waar hopen teelaarde zijn gedeponeerd. Verder komt echte kamille voor in beschadigde of recent aangelegde bermen, in tuinen en plantsoenen en allerlei open, jonge begroeiingen. Tijdelijk kan de soort een opvallende plaats innemen in pas aangelegde graslanden of gazons.

Grote kattenstaart

De grote kattenstaart, de stengel en bladeren tannine bevatten, werd het vroeger in de leerlooierij gebruikt. Wortelsap levert een rode kleurstof voor het verven van wol. Medicinaal werd de plant in het verleden ingezet voor haar bloedstelpende werking, tegen diarree, dysenterie, maagslijmvliesontsteking en vlektyfus.

Rechte ganzerik

Deze plant, die hoogte kan bereiken van 30 tot 70 cm, ontspruit aan een wortelstok. Hij vormt een rozet van vijf tot zeven, behaarde, handvormig samengestelde bladeren. Uit de rozet groeien stengels op met een pluim van gele bloemen met een zwavelkleurige kroon. 

Hij heeft een verspreidingsgebied van het oosten van Europa tot het westen van Azië en heeft een voorliefde voor droge, zonrijke plekken.

grote klaproos

Bron: Wikipedia