marsh-marigold or buttercup – dotterbloem of boterbloem?

 

gewone dotterbloem-3228-2

 

 

Caltha palustris, known as marsh-marigold and kingcup, is a perennial herbaceous plant of the family Ranunculaceae, native to marshes, fens, ditches and wet woodland in temperate regions of the Northern Hemisphere.

It becomes most luxuriant in partial shade, but is rare on peat. In the United Kingdom, it is probably one of the most ancient native plants, surviving the glaciations and flourishing after the last retreat of the ice, in a landscape inundated with glacial meltwaters.

 

 

De gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) is een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De soort is in Nederland wettelijk beschermd. De bloem ontleende zijn naam aan het Duitse ‘Dotter’ en het etymologisch verwante Middelnederlandse ‘doder’ (dodre) wat ‘dooier’ betekent, daarmee verwijzend naar zijn gele kleur.

 

 

gewone dotterbloem-3255

 

 

 

Mijn leven lang benoem ik deze bloemen al als boterbloem dus blijf ik dat maar doen. Heb trouwens de blaadjes niet gefotografeerd en daar zit hem het uiteindelijke verschil: het onderscheid wordt pas echt duidelijk als je naar het groene blad kijkt. 

Bij de boterbloem is het blad handvormig ingedeeld met 5 tot 7 slippen. Daarbij zijn de kleine blaadjes hoekig en diep ingesneden. Bij de dotterbloem zijn de bladeren bijna rond tot niervormig. 

 

 

zwartpootsoldaatje (cantharis fusca)

 

zwartpootsoldaatje-3293

 

Cantharis fusca reaches a length of 10–15 millimetres (0.39–0.59 in). Except for parts of the head and thorax, which are red or orange, this species is completely black. The body is flat and long, with a weak exoskeleton. These beetles have long feathery antennae, and comparatively long legs.

This species is common in large parts of Europe, and lives in bushes, edges of forests, and meadows. They hunt for small insects.

The larvae have black hairs, and also eat small insects. They are very cold-resistant, and can be seen crawling on the snow in winter.

 

Lengte 11-15 mm, mei-juli.

Kenmerken
Halsschild geelrood met zwarte vlek op het voorste gedeelte. De zachte dekschilden en poten donker grijs. Achterlijf eveneens geelrood.

Voorkomen
In geheel Europa in bossen en open gebieden met bosschages heel algemeen.

Levenswijze
Behoort tot de soldaatjes of weekschildkevers met ca. 50 soorten in Nederland en België. Vaak op bloemen en struiken te vinden waar ze zich met levende en dode insecten voedt. Larve leeft op de bodem van wormen en slakken, maar ook wel van plantendelen. In de winter is ze soms op sneeuw te zien.

 

Bron: http://www.soortenbank.nl

lychnis – koekoeksbloem

daughter of the wind

 

 

 

 

According to the Oxford English Dictionary, Greek anemōnē means “daughter of the wind“, from ánemos the wind god “wind” + feminine patronymic suffix -ōnē. The Metamorphoses of Ovid tells that the plant was created by the goddess Venus when she sprinkled nectar on the blood of her dead lover Adonis. The name “windflower” is used for the whole genus as well as the wood anemone A. nemorosa.

 

 

De wetenschappelijk geslachtsnaam Anemone gaat terug op de antieke oudheid.

Plinius de Oudere verbindt de naam met het Griekse anemos = Wind. Anemona was een nymph aan het hof van de godin Flora. Volgens de sage zou Floras Zephyr, de god van de wind, op Anemona verliefd zijn geworden, waarop ze door de jaloerse godin in een bloem veranderd werd.

Volgens andere bronnen zou de naam teruggaan op de oude Griekse en Latijnse verbastering van de Semitische naam van Adonis, uit wiens bloed de met rode bloemen getooide soort in het Midden-Oosten zou zijn ontsproten.

 

Bron: wikipedia

the cock – de haan

 

haan-1

 

 

A cockfight is a contest held in a ring called a cockpit between two gamecocks or cocks, with the first use of the word gamecock(denoting use of the cock in game, sport, pastime or entertainment) appearing in 1646.  after the term “cock of the game” used by George Wilson, in the earliest known book on the secular sport of cockfighting in The Commendation of Cocks and Cock Fighting in 1607. Gamecocks are not typical farm chickens. The cocks are specially bred and trained for increased stamina and strength. The comb and wattle are removed from a young gamecock because, if left intact, they would be a disadvantage during a match. This process is called dubbing. Sometimes the cocks are given drugs to increase their stamina or thicken their blood, which increases their chances of winning. Cockfighting or more accurately secular cockfighting is considered a traditional sporting event by some, and an example of animal cruelty by others and is therefore outlawed in most countries. Usually wagers are made on the outcome of the match, with the surviving or last-bird-standing being declared the winner. There are religious significance and aspects of the rooster and the cockfight which are exampled by the religious belief of Tabuh Rah, a religious and spiritual cockfight where a rooster is used in religious custom by allowing him to fight against another rooster in the Balinese Hinduism spiritual appeasement exercise of Tabuh Rah, a form of animal sacrifice, where ritual fights usually take place outside the temple and follow an ancient and complex ritual as set out in the sacred lontar manuscripts. Similarly within the religious schema of Christianity and the cockfight within a religious, spiritual and sacred context, there are numerous representations of the rooster or the cock and the cockfight as a religious vessel found in the Catacombs from the earliest period as well as similar illustrations of cocks in fighting stance taken from the Vivian Bible.

 

 

haan-2

 

Hanen hebben een sterke natuurlijke neiging om elkaar te bevechten door territoriumgedrag te vertonen, de zogenaamde pikorde, hetgeen commercieel wordt geëxploiteerd in hanengevechten. Soms worden metalen sporen of scheermesjes bevestigd aan de sporen die hanen van nature hebben. In de meeste landen zijn hanengevechten verboden.

Een haan bakent zijn territorium af door te kraaien. De haan begint hiermee als hij ongeveer 14 weken oud is. Hanen kraaien over het algemeen ‘s morgens vroeg. Dit komt niet door het opkomen van de zon, maar door zijn biologische klok. Wanneer er geen andere hanen in de buurt zijn, kraait een haan maar 1 tot enkele keren. Wanneer echter een andere haan in de buurt is, kan het kraaien enige tijd voortduren doordat de hanen tegen elkaar op gaan kraaien.

Als de haan een lekker hapje heeft, zal hij dit in eerste instantie nooit zelf opeten, de haan klokt dan om een vrouwtje te lokken. Als er geen hennen komen, eet de haan alsnog het hapje zelf op.

 

Bron: wikipedia

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1,533 other followers