het Vinne

het Vinne

 

 

Today I take a dive in the water - vandaag duik ik toch even in het water



yellow water-lily – gele plomp

gele plomp

 

 

This aquatic plant grows in shallow water and wetlands, with its roots in the sediment and its leaves floating on the water surface; it can grow in water up to 5 metres deep. It is usually found in shallower water than the white water lily, and often in beaver ponds. Since the flooded soils are deficient in oxygen, aerenchyma in the leaves and rhizome transport oxygen to the rhizome. Often there is mass flow from the young leaves into the rhizome, and out through the older leaves. The rhizomes are often consumed by muskrats. The flower is solitary, terminal, held above the water surface; it is hermaphrodite, 2–4 cm diameter, with five or six large bright yellow sepals and numerous small yellow petals largely concealed by the sepals. Flowering is from June to September, and pollination is entomophilous, by flies attracted to the alcoholic scent. The flower is followed by a green bottle-shaped fruit, containing numerous seeds which are dispersed by water currents. The species is less tolerant of water pollution than water-lilies in the genus Nymphaea.

 

De gele plomp (Nuphar lutea) is een algemeen voorkomende waterplant met drijvende bladeren uit de waterleliefamilie(Nymphaeaceae).

De gele plomp is een plant die zich met zijn wortelstok en via zaad verbreidt. In het eerste jaar heeft de plant veelal alleen bladeren die onder water blijven. Daarna komen de drijfbladen en in de zomer de gele bloemen die op grote boterbloemen lijken. De bloemen drijven niet op het water maar steken erbovenuit. De meeldraden weerkaatsen behalve geel ook ultraviolet licht, waardoor ze door bijen goed gevonden worden.

De driekantige steel bevat luchtkanalen, waarmee zuurstof dat vanuit huidmondjes op de drijvende bladeren wordt opgenomen naar de wortels wordt geleid. Sommige insectenlarven maken van de luchtkanalen gebruik om te ademen.

De gele plomp is de nationale plant van Friesland. Het blad (Fries: pompeblêd), maar dan in het rood, staat op de vlag.

De gele plomp groeit in dieper water en draagt bij aan de hoeveelheid zuurstof in het water. De plant heeft er behoefte aan dat de grond ongemoeid wordt gelaten.

De eetbare wortel bevat de stof nupharine, een giftige stof die teniet wordt gedaan door de wortel goed te koken.

De vrucht is groen en flesvormig en drijft aanvankelijk op het water. Later valt de buitenste schil van de vrucht en splijt deze open, waarna de zaden tevoorschijn komen. Deze zinken uiteindelijk naar de bodem.

 

 

green frog

kikker frog

 

 

 

Green frog,
Is your body also
freshly painted?

O groene kikker,
is je lijfje evenzo
geverfd zoeven ?!

@Akutagawa Ryūnosuke (1892-1927)

greylag goose – grauwe ganzen

Click on a picture to start the slideshow – klik op een foto om de slideshow te starten.

 

 

 

The ancestor of most domestic geese, the greylag is the largest and bulkiest of the wild geese native to Belgium and the Netherlands. It is a large gray-brown goose with strong orange beak and pink legs. The tail in flight has a wide white border.

 

 

De grauwe gans (Anser anser) is de in België en Nederland meest voorkomende gans. Het is een grote grijsbruine gans met forse oranje snavel en roze poten. De staart heeft in vlucht een brede witte rand.

kokmeeuw – black-headed gull (3 images)

kokmeeuw-7

 

 

This gull is 38–44 cm (15–17½ in) long with a 94–105 cm (37–41 in) wingspan. In flight, the white leading edge to the wing is a good field mark. The summer adult has a chocolate-brown head (not black, although does look black from a distance), pale grey body, black tips to the primary wing feathers, and red bill and legs. The hood is lost in winter, leaving just 2 dark spots. It breeds in colonies in large reedbeds or marshes, or on islands in lakes, nesting on the ground. Like most gulls, it is highly gregarious in winter, both when feeding or in evening roosts. It is not a pelagic species and is rarely seen at sea far from coasts.

The black-headed gull is a bold and opportunistic feeder and will eat insects, fish, seeds, worms, scraps and carrion in towns, or take invertebrates in ploughed fields with equal relish. This is a noisy species, especially in colonies, with a familiar “kree-ar” call. Its scientific name means “laughing gull”.

This species takes two years to reach maturity. First-year birds have a black terminal tail band, more dark areas in the wings, and, in summer, a less fully developed dark hood. Like most gulls, black-headed gulls are long-lived birds, with a maximum age of at least 32.9 years recorded in the wild, in addition to an anecdote now regarded to be of dubious authenticity regarding a 63-year old bird.

 

 

kokmeeuw-5

 

 

Zijn snavel en poten zijn diep, donkerrood, kop en keel zijn donker chocoladebruin, vandaar soms ook de naam “kapmeeuw”. Ze hebben een smalle, witte oogring. Vanaf de hals verandert de kleur in wit. Die kleur loopt door in de onderdelen en de staart. Mantel en vleugeldekveren zijn zilvergrijs. Zijn slagpennen zijn ook wit, met een zwarte punt. In de winter is de onderkant van de vleugel donkerder. Voor de rest is deze meeuw geheel wit. In de winter wordt zelfs zijn kop wit, op een paar donkere plekjes in de oorstreek en voor het oog na. Zijn snavel en poten worden dan licht roodachtig. In de vlucht hebben ze een witte vleugelvoorrand waaraan ze duidelijk te herkennen zijn. Ook vallen hun lange, spitse vleugels dan op.

Tussen winter en zomer bezitten ze een overgangskleed met een “koptelefoontje” of een “schimmelkop”, naargelang het individu. De jongen bezitten een grijsachtige kop, een gele snavel met een zwarte punt, bruingrijs gevlekte vleugeldekveren en een zwarte dwarszoom over de staart. Hun buitenste grote slagpennen zijn zwart met een witte centrumvlek. In de tweede herfst verliezen ze hun dwarszoom en in hun eerste winter hebben ze een bruine tekening op hun vleugels. Hoe ouder de meeuwen worden, hoe meer dat bruin verdwijnt. Bij de jongen is de snavel donker en zijn de poten vleeskleurig.

Ze worden ongeveer 37-42 centimeter groot, ongeveer zo groot als een stadsduif. Ze zijn ongeveer 20 centimeter kleiner dan de zilvermeeuw. Hun gewicht bedraagt ongeveer 225-350 gram. Ze hebben een spanwijdte die 92 centimeter bedraagt. Ze lijken erg op de dwergmeeuw (in Nederland slechts een zeldzame broedvogel), de zwartkopmeeuw (een nog zeldzamere broedvogel), de vorkstaartmeeuw (een onregelmatige gast) en de reuzenzwartkopmeeuw (een vogel die nog maar één keer gesignaleerd is in Nederland). Ze hebben ook heel veel weg van de dunbekmeeuw, die ook een lichte voorvleugel heeft. De kokmeeuw heeft een levensverwachting van 10-15 jaar, maar kan ook meer dan 30 jaar oud worden

 

 

kokmeeuw-4

 

mijn eerste stappen in de vogelfotografie.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1,622 other followers