the forest – het bos I (8 foto’s)

 

Meerdaalwoud, Oud-Heverlee

 

 

 

Klik op een foto om te vergroten – click on a picture to enlarge

Advertisements

de herfst sluipt binnen – autumn falls into summer (8 foto’s)

klik op een foto om te vergroten – click on a picture to enlarge

 

Een vliegje in de herfst,
vliegt tussen de takken van een berk –
geur van bladeren, natte aarde-
en tussen die takken is niets
en tussen die en die,
het vliegje denkt misschien:
de spin is een verzinsel, het eerste web
moet nog worden uitgevonden!
Het wordt donker,
de maan komt op,
oud bos,
slingerende paden, nauwelijks lanen,
de moed om te verdwalen
bijna gemist.

© Toon Tellegen
uit Gedichten 1977-1999

 

great hairy willowherb – harig wilgenroosje

 

 

Harig wilgenroosje groeit in natte en vochtige ruigten in zeer voedselrijke milieus. De soort is zeer talrijk in min of meerverruigde rietlanden, grote zeggenvegetaties, zomen van voedselrijke wilgenstruwelen en langs de oevers van rivieren, beken en sloten.

caterpillars of peacock butterfly – rupsen van dagpauwogen (3 foto’s)

 

Het ligt misschien niet direct voor de hand om de brandnetel als vlinderplant aan te merken. Toch is hij voor vlinders erg belangrijk: een aantal vlinders is er zelfs helemaal van afhankelijk. Zonder brandnetel kunnen ze zich niet voortplanten.

 

De dagpauwoog, de kleine vos, de atalanta en de gehakkelde aurelia kunnen niet leven zonder de brandnetel. Het zijn niet de vlinders die van deze plant eten, maar de rupsen. Zij lusten buiten brandnetel helemaal niets anders.

 

 

Als je zo’n rupsengroep tegenkomt kun je ze goed herkennen. De rupsen van dagpauwoog zijn zwart met een blauwige gloed en veel hele kleine witte stipjes. Die van kleine vos zijn bruinachtig zwart met flink veel gele tekening. Ook landkaartjesrupsen zitten in groepen bij elkaar. Deze zijn bruinzwart zonder verdere kleur, dus geen witte stipjes en geen gele tekening.

 

 

The caterpillars, which are shiny black with six rows of barbed spikes and a series of white dots on each segment, and which have a shiny black head, hatch after about a week. The chrysalis may be either grey, brown, or green in colour and may have a blackish tinge. The caterpillars grow up to 42 mm in length.

boomkikker – tree frog

 

De rug van de boomkikker is glad en doorgaans grasgroen gekleurd. Boomkikkers kunnen echter vrij snel van kleur veranderen en zijn soms geel, olijfgroen of donkerbruin. Op de buik is de huid vrij korrelig en vuilwit van kleur. Op de flanken loopt er een donkere streep die de rug en buik scheidt. De paringsroep bestaat uit een aaneenschakeling van zeer luide, korte en snel op elkaar volgende “krèk-krèk-krèk-krèk-krèk-krèk”-roepen die vooral ‘s avonds en tijdens de nacht gehoord worden.