Vorsdonkbos en turfputten / 2 (13 foto’s)

Het geluid van de kikkers was sterk aanwezig. Ik heb ze niet kunnen ontdekken maar hun gekwaak steeg boven alles uit. In tussentijd genoot ik van de flora aan de turfputten en op de verschillende velden.

akelei

De akelei is vermoedelijk overgewaaid van de naastgelegen tuintjes. Ik zag maar een paar plantjes aan de rand van het bos.

Amerikaanse vogelkers

De Amerikaanse vogelkers of bospest (Prunus serotina) is een plant uit de rozenfamilie. De soort is in Nederland en België geïntroduceerd en vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw als vulhout in de bossen aangeplant.

Bloesem van de bramen
echte koekoeksbloem

De Nederlandse naam koekoeksbloem is evenals de botanische naam, het Duitse ‘Kuckuckslichtnelke’ en het Franse ‘Lychnis fleur-de-coucou’, afgeleid van het spuug, dat vroeger koekoeksspuug werd genoemd en soms op de stengels van de plant kan worden gevonden.

Gelderse roos

De Gelderse roos bloeit in mei en juni met witte bloemen die in platte tuilen voorkomen. De randbloemen zijn steriel, de overige bloemen zijn vruchtbaar. De randbloemen hebben de functie om insecten te lokken. De bloem wordt door insecten bezocht vanwege de nectar. 

De Gele lis. In Nederland en in iets mindere mate in Vlaanderen is de plant een bekend gezicht langs sloten en andere ondiepe waterwegen. Het aantal planten liep eind 20e eeuw in Nederland fors terug, reden waarom de plant in de lijst van wettelijk beschermde planten opgenomen is geweest.

De grote ratelaar komt van nature voor in vochtige, matig voedselrijke graslanden. De soort heeft erg geleden onder de intensivering van de landbouw. Tegenwoordig komt men de grote ratelaar weer meer tegen. De plant is namelijk gemakkelijk uit te zaaien en is populair bij (weg)beheerders. Omdat de zaden maar een jaar kiemkrachtig blijven dienen bermen en hooilanden met de grote ratelaar laat in het seizoen gemaaid te worden.

kale jonker

De kale jonker (Cirsium palustre) is een twee- of meerjarige vederdistel. Ze overwintert met winterknoppen onder of net boven de grond.

Vergeet-mij-nietjes

Volgens een Griekse legende gaf God bij de schepping aan alle planten een naam. Toen hij dacht klaar te zijn riep er een klein blauw bloempje: “Oh Heer, vergeet mij niet!”. “Zo zul je heten” zei de Heer toen 🙂

In een volgend logje kuieren we nog wat verder door het landschap.

In memory 26-05-2011

Liefste broer

Een dier als foto was beter geweest of rode pioenen…

Een schaap dat stond te blèren van zodra het je hoorde afkomen met je fiets van school

Jij met een schaap op de hooiwagen

Een kat die niet meer wilde eten omdat jij met de ziekenkas op verlof was

Een eend die overal achter je aan waggelde

En later, later was je niet meer weg te slaan bij de paarden

Je reed kilometers om ze elke dag na je werk te kunnen verzorgen, toe te fluisteren…

Met veel pijn in mijn hart ‘klein-n’ en nu zou je boos zijn op mij 🙂 je was een kop groter 🙂

Maar je bleef mijn kleine broer

Grote groene sabelsprinkhaan – great green bush-cricket

De grote groene sabelsprinkhaan is een goede springer, die ook kan vliegen bij verstoring of gevaar. Eigenlijk is het eerder wegzweven, want de afstand bedraagt nooit verder dan een tiental meters en er is altijd een sprong nodig om van de grond te komen. De mannetjes ‘zingen’ door de voorvleugels langs elkaar te wrijven, en zijn te horen van drie uur in de middag tot drie uur ‘s nachts. Het geluid is zeer luid en goed te horen tot een afstand van 100 meter. De vrouwtjes zetten rond september de eitjes af die met de legbuis of ovipositor, in schorsspleten of in de bodem worden gebracht. De nimfen komen in de lente uit het ei, na te hebben overwinterd. De jonge groene sabelsprinkhanen blijven de eerste vervellingen nog in de lagere begroeiing omdat ze nog niet kunnen vliegen. Pas als ze volwassen worden rond eind juni wordt wat meer op bomen en hogere planten gekropen om beter te kunnen jagen en te zonnen.

English text: great great bush-cricket

Vorsdonkbos en turfputten (10 foto’s)

De naam ‘Vorsdonkbos’ verraadt de verscheidenheid van het landschap. ‘Vors’ is het plaatselijke woord voor kikker, die zijn leven afwisselend op het land en in het water doorbrengt. ‘Donk’ is een oude Vlaamse naam voor een zandheuvel naast een rivier. ‘Bos’ duidt er op dat de grond altijd natuur is gebleven, nooit in cultuur werd gebracht.

Toen de zee zich miljoenen jaren geleden uit de streek terugtrok, liet ze ijzerhoudende zandbanken achter. De heuvels die het landschap rondom de Demervallei bepalen, zijn overblijfselen van die versteende zandbanken. Ze geven aan het Hageland haar typische uitzicht. Het is aan heuvels zoals de Eikelberg en de Ijzerenberg dat het Vorsdonkbroek zijn opvallende waterrijkdom dankt.

Het water dat op de heuvels in de bodem dringt, zoekt zijn weg door de ondergrond om veel later aan de voet van de heuvelflank op te borrelen. Veel bijzonder zuiver ‘kwelwater’ komt zo terecht in het Vorsdonkbroek, zowat het laagste punt van het Hageland. 

De Demer zocht op het einde van de laatste ijstijden een andere loop op. In de elleboog van de intussen verlande meander ontstond een drassige zone die bekend staat als Vorsdonkbos-Turfputten.

gele lis

Het is een gebied met een vrij uitgestrekt elzenbroek afgewisseld met open plekken, die getuigen van vroegere turfputten en bomkraters. De ontstane moerassen zorgen voor een ongemeen boeiende landschappelijke en biologische variatie.

dagkoekoeksbloem

In een volgend logje bekijken we nog wat meer van de plaatselijke biologische variatie.

Wilgenhoutrups – Goat moth caterpillar

wilgenhoutrups

De wilgenhoutrupsen zien eruit als een rood worstje van zeker 9 centimeter lang en nauwelijks behaard. Ze kunnen twee tot viermaal overwinteren in boomschors of spinthout voordat ze zich verpoppen.

***

The caterpillars have a red/purple stripe across the back and a black head. They reach a length of 9–10 cm. The caterpillars feed in the trunks and branches of a wide variety of trees (see list below), taking three to five years to mature. The caterpillar holes can be found low on the stem (maximum 1.0–1.5 cm above the ground). When ready to pupate the caterpillar leaves the tree to find a suitable spot.

Robertskruid – Red Robin

Het robertskruid (Geranium robertianum), vroeger ook wel stinkende ooievaarsbek genoemd, is een plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae). Het is een een- of tweejarige, tot 50 cm hoge plant. De naam robertskruid zou of afgeleid zijn van de kleur rood of van Robert van Molesme die in de elfde eeuw dit kruid als geneesmiddel aanbeval.

De tot 6,5 cm grote bladeren zijn driehoekig, en een of tweemaal geveerd. De drie- tot vijftallige bladeren geven een goed middel om het robertskruid van andere Geranium-soorten te onderscheiden. Op droge ondergrond kleuren de bladeren rood. Ook de stengel kleurt vaak rood.

De plant bloeit van april tot november. De roze (zeer zelden witte) bloemen hebben een doorsnee van 2 cm. De vijf kelkbladen zijn eirond tot langwerpig. De vijf kroonbladen zijn nauwelijks uitgerand. De bloemen zijn tweeslachtig en worden bestoven door onder meer bijen. Het stuifmeel en de helmhokjes hebben een paarse of oranje kleur. De plant heeft een voorkeur voor beschaduwde plaatsen; men kan hem dan ook vaak langs wandelpaden in loofbossen aantreffen.

English text: Red Robin

Wandeling – Walk *Arboretum Wespelaar* / 2 (18 pics)

Dubbele klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge (slideshow)

Het Arboretum Wespelaar, 20 hectare groot, is een gespecialiseerde collectie van struiken en bomen uit de hele wereld, die winterhard zijn in België. De collectie werd in 1985 gestart door Philippe de Spoelberch en wordt nu beheerd door de Stichting Arboretum Wespelaar.

Het arboretum staat ondertussen zeer ruim bekend om zijn uitgebreide verzameling van Acer, Magnoliaen Rhododendron, om de prachtige herfstkleuren en om de kwaliteit van etikettering en rondleidingen. Minder bekende genera zoals Clethra, Franklinia, Lindera, Styrax, Stewartia, enz. komen ook ruim aan bod.

The Arboretum Wespelaar, 20 hectares, is a specialized collection of shrubs and trees from all over the world, which are hardy in Belgium. The collection was started in 1985 by Philippe de Spoelberch and is now managed by the Arboretum Wespelaar Foundation. The arboretum is now widely known for its extensive collection of Acer, Magnolia and Rhododendron, for its beautiful fall colors and for the quality of its labeling and tours. Lesser known genera such as Clethra, Franklinia, Lindera, Styrax, Stewartia, etc. are also widely discussed.

Fly me to the moon

Fly me to the moon
Let me play among the stars
Let me see what spring is like
On jupiter and mars

In other words, hold my hand
In other words, baby kiss me

Fill my heart with song
And let me sing for ever more
You are all I long for
All I worship and adore

In other words, please be true
In other words, I love you

Fill my heart with song
Let me sing for ever more
You are all I long for
All I worship and adore

In other words, please be true
In other words, in other words, I love you

@Frank Sinatra

Wandeling – Walk *Arboretum Wespelaar* / 1 (18 pics)

Het arboretum opent normaal zijn deuren in april als de magnolia’s in volle glorie staan. Helaas stak Covid19 daar dit jaar een stokje voor en gingen de deuren voor de eerste keer open op woensdag 6 mei om 10 uur.

dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge (slideshow)

Philippe de Spoelberch, een gepassioneerd dendroloog, vestigde zich in de jaren 1970 te Herkenrode en begon er aan de uitbouw van zijn botanische collecties. Al snel werd duidelijk dat de privé tuin te klein werd om al die planten te herbergen. De collectie werd midden jaren 1980 uitgebreid naar het noorden en zo ontstond het Arboretum Wespelaar dat sinds 2001 beheerd wordt door de Stichting Arboretum Wespelaar. Ondertussen is Arboretum Wespelaar uitgegroeid tot een plantenverzameling van wereldformaat. Ze telt ongeveer 2000 verschillende soorten en (cultuur-) variëteiten samengebracht in het 20ha grote park. Speciale aandacht gaat naar bomen en struiken van gekende, wilde origine. 

Philippe de Spoelberch, a passionate dendrologist, started his botanical collections in Herkenrode in the 1970’s. In order to accommodate ever more plants, he decided to extend the collection towards the north of his garden, on what would later become the Arboretum Wespelaar. The Arboretum is managed since 2001 by the Foundation Arboretum Wespelaar, which was set up to guarantee the survival of the collections and to arrange for their opening to the public. Today, about 2000 different species and cultivated varieties can be discovered on the 20 hectare grounds, with the main focus being on trees and shrubs from known wild origin.