
.


.

Zomerbar in ‘t groen is een onderdeel van het totale zomerprogramma in Antwerpen. Dit zomerprogramma wil ook de minderbedeelden laten kennis maken met theater, toneel, circus en andere activiteiten. In de zomerbar had ook de tentoonstelling plaats van de deelnemers van de workshop sociale fotografie. Deze tentoonstelling verhuist nog naar andere plaatsen in Antwerpen, Hasselt en Gent.

.

.

.

.

.

.

.


,

.

?

.

.

?

?

.

.

.

Tentoongesteld ’site oud Sint-Jan’ te Brugge

Tentoongesteld ’site oud Sint-Jan’ te Brugge

Tentoongesteld ’site oud Sint-Jan’ te Brugge


Een zeer gezellige gelegenheid in de site oud Sint-Jan te Brugge. Je kan er ook lekker buiten zitten op een mooie binnenplaats. En er zijn fantastische drankjes (mojito) en tapas. Heerlijk.
Een voor mij ongekend stukje Brugge.

.

.

In één van de zalen van ’site oud Sint Jan’ is ook een tentoonstelling van Robert Vollekindt.
Prachtige, sterke, imposante fotografie.

.






Lake Abaya (Abaya Hayk in Amharic) is van vulkanische oorsprong en is één van de Ethiopische Rift Valley-meren.In het zuiden ligt het Chamo meer en in het zuidwesten ligt de stad Arba Minch (universiteitsstad). Het maakt ook deel uit van het Nechisar National Park. Het Abaya meer is 60 km lang en 20 km breed, de diepste plaats is 13 meters. Het meer ligt op een hoogte van 1.268 meters. In het meer zijn meerdere kleine eilanden. Het grootste eiland is Aruro.


Tussendoor ook enkele foto’s van bloemen en planten waarvan ik een foto genomen heb. Helaas ken ik weinig namen van bloemen die in ‘het wild’ groeien. De kerstroos heb ik wel herkend. Maar er zijn onder onze bloggers serieuze kenners, dus ik verwacht binnenkort alle namen te hebben.







In Arba Minch zitten we in een hotel dat boven de stad torent. Stoutmoedige bavianen komen loeren aan de ramen van het restaurant of ze toch maar niets kunnen meepikken. Eet een aap nu echt bananen? En eet hij die met of zonder schil? We testen het uit en ziehier het resultaat.
Enkele minuten later vertrekken we en onderweg worden we omringd door de bavianen.




De etnische groep, de Tsemay, zijn dominant aanwezig in het dorp Weita dat op de route Konso – Jinka ligt. Zij zijn één van de minst gekende etnische groepen van Ethiopia. Er wordt geschat dat ze met een 5.000 tal zijn. Ze zijn deels boeren die gebruik maken van de overvloeiïngstechniek en vooral de gewassen mais en sorghum (tropisch gewas) kweken. Daarnaast fokken ze vooral runderen en hangen ze bijenkorven in de bomen voor de teelt van honing. Ze spreken een oost-Koesjitische taal die aanleunt bij de Konso-taal (andere etnische groep). Volgens mondelinge overdracht is dit de taal van waar hun origineel stamhoofd, Asasa, vandaan komt. Hun huidig stamhoofd leeft in de Tsemay hoofdstad, Ganda Bogolkila en claimt de negende plaats in lijn na Asasa. Er wordt verondersteld dat deze migratie heeft plaats gevonden tussen de 150 en 250 jaar geleden.
Nochtans is hun gedrag en kledingstijl gelijkaardig aan dat van de Omotic Aric stam. Politiek en spiritueel leunen ze dichter aan bij de Arbore stam, die een gelijkaardige taal spreekt en van wie het territorium grenst aan de stad waar het stamhoofd van de Tsemay verblijft.
De Tsemay gaan frequent en openlijk een gemengd huwelijk aan met een lid van de Hamar stam waarvan het territorium grenst aan het hunne in het westen. Hun bestuur bestaat uit een ouderdomssysteem van 4 personen uit 4 generaties.







De Benna zijn een etnische groep die hun inkomen vooral verdienen als veehoeders, vooral runderen.
Kinderen lopen op stelten langs de straat om een centje bij te verdienen door het laten nemen van foto’s.



De meest bekende etnische groep van South Omo zijn ongetwijfeld de Mursi. Deze groep bestaat uit ongeveer 5.000 mensen. Zij zijn heel bekend als veefokkers. Hun territorium ligt tussen de Omo Rivier in het westen en de Mago rivier in het oosten.
Uiteraard zijn ze het meest bekend om hun lipplaten of hun kleiplaten. Wanneer een Mursi vrouw ongeveer 20 jaar is wordt een insnijding gemaakt tussen haar onderlip en haar mond. Gedurende het volgende jaar wordt de spleet progressief uitgerokken tot ze groot genoeg is om een kleine kleiplaat te bevestigen tussen de lip en de mond. Het stretchen van de spleet blijft zich herhalen tot ze groot genoeg is om een kleiplaat van ongeveer 15 cm diameter erin te plaatsen. Wanneer de spleet zo groot is, kunnen de vrouwen hun uitgezette lip over hun hoofd trekken. Hoe groter de kleiplaat die de vrouw kan dragen hoe groter haar waarde is als ze gehuwd is. Een vrouw met een echte kanjer van een kleiplaat kan een prijs vragen van 50 runderen.

Een andere, weinig aanvaardbare, uitleg is dat de platen de gehuwde vrouwen onaantrekkelijk maken voor andere aanbidders en slavenkopers. Waarom weinig aanvaardbaar, als je een Mursi dorp bezoekt merk je dat de vrouwen deze kleiplaten niet zoveel meer dragen omdat het ongemakkelijk en zwaar is.

De vrouwen met de uitgerokken lippen laten ze gewoon hangen. Het is geen aangenaam zicht. Ocharme de jongedames die weldra die toer opmoeten.

De weg voor mannen naar hun maturiteit is ook niet onbezorgd. Een Mursi man kan in principe niet huwen als hij geen Donga gewonnen heeft. Een Donga is een wedstrijd tussen twee jonge mannen, gekalkt in het wit, die op de vuist moeten met mekaar over een twee meter lange paal. Vroeger gingen de gevechten zover dat er doden vielen. Vandaag zwicht er één van de vechters vooraleer het zover komt. De winnaar wordt rond gedragen door een groep geschikte kandidates waaruit hij dan zijn keuze mag maken en beslist wie zijn bruid wordt.

Om een bezoek te brengen aan een Mursi dorp moet je een kost van 30 birr per voertuig betalen aan de ouderen.
Per foto die je maakt van één persoon betaal je 2 birr. Heeft een moeder haar kindje bij dan betaal je 3 birr. Klik geen twee keer zonder betalen, ze tellen de klikken van je toestel.

Iedereen wil een centje bijverdienen. Ze knijpen in je armen om de aandacht te trekken en zeggen ‘photo, photo, 2 birr’. Het kan een beetje vervelend worden.

Kleiplaten kunnen als souvenir gekocht worden bij de vrouwen en de meisjes.
In Ethiopia staat iedereen op om ‘nul’ uur (is gelijk aan bij ons 6 uur in de morgen). Nul uur is het moment dat de zon opgaat. Alle leven komt op gang. Om 12 uur (is gelijk aan bij ons 18 uur ’s avonds) is het donker dan moeten alle koeien terug thuis zijn.



En probeer dan maar eens met je 4 x 4 hierdoor te komen en geen dieren aan te rijden. Je wil ook thuis zijn voor het donker.

Jinka is de administratieve hoofdstad van South Omo. Er was avondmarkt in het dorp en ik had zin om hem even te verkennen. Aan de poort van het hotel staan altijd wel jongeren die een centje willen bijverdienen. Dus keek ik uit naar een leuk intelligent snoetje en vroeg aan een jongen of hij mij wou begeleiden bij mijn bezoek aan de markt. Als je in gezelschap bent laten de anderen op de markt je gerust en kan je rustig rondkijken en geeft de kleine gids je ook nog uitleg.



Dat het leven niet over rozen loopt heb ik de vorige week nogmaals ondervonden. Ik probeer nu het leven terug op te nemen. Vandaar ook dat ik niet gelogd heb.
We bezochten een dorp waar de vrouwen zelf hun borden, potten een kookgerief maken. De pot of bord wordt gemaakt van de aarde die naast hun hutten te vinden is. Ze voegen er water aan toe en beginnen de klei-aarde te kneden. Dan geven ze er een vorm aan en laten dit opdrogen. De creaties worden niet gebakken. Geniet ervan!






Net buiten de omheining van het dorp was een boer zijn veld aan het ploegen. Honderd jaar terug in Belgie?

Zoals alle wegen naar Rome leiden, leiden in het South Omo alle wegen naar het kleine stadje Turmi. Turmi is een Hamar stad en ligt op de kruising van de twee hoofdwegen die er in de regio lopen.
Van heinde en ver komt men wekelijks op maandag naar de markt in Turmi. Wij lopen samen met de stroom mensen mee die richting markt gaan. Van alle kanten komen kleurrijke mensen vandaan. Verschillende bevolkingsgroepen komen naar deze markt o.a. de Hamar, de Bashada, soms de Tsemay en de Banna. Hier en daar vind je ook nog een Konso. Sommige mensen moeten dagen wandelen vooraleer ze de markt bereiken.





De vrouw met de rood gestreepte rok is een Konso vrouw.
The Hamar hebben een populatie van ongeveer 35.000 mensen en bewonen een groot gedeelte van het oosten van de Omo Rivier tot Lake Chew Bahir. Zij spreken één van de unieke Omotic talen maar zij dragen ook een unieke selectie van lichaamdecoratie die het hele gamma van de Omo specialiteiten omvat behalve de kleiplaten.
Het zijn half-nomadische veetelers, hun leven draait rond het vee. Hun status en hun rijkdom hangt hieraan vast. De koeien worden soms met een scheermes bewerkt om decoratiemotieven te voorzien. Als de Hamar niet rondtrekken houden ze zich voornamelijk bezig met het telen van sorghum. Dit is een gewas dat op mais lijkt maar het heeft geen kolf met mais maar een pluim met zaad. Landbouw speelt nu een grotere rol in hun leven.
Hun woningen zijn spitsvormige hutten gemaakt van gevlochten takken.









De getrouwde vrouwen verrassen ons met hun versierde tressen ingesmeerd net als hun lichaam met een rode stof gemaakt van klei, fijngemalen rode steen en olie. Een dozijn of meer koperen armbanden rond hun armen en dikke striemen op hun lichaam die ze zelf aangebracht hebben door in hun lichaam te snijden en de wond te verzorgen met as en houtskool. Naast de kleurige kralen halssnoeren dragen deze vrouwen één of meer dikke koperen ringen dikwijls met een ronde wig van ongeveer 10 cm lang die vooraan aan de keel vooruitsteekt. De uitstekende wig toont aan dat zij vrouw nummer één is. Deze metalen ringen kunnen niet meer verwijderd worden. In hun doorboorde oorlellen dragen ze metalen oorversieringen.


Lederen lappen worden gedragen als een soort rok en worden in hun middel vastgehouden door riemen versierd met Kauri schelpen (porseleinschelpen). De schelpen zijn makkelijk te doorboren en daardoor worden ze overal opgenaaid. Bijgeloof: voor hen zijn het ‘kwaad-afwerende’ schelpen.Niet alleen aan hun armen (polsen en bovenarmen) maar ook vlak onder de knie dragen ze een aantal metalen banden en ringen.


Jonge meisjes dragen meestal een hoofdbandje (bala) waaraan een heel licht metalen klep is vastgemaakt.


De mannen hebben ook lichaam decoraties maar minder pijnlijk. Zij kalken zichzelf met witte kalk pasta voor een dans of een ceremonie. De klei versieringen, een kapje, op het hoofd van sommige mannen duidt aan dat ze in het laatste jaar een gevaarlijk dier hebben gedood. Het kapje is gemaakt door het insmeren van hun hoofd met verschillende kleuren klei die een prachtig effect heeft nadat de klei opgedroogd is. Andere mannen dragen een kleiner kapje met een struisvogelveer en bewijzen daardoor dat ze een vogel hebben afgeschoten.


De mannen slapen ’s nachts met hun hoofd op een neksteun zodat hun kapsel niet zou breken. Ze behangen zich ook met oorbellen, kettingen, pols en bovenarmbanden. In hun lenden dragen ze als enige kledingstuk een lendendoek.


Je zal bijna nimmer of nooit een Hamar zien zonder neksteun, een mes of een Kalashnikov.


De Karo die met een max. populatie van 1.500 mensen zijn leven in de vallei van de rivier de Omo in Zuidwest-Ethiopië. Zij spreken eveneens een Omotic taal. Zij verbouwen sorghum, mais en bonen. Kenmerkend voor de Karo vrouwen is dat ze een spijker door hun kin steken.

Het zijn meesters in lichaams- en gezichtsbeschildering. De Karo gebruiken hiervoor witte kalk, houtskool, gele, okerkleurige en rode aarde. Kralen en kettingen. De vrouwen maken kerven in hun borstkast om hun schoonheid te vergroten. Om de kerven te laten genezen bestrooien ze deze met houtskool. Wanneer een man zijn borstkas kerft betekent dit dat hij een vijand of een gevaarlijk dier heeft gedood. De kerven worden aangebracht met een mes of een scheermesje.



Ze leven op een plateau 300 m boven de Omo rivier. Aan de overkant van de rivier leven hun vijanden.





Net als bij de Hamar zal je een Karo man zelden zien zonder neksteun, een mes en een Kalashnikov.









Je zal mij even moeten missen maar einde maart ben ik er terug.



Meer dan 800 verschillende soorten vogels zijn er in Ethiopia.






De ‘rijkere’ families kunnen hun kinderen naar een privé-school sturen. Zij dragen dan steeds een uniform. Ethiopia is een vrij conservatief land.

Het leven zoals het is in de universiteitsstad Arba Minch





Het Offerfeest van de moslims had plaats op 8 december 2008. Ook in Ethiopia werd dit gevierd. Het is naast het Suikerfeest (einde van de Ramadan), het tweede grootste feest.


De krokodillenmarkt, neen het is geen echte markt maar een eiland in het Chamo meer waar de krokodillen liggen te zonnen. De krokodillen zijn de langste van Afrika. Vissers in hun papyrusbootjes laveren tussen de krokodillen en de nijlpaarden.














Vissen op het Chamo meer is voor velen een dagelijkse broodwinning.



De Dorze wonen bij Chencha. Om daar te komen hebben we van Arba Minch (de veertig bronnen) 1.500 meter hoogte moeten overwinnen. De Dorze wonen in speciale hutten, een soort uitgerokken bijenkorven met een voorhalletje. De hutten zijn meer dan 12 m. hoog en gemaakt van bamboestokken en bedekt met gedroogde ensetbladeren. Uit de hutten steken op verschillende hoogten horizontale stokken uit. Deze dienen om aan de hutten te werken, om ze te herstellen indien ze teveel aangetast zijn door de termieten of om ze simpelweg te verhuizen.



Binneninrichting van het huis

Wil je er zelf in zo ééntje logeren? Dan ziet het er zo uit

De Dorze zijn gekend om het maken van prachtige sjamma’s, kleden en dekens. De vrouwen spinnen het garen en de mannen weven. De mannen weven meestal in openlucht en zitten op de grond. Hun voeten leggen ze in een put die gegraven is onder het weefgetouw.




















Hansbeke ligt tussen Gent en Aalter. Eeuwenlang heeft de adel de plak gezwaaid in Hansbeke en dat kan je nog terugvinden in de vele vensterluiken en deuren van dorpswoningen en oude boerderijen. Deze werden/worden in de kleuren van de kasteelheer van Hansbeke geschilderd, wit – blauw, graaf De Bousies-Borluut, die ooit eigenaar was van deze woningen.

Café de reisduif met cafébaas Leon
Sinds ongeveer augustus 2008 is het café gesloten. De uitbater verblijft in een rustoord. Zelf heb ik als kind er mening uur gesleten bij Leon en zijn ma. Het café werd bekend door het liedje van Johan Verminnen.
Rond de leuvense stoof
onder rood gebakken pannen
is gezelligheid een woord
dat zacht aan je tong blijft plakken
Niet uit glazen, maar uit flessen
kan je daar je dorst gaan lessen
bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna
(refr.)
Café de Reisduif
café De Reisduif
bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna
Op de leuvense stoof
sudderen zwart verbrande pannen
voor wie honger heeft geen nood
en wie koud heeft komt zich warmen
In dit dorp van godvergeten
hebben notabelen gezeten
bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna
Refr (2x)
Op de leuvense stoof
seines uit ‘t gezin van Paemel
‘t is als in een rol verzonnen
schuif ik de voeten onder tafel
Laat het leven buiten rollen
hier is de druppel altijd voller
bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna











En voor de zwart/wit liefhebbers, hier is hij dan




.
.



.


Ethiopia is een land, als je het éénmaal geroken, gevoeld en geproefd hebt,, het licht gezien hebt, je nooit meer kan vergeten. Er is een blijvend verlangen.
Zo was het ook na mijn reis in december vorig jaar. Een verlangen om terug te gaan bleef en werd intens groot. In maart van dit jaar, op één dag na, drie maanden na mijn thuiskomst, ben ik teruggegaan.
Op vrijdagavond rond 17 uur vertrek ik naar de luchthaven van Zaventem. De vlucht, Ethiopian Airlines, is pas om 20.05 u en het duurt nog tot 18.20 u vooraleer het nummer van de gate tevoorschijn komt op het bord. De check-in is rij 10 zoals gewoonlijk. De vlucht vertrekt stipt op tijd en gaat deze keer over Frankfurt. Blijkbaar wordt er afgewisseld met Parijs.
De zitplaats naast mij is niet ingenomen en ik gebruik ze dan maar om al liggend te proberen slapen. Om 3.45 uur Belgische tijd worden we wakker gemaakt om te ontbijten. Zo vroeg! Maar plaatselijk is het bijna 6 uur in de morgen en in Ethiopia wordt iedereen dan wakker, zowel mensen als dieren (voor Ethiopiërs is 6 u = O u.). Om 7.45 u landt de vogel op de luchthaven van Addis. De ochtendzon zet haar eerste stralen af op de vleugels.
Mijn guide/driver, Alex, wacht mij op in de luchthaven en brengt mij over naar mijn hotel. In de voormiddag geniet ik van een dutje en in de namiddag bezoek ik de sauna en de jacuzzi. ’s Avonds eten we heerlijk Italiaans (er volgt nog genoeg enjera).
Vooraleer uiteindelijk te gaan slapen, valt de elektriciteit uit in een gedeelte van de stad en in het hotel. Gelukkig hebben ze een eigen generator en na 5 minuten hebben we in het hotel terug licht. Toch goed dat ik mijn zaklamp bij heb. De duisternis is over de stad gevallen en ik voelde de behoefte om er toch enkele beelden van te nemen.





We vertrekken vandaag, zondag, voor een serieuze rit van Addis naar Kombolcha zo’n 385 km. We houden halt in de loop van de namiddag in Senbeta voor de wekelijkse zondagse Oromo markt.
De Oromo people komen oorspronkelijk van de Keniaanse grens waar nu de Borena wonen, een subgroep van de Oromo. Zij migreerden noordwaarts van hun thuisland in het begin van de 16de eeuw. Vandaag zijn de Oromo verdeeld in 6 hoofdgroepen en honderden subgroepen, zij delen in gemeenschappelijk overleg een goed gedocumenteerd en strak mannelijk acht-jaren systeem, genoemd Gada. In deze gemeenschap leven de christenen en de islam al jaren gemoedelijk naast mekaar.

.

.

.

.

.


.

.

.

.

.


.

.

.

.

.


.

.

.

.

.

.

.

.

.



De vrouwen op de markt dragen de typische Oromo juwelen.

.

.

.

.

.

De vrouwen en mannen dragen een hoofddoek om zich te beschermen tegen de warmte maar vooral tegen het oneindige stof dat overal opwaait.

.

.

.

.

.

Boterverkoop op de markt te Senbeta. Gedurende de westerse vastentijd is ook in Ethiopia voor de Orthodoxe christenen een vastenperiode. Gedurende deze periode is er geen melk en boter te koop.

.
Oromo mannen aan het discussiëren op de markt.

.
Het vervoer van goederen gebeurt in deze bergachtige streek veel met camels (dromedarissen).

.
Bijna aangekomen in Kombolcha ontmoeten we een groep dansende en zingende jongeren. Zij zijn opweg naar een vriend die gaat trouwen en verzamelen onderweg geld voor de bruidegom.

Vandaag trekken we van Kombolcha (bij Dessie) naar Bati, ongeveer 80 km heen en terug. Bati is de stad waar wekelijks op maandag de markt gehouden wordt. Waar de markt in Senbeta vooral de Oromo people aantrekt is dit in Bati vooral de markt voor de Afar people.
De Afar zijn een half nomadenvolk. Hun grond is uitgedroogd, er is weinig water te vinden en bijna geen vegetatie voor hun runderen. Daarom proberen ze steeds de grond in te nemen van de Oromo waardoor ze bijna constant op voet van oorlog leven. De Afar doden een Oromo en de Oromo doden dan weer een Afar. Daarom is het dikwijls verboden voor de Afar om naar de zondagmarkt te gaan in Senbeta. Toen ik er was, werden de Afar niet toegelaten op de zondagse markt in Senbeta omdat er weer problemen waren.

.

.

.



De markt te Bati was nog groter en overdonderend dan de Senbeta markt. De plaatselijke gids trok met ons over de markt. Ik was blij dat mijn begeleider, Alex, vandaag ook mee ging op de markt. Het was terug even wennen dat ik als enige blanke tussen al deze zwarte mensen liep en eigenlijk de attractie van de markt was. Binnen enkele dagen is dat gevoel weg maar nu was het er nog.

.

Alex ging ook eens foto’s nemen. Van vrienden had hij een fototoestel gekregen en wou hij enkele jonge meisjes met de speciale haardracht fotograferen voor zijn website. Met zijn toestel waar hij door het LCD-scherm moest zien om te kadreren had hij met het sterke licht wat problemen en daar kon ik mooi van profiteren om rustig foto’s te nemen want de aandacht van de mensen ging naar hem uit.

.

.

De mensen zijn kleurrijk gekleed maar dragen een realiteitszin met zich mee die ons doet denken aan droefheid, gelatenheid.

.


.

.

.

.

.



.


.

.


.

.

.

In de regio Wolo is er een zeer groot tekort aan water. Je ziet dan ook dagelijks honderden mensen met gele of blauwe plastieken bussen (bidon) die kilometers ver naar een waterput trekken en dan soms uren aanschuiven om aan water te geraken. De oorzaak van het groot tekort aan water zijn de bergen die de regen tegenhouden. De plaatselijke bergen zijn er de oorzaak van dan er veel te diep moet geboord worden om water te vinden en dat materiaal is niet voorhanden.
In de buurt van de stad Woldia (Grana) 520 km van Addis Ababa, werden er in 2007 door Italië, de stad Bologna, in uitvoering met een hulporganisatie van Ethiopia (helpers association for Ethiopia), drie waterpompen geplaatst. De vierde pomp was onmogelijk te plaatsen door de diepte waarin ze moesten boren. Ze konden niet bij het water.
Vandaag is Woldia ook gekend als de geboorteplaats van de beroemde magnaat Al Amoudi. Dit is de eigenaar en bouwheer van het Sheraton in Addis Ababa.

.

.

.

.

Lake Hayk, gelegen in het kleine stadje Hayk, is 3.500 ha groot. Het meer ligt op een hoogte van 2.030 m boven de zeespiegel en is interessant voor de vele vogels die er leven. Het meer draagt de naam lake Hayk, Hayk wat in het Amharigna (plaatselijke taal) lake betekent. De echte naam van het meer is lake Lago.
De plaatselijke vissers zijn er steeds te vinden om hun netten uit te slaan vanop hun papyrusboten.

.

.

.

.


.

Onderweg van Woldia naar Kombolcha (145 km)

.


.

.

.

.

.

.

Jongeren onderweg al dansend en zingend om geld in te zamelen voor het trouwfeest van een vriend.

.

.

.

.

.

Het land van de Afar gaat geleidelijk over van bergachtig naar bijna woestijngrond. Vlak, plat en droog. Enkel een dorre boom kan hier overleven.

.

.

.

.

.

.

.

Vandaag rijden we van Kombolcha naar Awash en hebben een trip van 420 km voor de boeg. We rijden voornamelijk door de streek waar de Afar verblijven.
De Afar (of Danakil) beschouwen zichzelf als één van de oudste Ethiopische etnische groepen, die ten minste al 2000 jaar hun droog onherbergzaam thuisland hebben ten oosten van de Ethiopische hooglanden (Highlands).
Een groot gedeelte van de weg is er geen asfalt. Het opvliegende stof zorgt ervoor dat de vegetatie niet groen maar bruin wordt.
Georganiseerde rondreizen zijn er in dit gebied niet. Wens je een tocht door deze streek te maken moet je een chauffeur en privé-jeep huren.

.

.

.

.

.

.

De Afar zijn nomadische veefokkers. Ze leven in lichte onbenullige huizen die gemaakt zijn van matten en bananenbladeren. Wanneer ze vertrekken naar een andere plaats verhuizen ze de huizen op de rug van hun camels. Rond de stad Assaita zou er bij de Afar een lichte verstedelijking plaats vinden maar de nomaden levenswijze buiten de steden is nog sterk aanwezig.

.

.


.

.

.

De Afar bevolking staat bekend om hun wreedaardigheid en hun vreendelingenangst/haat. (In de jaren 1930 werden de mannelijke indringers in hun regio vermoord en werden hun testikels afgedaan om mee te nemen als trofee). In vergelijking met de Highlanders is de Afar bevolking lang en donker. De vrouwen hebben ingewikkeld kroeshaar en een gevlochten haarstijl. De mannen hebben een Afro-kapsel.
Het gebrek aan water is in deze regio zo groot dat de vrouwen en kinderen langs de weg bedelen om een plastiek fles te krijgen met een beetje water in. Ze roepen naar iedere voorbijkomende wagen ‘Highland, Highland‘ (= het merk van het water).

.

.

.

.

.

.

.

Het Nationale Park ligt tussen de kliffen van de Rift Valley en heeft een oppervlakte van 830 vierkante kilometer. De rivier de Awash, waar het park zijn naam aan ontleent, ontspringt in het noordwesten van Addis Ababa en stroomt via het park om uiteindelijk uit te monden in de zoutmeren Gamari- en Abbemeer. Het park was ooit eigendom van Haile Selassie en is één van de mooiste parken van Ethiopia. Vroeger was het bekend om zijn wild maar na de wilde jachtpartijen van het Mengistu-regime is er bitter weinig groot wild overgebleven. De overheid probeert het wildbestand te herstellen maar dat gebeurt zeer langzaam.

.

.

.

In het park verblijven regelmatig nomaden zoals de Afar en de Kereyou. Het is nog steeds een strijd tussen de overheid en de nomaden die sinds mensenheugenis hun vee laten grazen in het park.

.

De spectaculaire watervallen van de Awash zijn in het zuidelijke deel van het park terug te vinden. Daar is ook het hoofdkantoor, een klein museum met opgezette dieren die vroeger in het park leefden en enkele campingplaatsen.
Bij de hoofdingang kopen we toegangstickets en gaan op pad maar niet zonder eerst een gewapende scout toegewezen te krijgen die ons moet vergezellen. Ik vraag mij af hoe dat manneke dat maar 1.50 m is ons gaat beschermen en tegen wie of wat. Het blijkt tegen het wild te zijn en de Afar nomaden die hier regelmatig in het park zijn en soms voor problemen zorgen. Ze hebben een slechte naam, de trotse en mensenschuwe Afar is niet gesteld op vreemdelingen in zijn gebied en daar ze het Park nog steeds als hun gebied beschouwen, kunnen we maar beter voorzichtig zijn.
Je hebt in ieder geval een jeep nodig om het park te verkennen want de wegen zijn onverhard en in slechte staat.

.

.

En of de mannen nu blank of zwart zijn, ze spelen zo graag met stenen.

We rijden verder langs de Awash canyon tot de Arba Dima View waar de rivier Awash en Arba Dima samenvloeien. We lunchen in de Kereyou Lodge. Het restaurant ligt op de rand van de canyon van waar we een prachtig zicht hebben op de Awash en de bergen van de provincie Harar. Het terras is afgeschermd met gaas maar dit is een overbodige maatregel daar het wild zo beperkt is en we enkel wat springbokken, wilde varkens en apen gezien hebben.
Ondanks dat het niet toegestaan is, wordt er toch nog veel gejaagd in het park. Uiteraard speelt de honger in dit gedeelte van Ethiopia een grote rol.

.

.

.


.

.

.

.



.

.










.

.

.

.

.

.

.


.

.

.

.

.

.

.


Je kan er heerlijk eten!

.



.











Een Brit had geschreven: ‘ook de doden van de vijand verdienen respect’.

.

.

.

.

.

.

.

.

.


.

.

.

.

.

.

.

.

.

.


.

.

.

.

.

.


.

.

.

.

.

.

.


.

.

.

.

.

.

.

.


.


.









De site oud Sint Jan te Brugge herbergt een mooie tentoonstelling van diverse kunstenaars.

Recente reacties