het Walenbos II (10 foto’s)

dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on an image to enlarge

 

 

Het Walenbos is gelegen ten noorden van Sint-Joris-Winge, tussen Houwaart en Tielt. Het ligt ten zuiden van de drassige vallei van de Brede Motte, tussen de Diestiaanruggen bestaande uit de Houwaartseberg in het noorden en het complex Roeselberg-Alsberg in het zuiden.

Het is grotendeels een broekbos, gelegen in een gebied dat op het einde van de 18de eeuw nog grotendeels uit beemden bestond. De drainage en de bebossing met talrijke populierenaanplantingen gebeurden in de 19de eeuw. Het is een waterrijk gebied met talrijke bronnen, beekjes en grachten met een bijzonder rijke fauna en flora. Naar het zuiden gaat het over in een hellingbos op de noordelijke flank van de Roeselberg en Alsberg, waar een hoogteverschil van meer dan 50 meter zich manifesteert, tot op bijna 80 meter boven de zeespiegel. Talrijke diepe holle wegen dalen er af naar de vroegere beemden. Op bepaalde plaatsen komt hier diestiaanzandsteen aan de oppervlakte. De heuvelrug van Roeselberg tot Alsberg vormt tevens de scheiding tussen de valleien van de Brede Motte en de Winge. Naar het oosten grenst het Walenbos aan het Grootbroek met de Leigracht of Heergracht, destijds gekenmerkt door beemden en perceelsrandbegroeiing. Het Waterhof is nog steeds omgracht, maar het gebouw werd door een nieuwe constructie vervangen.

Advertisements

het Walenbos I

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on an image to enlarge

Het 500 ha groot natuurreservaat is een relatief jong reservaat, het gebied was tot het midden van de jaren 70 volledig eigendom van een groot aantal privé-eigenaars.

Het grootste stuk van het Walenbos wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bos herbergt het grootste elzenbroekbos van Vlaanderen. De naam van het bos zou verwijzen naar de zompige, natte ondergrond van het gebied.

Witte aronskelk

 

In een heel klein kamertje
Staat een mannetje met een heel klein hamertje
Hij heeft een rode puntmuts op
Die staat een beetje scheef op zijn kop
Een witte krulbaard rond zijn mond
En een tuinbroek aan zijn kont
Hij woont in een paddenstoel in het bos
Maar het dakje dat zit los
Dus daarom timmert hij het vast
Want van die tocht daarvan heeft hij last
En als het regent dan wordt het nat
En nat worden dat doet hij alleen in bad
In een prachtig witte aronskelk
Gevuld met wat druppels lammetjesmelk

 

@internet: onbekend

kuieren door de Plantentuin van Meise (10 foto’s)

Bij de hoofdingang van de Plantentuin van Meise verwelkomden de trosjes paarse krokussen ons volop – zondag 25 maart.


Ook de paaslelies (narcissen) waren van de partij in de hoofddreef.


Een bruidspaar kwam zelfs op zondag met hun gezelschap foto’s nemen onder begeleiding van enkele muzikanten, een kleurrijke bedoening op deze toch nog frisse lentedag.

Op de achtergrond zie je het plantenpaleis.

Boven op het kasteel van Bouchout – achterkant – kan je foto’s nemen en genieten van mooie panoramische vergezichten (heb ik nu niet gedaan).

Zo zijn we langs één van de vijvers verder gewandeld richting oranjerie en uitgang.

Er zijn veel soorten ganzen in de plantentuin en zowaar daar kwam familie nijlgans met twee jongen.

Moerascipressen kunnen ademwortels maken. Rondom de boom verschijnen holle houten stompen, die 1,5–2 m hoog kunnen worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze wortels de boom (die vaak met z’n voeten in het water staat) van lucht voorzien.

De zon liet zich overschaduwen door de wolken en wij trokken huiswaarts.

een zonnestraaltje…

 

De Helleborus wordt ook wel kerstroos genoemd. Deze wintergroene plant is een van de meest geliefde vaste planten in de tuin. Deze ijzersterke planten met prachtige bloemen brengen al vroeg kleur in de tuin. Bij een zonnestraaltje zijn ook de bijtjes van de partij.

 

de molen van Rotselaar

 

Het verhaal van de molen is eeuwenoud. De oudste vermelding dateert uit 1217. In dat jaar sterft de eigenaar van de molen: de Heer van Rotselaar, en de oudste zoon erft, onder andere, de molen. We kunnen er dus van uit gaan dat er hier al meer dan 800 jaar een watermolen op de Dijle staat.

De gebouwen die nu rond het erf staan dateren natuurlijk niet uit 1217, maar zijn een staalkaart van het bouwen doorheen 5 eeuwen.

 

 

 

Het oudste gebouw, de molenaarswoning, dateert uit 1573 en is opgebouwd uit een fundering en plint uit ijzerzandsteen, muren uit baksteen en een dak bedekt met natuurleien. IJzerzandsteen is natuursteen die hier in de heuvels van Rotselaar gewonnen werd (Diestiaan).

Deze woning verving een vakwerkgebouw: een gebouw opgebouwd uit een houten constructie ingevuld met een wissen vlechtwerk, leem en stro.

 

 

De witgekalkte molen dateert uit 1664: hij verving het vakwerkgebouw dat op het moleneiland stond. Tijdens de godsdienstoorlogen was de molen immers vernield. Pas in 1664 vond de Spaansgezinde Hertog de politieke en economische situatie terug geschikt om te investeren in de Molen van Rotselaar. Het bouwwerk werd de op 2 na grootste molen van de Nederlanden. Er werd niet alleen graan van boeren uit de omgeving vermalen, maar ook graan dat via de Dijle vanuit Antwerpen werd aangevoerd. De Dijle was bevaarbaar en samen met de nieuwe molen werd door bouwmeester Hanecart ook een nieuwe sluis op de Dijle ontworpen.

 

 

 

In de jaren 1930 bouwde men nog midden op het erf een gebouw met kantoorruimte bij en een hangar tegen de silo aan. Maar al voor de tweede wereldoorlog was het duidelijk dat de molen met zijn verouderend machinepark in een krappe behuizing niet opgewassen zou zijn tegen de grote maalderijen uit de buurt zoals Remy in Wijgmaal, Hungaria, Van Orshoven, de Dijlemolens, …in Leuven.
In 1968 werd voor het laatst gemalen. Het maalquotum werd verkocht, de machines verzegeld, de leren aandrijfriemen en ziften uit de plansichters verwijderd…

 

 

Vandaag is de molen van Rotselaar een veelzijdig en duurzaam project op een historische site. Met een waterkrachtcentrale die groene energie opwekt. Met een samenhuizenproject van negen huishoudens. Met biogroenteteler Werner die molengroenten en ander biolekkers verkoopt. Met bakker Gilbert die elke week de oude bakoven opstookt voor heerlijk brood. Met aandacht voor de waterkwaliteit: dagelijks halen ze een halve ton vuil uit het water. En dankzij de vistrap van de VMM kunnen vissen vrij migreren. Dat alles in een complex met een lange geschiedenis, mooi gerenoveerd voor zijn hedendaagse functies.

 

 

Bron: molen van Rotselaar