canal Leuven-Dyle III

kanaal Leuven-Dijle

 

Nadien werden dit vijf sluizen : Tildonk, Kampenhout-Sas, Boortmeerbeek, Battel en Zennegat. Tussen 1836 en 1837 werd het kanaal aangepast aan schepen met een diepgang tot 3,60 m en herbouwde men ook Kampenhout-sas. Het kanaal was belangrijk voor het transport van goederen en reizigers doch vanaf 1837 nam het reizigersvervoer af toen de spoorlijn tussen Leuven en Mechelen in dienst kwam.

 De kanaalinfrastructuur is tot op vandaag zeer weinig gewijzigd. De sluizen zijn nagenoeg authentiek en de wijzigingen zijn beperkt gebleven tot verstevigingswerken (de sluisdeuren worden niet langer door kaapstanders bediend maar door lieren). Daar de kanaal infrastructuur een industrieel-archeologische waarde heeft is deze door het ministerieel besluit van 19 maart 1997 beschermd als monument. De sluis, de sluiswachterswoning en omgeving zijn wegens hun historische en industrieel archeologische waarde beschermd als dorpsgezicht.

De mobiele bruggen over het kanaal worden momenteel een voor een omgebouwd om op afstand bediend te worden. De centrale bedieningstoren staat in Kampenhout