carrion crow – zwarte kraai

 

Na de (Vlaamse) gaai kwam ik een iets gevaarlijker vogel tegen en daar ze onlangs vanuit onze gemeente in het nationale nieuws kwamen, wegens aanvallen op mensen ter bescherming van hun nesten, bleef ik op mijn hoede. De vogel had echter geen slechte bedoelingen.

 

 

Kraaien leven meer solitair dan roeken en kauwen. Het zijn intelligente vogels die zich makkelijk aanpassen aan verschillende diëten; ze zijn van alle markten thuis maar wel vrij schuw en duidelijk moeilijker te benaderen dan kauwen. In kleine tuinen zal je ze niet vaak zien. Ze eten o.a. wormen, insecten, fruit, zaden, keukenafval, eieren en jonge vogels. Ze foerageren meestal in paren, meer zelden in wat grotere groepen, vooral op weide- en akkerbouwland, niet in dichtbegroeid landschap. Kraaien hebben een reputatie als jagers van kleine vogeltjes en nestenuithalers en werden om die reden in het verleden vaak genadeloos vervolgd. Er zijn meldingen van aanvallen op levende vogels (spreeuwen, houtduif en kievit) die in vlucht tot landen werden gedwongen en dood gepikt en opgegeten. Daardoor fungeren ze als een natuurlijke predator van vogelpopulaties. Het zijn ook aaseters die foerageren op doodgereden dieren langs de weg.

 

The plumage of carrion crow is black with a green or purple sheen, much greener than the gloss of the rook. The bill, legs and feet are also black. It can be distinguished from the common raven by its size (48–52 cm or 19 to 20 inches in length as compared to an average of 63 centimetres (25 inches) for ravens) and from the hooded crow by its black plumage, but there is frequent confusion between it and the rook. It has a wingspan of 84–100 cm or 33 to 39 inches. The beak of the crow is stouter and in consequence looks shorter, and whereas in the adult rook the nostrils are bare, those of the crow are covered at all ages with bristle-like feathers.

Advertisements