clouds

Tildonk

Ik wou dat ik kon vliegen
Naar de wolken
Daar waar het rustig is
Geen drukte om me heen
Een plek waar je kan dromen
Over de toekomst
Een plek waar je kan nadenken
Over het verleden
Even weg van alle drukte

@internet onbekend

Advertisements

Het belevingscentrum ’14-’18 in een notendop

Het Belevingscentrum ’14-’18 focust op de Vlaams-Brabantse oorlogsgeschiedenis. Het accent ligt op de mensen die deze oorlog beleefden. Centraal staan historische personen, levensverhalen en anekdotes die je mee getuige maken van de gruwel die deze oorlog met zich mee bracht.

Zes ruimtes en een kloostergang

De zes ruimtes en de kloosterpandgang hebben telkens een andere invulling. De pandgang verbindt de kamers en brengt aan de hand van tijdlijnen en citaten het nationale en internationale oorlogsverhaal in beeld. De kleuren op de wanden leiden je van de invalsruimtes (augustus en september 1914) naar de bezettingsruimtes (oktober 1914-november 1918).

Belevingscentrum WOI Tildonk-1668

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1667

De inval door de ogen van…

In de eerste invalsruimte leer je twaalf historische personen kennen die elk op hun manier de Eerste Wereldoorlog beleefd hebben: onder meer een landbouwer, een Belgische generaal, een Duitse militair en uiteraard een Tildonkse kloosterzuster. Via audiofragmenten leer je hun levensverhaal kennen.

Belevingscentrum WOI Tildonk-1653

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1654

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1655

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1656

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1659

Troepenbewegingen in kaart

Het grote scherm in de tweede invalsruimte geeft een overzicht van militaire bewegingen in Vlaams-Brabant.

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1662

 

Belevingscentrum WOI Tildonk-1663

De beklemmende oorlogsonzekerheid

In de verduisterde belevingsruimte laten geluidsfragmenten je voelen hoe de oorlogsjaren gewogen hebben op de bevolking.

Belevingscentrum WOI Tildonk-1674

Dagboeken en schaarste

In de drie laatste zalen komt de geschiedenis van de zusters ursulinen aan bod. Zij hielden nauwgezet dagboeken die unieke getuigen zijn van de kloostergeschiedenis. Hier vind je ook thema’s die de oorlogsperiode overheerst hebben, zoals voedselschaarste en vrijheidsbeperkingen. Affiches roepen de sfeer van de bezetting op en je komt te weten wat de mensen toen letterlijk op hun bord kregen.

 Klik op een foto om naar de slideshow te gaan – click a picture to view the slideshow

 Je kan je bezoek afsluiten met een hapje en een drankje in een mooie brasserie in het gebouw. 

Bron: http://www.vlaamsbrabant14-18.be/nl/content/over-het-belevingscentrum

zusters Ursulinen

Klik op een foto om naar de slideshow te gaan – click a picture to view the slideshow

De ursulinen hebben een geschiedenis die teruggaat tot de periode van de contrareformatie. 

In 1535 stichtte de heilige Angela Merici (1474-1540) te Brescia in Italië een vereniging van Vrome Dochters. Deze ongehuwde vrouwen met tijdelijke geloften bleven in familiekring wonen, maar legden zich toe op volksonderwijs en armenzorg. Ze hadden de middeleeuwse maagd en martelares Ursula als patrones. 

Op het eind van de 16de eeuw, onder impuls van Carolus Borromeüs, bisschop van Milaan, werden de ursulinen een religieus instituut in de eigenlijke betekenis van het woord. Ze kregen eigen constituties en statuten en volgden de regel van Augustinus. Ze breidden hun werkterrein verder uit over Italië, Frankrijk, België en zelfs Canada, waar de Franse Marie de l’Incarnation in 1639 in de Franse kolonie Québec, het eerste ursulinenklooster buiten Europa stichtte. Opvallend voor de ursulinen, is de grote onafhankelijkheid die nieuwe kloosterstichtingen steeds verwierven. Tijdens de Franse Revolutie was het aantal ursulinen geschat op 15.000.

De stuwende kracht achter de heroprichting van de orde in België was de Tildonkse pastoor Johannes Lambertz (1785-1869). In 1818 vormde hij de stallen van zijn pastorie om tot klaslokaal. Hij engageerde drie “godvruchtige meisjes” als lerares, waaronder zijn eigen pastoorsmeid en gaf hen een voorlopige leefregel met tijdelijke geloften als “Dochters van de H. Ursula”. Tijdens het Hollandse bewind ondervond hij veel tegenkanting. In 1822 kreeg hij o.a. het bevel om het bouwen te staken, het klooster te ontbinden en de zusters en leerlingen weg te sturen.

Na de Belgische onafhankelijkheid werd de godvruchtige vereniging een volwaardige congregatie. Ze beriep zich op de statuten van het ursulineninstituut van Bordeaux en volgde de regel van Augustinus. De ursulinen van Tildonk werden een diocesane congregatie. Op 1 mei 1832 werden ze kerkelijk erkend en spraken de achttien eerste zusters hun eeuwige geloften uit, in aanwezigheid van mgr. Sterckx, aartsbisschop van Mechelen. Reeds een paar dagen later werd het eerste bijhuis opgericht te Hoogstraten, het geboortedorp van de stichter.  

Vanuit zijn bekommernis voor het volksonderwijs had pastoor Lambertz bij zijn overlijden in 1869 vanuit Tildonk reeds veertig ursulinenkloosters gesticht, vooral in de landelijke regio’s van Vlaams-Brabant, de Kempen en Limburg, maar ook in de Voerstreek en Wallonië. 

Ook in het naburige Nederland en Duitsland en in de toenmalige missielanden Groot-Brittannië, Zuid-Afrika, Indonesië en Canada werden kloosters opgericht. Op een vraag van de bekende jezuïetenmissionaris, Pieter-Jan De Smet (1801-1873), die bij de indianen in Amerika werkzaam was, ging de stichter niet in. In de lijn van de ursulinentraditie verwierven deze kloosters van bij de aanvang een grote onafhankelijkheid. Sommige kloosters, zoals bij voorbeeld het klooster in Venray (Nederland, 1838) of Sittard (Nederland, 1843) richtten op hun beurt weer nieuwe kloosters op in binnen- en buitenland. 

Bij het overlijden van pastoor Lambertz, op 12 mei 1869, had hij 40 kloosters gesticht. Ze waren niet alleen gevestigd in België, maar ook in Nederland, Duitsland, Engeland en Indonesië. Na het overlijden van de stichter, trokken de Tildonkse ursulinen verder naar Transvaal, Chota Nagpur (India), de Verenigde Staten, Canada en Zaïre. 

In België werden nog kloosters opgericht te Ans, Haacht, Wijgmaal, Overpelt, Beerse en Grimbergen, dat zelf meerdere filialen oprichtte. 

Sommige huizen werden gehergroepeerd onder het gezag van de plaatselijke bisschoppen en vormden afzonderlijke congregaties. Anderen sloten aan bij de Romeinse Unie. De grote ursulinenfamilie over de wereld verspreid telde bij een statistiek verschenen in 1968, negenentwintigduizend leden. 

Eind 2006 verlieten de laatste acht zusters van het klooster in Tildonk (Haacht) het ‘moederhuis van de Belgische Ursulinen’. Ze werden verdeeld over rusthuizen in Scherpenheuvel-Zichem en Melsbroek. In 2011 schonken de Ursulinen van Tildonk hun kloostergebouw met kerk, grond en aanhorigheden, in het dorp van Tildonk, aan een vzw van de Groep KVLV. De Groep wil er met steun van het provinciebestuur Vlaams-Brabant vergaderruimte en huisvesting voor social-profit organisaties en projecten creëren.

Op het gelijkvloers is er een ‘belevingscentrum’ van de Eerste Wereldoorlog (zie volgende post).

 

Bron: http://www.odis.be/pls/odis/opacuvw.toon_uvw_2?CHK=or_15013

canal Leuven-Dyle II

kanaal Leuven-Dijle

 

 

Op 9 februari 1750 deed prins Karel van Lorreinen in Wilsele de eerste spadesteek. De mooi bewerkte houten kruiwagen kan men nog steeds bewonderen in het stedelijk museum van Leuven (M museum). De zilveren spade is echter spoorloos. Op 21 december 1752 werd het kanaal met water gevuld. Het zou echter nog tot 1763 duren vooraleer het kanaal kon worden gebruikt wegens problemen met de sluizen en dijken. Het kanaal telde oorspronkelijk maar twee sluizen, wat overstromingen tot gevolg had. 

canal Leuven-Dyle I

kanaal Leuven-Dijle

 

 

Het kanaal van Leuven naar de Dijle is één van de oudste kanalen van België, na het Lisseweegs Vaartje en het Zeekanaal Brussel-Schelde. Op 29 januari 1750 verleende keizerin Maria Theresia door middel van een octrooi een toelating voor de bouw van een kanaal tussen Leuven en Mechelen. Leuven ijverde meer dan tweehonderd jaar voor een aansluiting op een waterloop om de handel met zeeschepen in te voeren.

canal Leuven-Dyle

Kanaal Leuven-Dijle

 

View on the canal Leuven-Dyle at Tildonk (Belgium)

Een zicht op het kanaal te Tildonk.

Het kanaal Leuven-Dijle of de Leuvense vaart is een Belgisch kanaal tussen het Zennegat in Mechelen en Leuven waar het eindigt in de kanaalkom. Het is het tweede kanaal dat in de provincie Vlaams-Brabant werd gegraven en daarmee één van de oudste kanalen in België. In 1994, na de overname door de NV zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, veranderde de oorspronkelijke naam Leuvense vaart in de huidige naam kanaal Leuven-Dijle.