Ronse en zijn station

Station Ronse is een spoorwegstation langs spoorlijn 86 in de Belgische stad Ronse. Het fungeert als terminus. De sporen richting Saint-Ghislain zijn nog aanwezig tot in Leuze, echter buiten gebruik. In het nieuwe masterplan zouden deze sporen omgevormd worden tot wandel- en fietspad. Volgens ons blogmaatje alledaags fotografie (Antony) kan je er nu al heerlijke vlinderwandelingen maken.

Ronse is een faciliteitengemeente, dit verplicht de overheid (en bij uitbreiding ook overheidsbedrijven zoals de NMBS) tot een zekere vorm van tweetaligheid. Alle opschriften zijn daarom tweetalig Nederlands-Frans met voorrang aan het Nederlands. Zo staat er op het stationsnaambord te lezen “Ronse – Renaix“. Ook omroepberichten op de trein dienen in de regel tweetalig te zijn (voor zover ze op het grondgebied van Ronse gebeuren).


Wil je de voorkant zien van het stationsgebouw? Ga dan naar de perrons want op het plein voor het station is de achterkant. Dit station komt van Brugge (‘t Zand aan het Concertgebouw) en was het eerste stationsgebouw (1841) in België. Toen het Brugse station te klein was en Ronse dringend een nodig had werd dat van Brugge steen voor steen afgebroken en hier opnieuw opgebouwd (1881). Het werd gerestaureerd in 1989 en 2001.

De voorkant die de achterkant moest zijn.

De achterkant die de voorkant is.

Om het uur kan je een trein naar Gent nemen.

De binnenzijde van het gebouw werd meerdere keren ingrijpend gerenoveerd, de laatste keer gebeurde dit in 1959.

Voor het station staat het beeldje van de Ronsiese zot.
Dit beeldje op het stationsplein is het symbool van de Bommelsfeesten, het vroegste carnaval van België. Het eerste weekend na Driekoningen gaan de Bommelsfeesten door, drie dagen lang.

Ronse, de Belleman en den Bluuten Pompier

De Belleman in het Albertpark is een beeld dat verwijst naar de Fiertelommegang. Hij is de persoon die vooraan in de stoet loopt en de komst van het reliekschrijn van Sint-Hermes aankondigt.

Nog in het Albertpark staat er een monument ter ere van de gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Er was nogal wat kritiek bij de oprichting in 1923 omdat de vaandeldrager er halfnaakt staat afgebeeld. Daardoor kreeg dit monument de bijnaam ‘Den Bluuten Pompier’.

Je ziet ook nog een tweede kerktoren. Dit is het enige overblijfsel van de oude Sint-Martinuskerk. Van de oude, naast Sint-Hermes, gebouwd in de 11de eeuw, bleef niets bewaard. Wat je wel nog kan zien, is de veelkantige toren die in de 15de eeuw werd gebouwd. De kerk zelf dateert van 1829, maar wordt sinds het einde van die eeuw niet meer voor erediensten gebruikt. Rond die tijd werd op een andere locatie in de stad de nieuwe, baksteenrode Sint-Martinuskerk afgewerkt. De oude kerk werd niet afgebroken, maar openbaar verkocht. Daarna werd ze onder andere een bioscoop, een houtzagerij en tenslotte een garage.

Ronse en de Sint-Hermeskerk

Deze voordeur verraste mij aangenaam op mijn weg naar de kerk.

Van zodra je in de kerk bent blijf je rechts aanhouden en ga je naar voor. Daar zie je het reliekschrijn van St-Hermes.

Deze kerk was van in de middeleeuwen een bedevaartsoord voor de geesteszieken die aan Sint Hermes om genezing kwamen vragen.

Binnen vinden we enkele interessante schilderijen, het koorgestoelte en de koorlessenaar uit 1685. Rechtover het Sint-Hermes-altaar staat een houten bank met ijzeren haken. Hieraan werden de krankzinnigen vastgeketend tijdens de “belezing”.

De Sint-Hermeskerk vertoont een verscheidenheid aan bouwstijlen en heeft hierdoor een grote archeologische waarde. De westertoren is uit de 15e eeuw en bevat een beiaard met 49 klokken, hierop worden regelmatig weekendconcerten gegeven. Recent werden ook restauratiewerken uitgevoerd aan de hoofdingang waardoor deze nu terug in al zijn pracht de Kleine Markt opluistert.

Op de kleine markt is het verzamelen geblazen in de vroege ochtend van de eerste zondag na Pinksteren. Het is daar dat de bekende Fiertelommegang vertrekt. Hierin wordt het reliekschrijn van de heilige rondgedragen dat de rest van het jaar verblijft in de crypte onder de kerk.

Ronse, de Crypte en de oldtimer

Een crypte is een verschijnsel uit de Romaanse periode (11de-13de eeuw). Daarin stond het schrijn van een heilige en maakte deel uit van een bedevaart. Deze crypte is een van de mooiste van België en is volledig in harmonie niettegenstaande ze verbouwd werd tot het begin van de 16de eeuw. Ze werd laatst gebruikt als bergplaats en kwam volledig in verval. Het is pas eind vorige eeuw dat ze leeggemaakt werd en gerestaureerd. Helaas ik kan ze jullie niet tonen, ik was er om 12.30 u en ze ging pas open om 14 u! Je kan ze ontdekken door HIER te klikken.

Mijn teleurstelling omwille van de crypte ebde snel weg toen ik in de verte deze schoonheid zag.

Een oldtimer Citroen! Ja die oudjes blijven mij bekoren.

Ronse, het Must en Glorieux

Dit is de afdeling ‘Werken’ van het Must.

In dit gebouw staan weefgetouwen van verschillende generaties, inclusief een stoommachine die de machines in beweging bracht. Dit onderdeel van het Must (Museum voor Textiel) kan alleen bezocht worden met gids. Al die weefgetouwen, zo’n 40-tal, zijn in perfecte staat. De gids zal er een aantal in werking zetten om de evolutie van het weven door de jaren heen te illustreren.


De ingang van het museum is in het gebouw ernaast.

Daarin is de afdeling ‘wonen’ van het Must gehuisvest. Dit opvallend gebouw kreeg de naam ‘Spanjaardenkasteel’. In de 17de eeuw waren hier Spaanse soldaten ondergebracht die als opdracht hadden de protestanten te verjagen. Nu is het een prachtige woning die de rijkdom van de textielbaronnen illustreert. In dit museum zijn de interieurs heel goed bewaard gebleven uit die gouden periode van Ronse. Daarnaast zijn er heel wat verwijzingen naar de lokale geschiedenis en folklore te zien. Daar horen uiteraard de reuzen bij, het interieur van een thuiswever en op de binnenplaats ook een estaminet. Dit museum kan bezocht worden zonder gids. Meer informatie over openingsuren en rondleidingen op hun website: www.ontdekronse.be .

Net voor ik aan de achterkant van de kerk kom zie ik een standbeeld van Modeste Glorieux.

Dit bronzen standbeeld (1973) van Florent Devos brengt hulde aan Modeste Glorieux die geleefd heeft in de 19de eeuw. Hij was een priester die zich bekommerde om wezen en arme werklozen. Hij gaf ze niet alleen voedsel maar ook een opleiding om in de textielindustrie te gaan werken. De school die hij heeft opgericht bestaat nog steeds en draagt zijn naam.

Ronse – Renaix I

Een zot gedacht kan je een eind ver brengen. Na 123 km en 1.30 u rijden kwam ik op mijn plaatsje van bestemming. Waarom mijn gps die route gekozen had terwijl er een snellere en kortere bestaat zal wel de logica van de techniek zijn of misschien zat er teveel verkeer op de autosnelweg naar de kust.

Ronse. Waarom? Een stadje waar ik ooit eens naar een feest ben geweest, waar ex-aangehuwde familie in de buurt woont en waar ik met mijn vader als klein kind zittend in een grote truck naar toe ben geweest en ze spreken er Nederlands en Frans.

Waarom de schaapjes mij opwachten weet ik nog niet, maar ze stonden er fier te zijn.

Ronse (Frans: Renaix) is een stad en faciliteitengemeente in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. De stad telt ruim 25.000 inwoners. Sint-Hermes is haar patroonheilige. Ronse is gelegen in het Zuid-Vlaamse Heuvelland of de zogenaamde Vlaamse Ardennen.

Een ‘mote’ is een eenvoudige verdedigingsplaats, gebouwd op een heuvel en meestal omgeven door water. Ronse had er zo negen. De Hoge Mote is de enige die nog overblijft. Deze zou dateren uit de 15de eeuw waarvan de woning verschillende malen werd verbouwd. Ze heeft dienst gedaan als kanunnikenwoning, vredegerecht en later als woning van een textielbaron.

 

 

De binnenplaats.

 

In dit historisch gebouw is nu de dienst voor toerisme van Ronse gehuisvest.

In de buurt van de Openbare Bibilotheek