witte dove netel – white dead-nettle

Zaterdag 4 januari tijdens een wandeling langs de antitankgracht in Haacht zag ik deze bloeiende witte dovenetel. Normaal is de bloeiperiode van april tot oktober. Ofwel was dit een laatbloeier, een vroegbloeier of de weg kwijt door de klimaatopwarming.

***

Saturday, the 4th of January, on a walk along the anti-tank canal in Haacht I saw this flowering white deaf nettle. The flowering period is normally from April to October. Either this was a late bloomer, an early bloomer or lost in the way of global warming.

Herinnering aan een steenbakkerij – memories of a brick yard

We denken aan het jaar 1963, zomervakantie en ik mocht een dagje mee met mijn vader. Voor hem geen vakantiedagje hoor, hij moest werken.

Hij reed met de vrachtwagen voor een bouwbedrijf en ging over heel België bouwmateriaal ophalen en leveren. Stel je maar geen vrachtwagens voor zoals vandaag met servostuur, airconditioning en kranen om het werk te doen. Neen, geen servostuur, geen verwarming, de motor zat tussen de twee zitplaatsen in de stuurcabine, een ijzeren stuur en je moest zelf je vrachtwagen vol laden en lossen met je twee handjes en je rug. Betonzakken, bakstenen die je met rubberen lappen aan je handen vier per vier moest laden een camion vol en daarna nog eens lossen, zand, cement, noem maar op en bedenk het maar.

Mijn vader was toen al 52 jaar en ik 10. Hij had al twee oorlogen meegemaakt. Ik mocht uitzonderlijk eens mee als hij me iets kon laten zien en die dag zou het gebeuren. We tuften over Vlaamse wegen, van West-Vlaanderen naar de Rupelstreek namelijk Boom, naar een steenbakkerij om bakstenen op te halen. Ik schrijf, we tuften, ja er waren rijkswegen maar nog geen autowegen. De eerste snelweg in België is aangelegd voor de expo in 1958, namelijk 100 km autostrade van Oostende naar Groot-Bijgaarden E40. Van de rit herinner ik me weinig, dat we boterhammen (stuten) aten en koffie, ik water met grenadine, dronken ‘s middags en ik mijn ogen uitkeek naar de voertuigen en huizen.

Als we bij de steenbakkerij aankwamen waren we niet alleen en moesten we wachten tot iemand ons kon helpen en zeggen welke stenen we mochten meenemen. In die wachttijd is mijn vader zo met mij door de ovens van de steenbakkerij gewandeld, buiten waar de stenen lagen af te koelen en te drogen en de plaats waar de klei in blokjes werd gedaan om in de oven te zetten om te bakken. Dat zie ik nog voor mij. Dat waren grote sites waar veel beweging en veel volk aan hetwerk was. Zou zeker niet voldoen aan de normen van veiligheid vandaag 😀.

Mijn vader is gestorven in 1990. Waarom deze herinnering? Enkele blogsters verloren de laatste maanden één of meerdere ouders, de feestdagen komen voorbij, herinneringen komen naar boven en deze bleef hangen. Een goede herinnering en daarom trok ik vorige zaterdag naar een site van een steenbakkerij in Boom. Een industrieel erfgoed dat op instorten na nog in stand gehouden wordt. De eens zo levendige streek ziet er daar vreselijk uit, verloren gegane glorie, faillissementen, bestaat niet meer. Eén steenbakkerij is er nog, een hele grote dan. Gelukkig zag ik dat de regio zich aan het herpakken is.

Het voelde goed om er rond te wandelen, ook een beetje spookachtig, vervallen, verlaten en aan het water, bar koud. Mijn sleepbeen wou ook niet mee, dus ben ik het na een uurtje mijmeren en enkele fotootjes afgetrapt en mezelf beloofd er nog eens naar terug te gaan op een mooie zonnige dag.

dubbel klik een foto om te vergroten – double click a picture to enlarge