Wandeling Zoet Water – autumnwalk nature reserve Oud-Heverlee (6 foto’s) / 2

zaterdag 31 oktober

Ik zet mijn wandeling verder door het mooie natuurpark van het Zoet Water. Niettegenstaande er niet zoveel volk is en ik uit de buurt blijf 1.5 m zijn er toch mensen die je moet passeren.

Als ik thuiskom zegt mijn app CoronAlert dat ik een blootstelling aan Covid-19 heb gehad maar laag risico. Dus ik moet niet naar de dokter of een test laten afnemen. Je schrikt er toch even van op en haalt al de mensen in je geheugen naar boven. Was het die meneer waarvan ik zijn vrouw hoorde vertellen dat wandelen nog niet zo goed ging maar fietsen wel? Was het die jongedame die met krukken liep en duidelijk aan het revalideren was? Ik weet het niet en zal het nooit weten. Na 7 of 8 dagen was de blootstelling verdwenen in de tijd.

Ik wandel verder…

Canadese en andere ganzen trekken zich niets aan van de corona, maar hoe zou het nu zijn met hen tijdens periode van vogelgriep? Opgehokt?

waaierkorstzwam
nevelzwammen – clouded agaric

En zo nemen we afscheid van deze heerlijke zonnige wandeling.

Wandeling Zoet Water – autumnwalk nature reserve Oud-Heverlee (8 foto’s) / 1

Zaterdag 31 oktober

Zoet Water of Zoete Waters is een domein bij Oud-Heverlee in de Belgische provincie Vlaams-Brabant en omvat vijf vijvers, een recreatiepark en wandelpaden.

Verloor er iemand zijn pluimen? Oei was ik het?

Vroeger was de hier gelegen vallei een moerasgebied met vele bronnen. In opdracht van de hertog van Arenberg zijn er in de 17e eeuw de vijvers gegraven. Ze zijn van elkaar gescheiden door dammen, maar staan met elkaar en met de Vaalbeek in verbinding door middel van een overloopsysteem. De waterstand kan zo voor iedere vijver apart geregeld worden. Het vijvercomplex is ruim een kilometer lang.

fraaisteelmycena – clustered bonnets
zwarte melksteelmycena – black milkingbonnets

De peervormige stuifzwam (pearshaped puffball) en de beukwortelzwam (ferula – gilled mushrooms).

English: Zoet Water

Wordt vervolgd – to be continued.

een mengeling – a mix (4 foto’s)

broze russula – Russula fragilis

De hoed van de paddenstoel is gewelfd tot vlak en licht ingedeukt in het midden. De afmeting bij een volgroeid exemplaar bedraagt 2 tot 6 centimeter. De kleur van de hoed is divers: rood, purperrood, roze en groenige tinten, meestal een combinatie hiervan. De kleur loopt donkerder naar het midden toe. Bij oudere exemplaren vervaagt de kleur meestal. De rand van de hoed is zeer dun en is bij oudere exemplaren vaak geribbeld door de smalle aanhechtingen van de lamellen. De fragiele witte steel is 3 tot 6 centimeter hoog en heeft een doorsnede van 5 tot 15 millimeter. De lamellen zijn wit tot lichtcrème en meestal licht gekarteld. Het sporenafdruk is wittig gekleurd. Het gemakkelijk verbrokkelende vlees is wit van kleur. De zwam geurt naar kokos en heeft een zeer scherpe smaak, hij is niet geschikt voor consumptie. 

The cap is 2–5 cm (0.8–2 in) in diameter. It is very variable in colour, and can be dark purplish, with a dark, almost black centre, or may be various shades of olive-green, or violet-pink, or even pale yellow. The colour tends to fade quickly, and can become very pale. At first the cap shape is convex, but it later flattens. The cap skin peels to three quarters, and older specimens often have a furrowed margin. The fragile, white stipe is long for the size of the cap, and narrowly club-shaped. The gills are adnexed, and white giving a spore print of the same colour. They have distinctive nicks, or notches on their free edges, that can be seen under a hand lens, a very good diagnostic clue to species. The flesh is white and tastes very hot, with a fruity smell.

elfenbankje – Trametes versicolor

Het gewoon elfenbankje groeit dakpansgewijs in groepjes en heeft een witte rand met daarbinnen verschillend gekleurde zones: wit, beige, okergeel, (rood)bruin, grijs, blauw of zwartachtig. De stevige, waaiervormige hoeden zijn 3-8 cm groot en meestal niet dikker dan 2 mm. De poriën bestaan uit zeer kleine buisjes (drie tot vijf per mm), die witachtig tot crème-achtig of gelig van kleur zijn. De sporen hebben de vorm van een knakworstje en zijn wit tot bleekgeel en 4-6 x 1,5-2,5 µm groot.

The top surface of the cap shows typical concentric zones of different colours. The flesh is 1–3 mm thick and has leathery texture. Older specimens, such as the one pictured, can have zones with green algae growing on them, thus appearing green. It commonly grows in tiled layers. The cap is rust-brown or darker brown, sometimes with blackish zones. The cap is flat, up to 8 × 5 x 0.5–1 cm in area. It is often triangular or round, with zones of fine hairs. The pore surface is whitish to light brown, pores round and with age twisted and labyrinthine. 3–8 pores per millimeter.

grote bloedsteelmycena – bleeding fairy helmet

Het vruchtlichaam heeft een kegelvormige tot klokvormige hoed met een bultje en heeft een doorsnede tussen 1 en 3 centimeter. Deze is variabel van kleur, van vleeskleurig over roodachtig tot purperbruin. De rand van de hoed is gekarteld. De steel is 4 tot 10 centimeter lang met een doorsnede van 2 tot 3 millimeter. Steel en hoed zijn berijpt. De zwam is geurloos.
De plaatjes zijn witachtig tot roze van kleur, maar kunnen later donkerder worden. Ze zijn aangehecht en staan vrij ver uiteen. De sporen zijn amyloïd en hebben een lengte van 8 tot 10 µm en een breedte van 5 tot 7 µm.

The fruit bodies of M. haematopus have caps that are up to 4 cm (1.6 in) wide, whitish gills, and a thin, fragile reddish-brown stem with thick coarse hairs at the base. They are characterized by their reddish color, the scalloped cap edges, and the dark red latex they “bleed” when cut or broken. Both the fruit bodies and the mycelia are weakly bioluminescent. M. haematopus produces various alkaloid pigments unique to this species. The edibility of the fruit bodies is not known definitively.

schubbige bundelzwam – shaggy scalycap

Meestal wordt de schubbige bundelzwam aangetroffen van september tot november. Hij groeit in bundels op de wortels en aan de voet van loofbomen, minder vaak op naaldbomen. De zwam brengt veel schade toe aan fruitbomen. In Nederland is het een algemeen voorkomende soort in bossen, parken en plantsoenen. De schubbige bundelzwam bevat een op het maag-darmstelsel werkend vergif: sesquiterpeen. Na koken zijn de hoeden wel eetbaar.
Deze trof ik aan op een boom zo’n anderhalve meter van de grond.

Like other Pholiota mushrooms, P. squarrosa has a scaly cap and stem. The cap ranges from 3 to 12 cm (1.2 to 4.7 in) in diameter, and depending on its age, can range in shape from bell-shaped to rounded to somewhat flattened. The cap color is yellowish-brown to tawny in older specimens. The scales on the cap are yellowish to tawny, and recurved.
The stem is 4 to 12 cm (1.6 to 4.7 in) long by 0.5 to 1.5 cm (0.20 to 0.59 in) thick, and roughly equal in width throughout. The partial veil that covers the young gills forms a thick, woolly ring on the upper part of the stem. Above the level of the ring, the stem is bare, while below it is scaly like the cap. The gills are covered by a partial veil when young and have a greenish-brown color; mature gills are rusty brown. They are crowded closely together, attached to the stem (adnate), and usually notched (sinuate).
The spore print is cinnamon or rusty brown. The spores are elliptic, smooth-walled, nonamyloid (not absorbing iodine when stained with Melzer’s reagent), and measure 6.6–8 by 3.7–4.4 μm. The basidia (spore-bearing cells) are club-shaped, and four-spored, with dimensions of 16–25 by 5–7 μm.

I found this one on a tree about five feet from the ground.

Bron: Wikipedia

Gewone zwavelkop – sulphur tuft (2 foto’s)

De kleur van de gewone zwavelkop is zwavelgeel met oranjebruin centrum en vaak met bleekgele tot donkerbruine schubjes (velumresten) aan de hoedrand. De hoed heeft een doorsnede van 2-6 cm. 

Hypholoma fasciculare, commonly known as the sulphur tuft or clustered woodlover, is a common woodland mushroom, often in evidence when hardly any other mushrooms are to be found. This saprophagic small gill fungus grows prolifically in large clumps on stumps, dead roots or rotting trunks of broadleaved trees.

Sombere honingzwam – Armillaria ostoyae (4 foto’s)

Gebaad in de warmte van de zon ☀️

Ondergedompeld in herfstkleuren 🍂

bathed in the warmth of the sun ☀️

Dipped in fall colours 🍂

De sombere honingzwam (Armillaria ostoyae) is een schimmel die behoort tot de familie Physalacriaceae. Het is een plaatjeszwam met manchet die vaak in bundels voorkomt op de stam en wortelbasis van loof- en naaldbomen op zandgronden. Hij is een parasiet, die witrot veroorzaakt op levende bomen. De boom zal hierdoor sterven.

Armillaria ostoyae (synonym Armillaria solidipes) is a species of plant-pathogenic fungus (mushroom) in the family Physalacriaceae. The mycelium invades the sapwood and is able to disseminate over great distances under the bark or between trees in the form of black rhizomorphs (“shoestrings”). Armillaria ostoyae can be separated from other species by its physical features: cream-brown colors, prominent cap scales, and well-developed stem ring distinguish it from any Armillaria.

Hou afstand! Ook buiten ben je blootgesteld aan covid-19 besmetting (meestal laag risico). – Keep your distance! Outside you are also exposed to covid-19 contamination (usually low risk).

Pannenkoek – pancake

Vandaag heb ik geen pannenkoeken gebakken, eergisteren wel. Maar ik kwam er ééntje tegen in het bos. TWINTIG cm diameter. En zelfs de honing was voorzien. Smakelijk!

Today I didn’t bake pancakes, the day before yesterday I did. But today I came across one in the forest. TWENTY cm diameter. And even the honey was provided. Tasty!