bed and breakfast de vossenbarm

Tijdens onze midweek met kinderen en kleinkinderen, begin augustus, logeerden we in de bed and breakfast de vossenbarm.

Een zeer warm onthaal, fantastisch ontbijt en topgastvrouw!

dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

Advertisements

Fluff flower – pluizenbloem

De pluisjes-paardenbloem of kort pluizenbloem.

pelikaan – pelikaan (4 foto’s)

 

Pelikanen (Pelecanidae) zijn een familie van watervogels die bekend zijn door hun opvallende uiterlijk, hun grootte en hun gedrag. De familie telt acht soorten.

 

 

Pelikanen kunnen tot 14 kilo zwaar worden. Ze worden tot 1,80 meter lang en kunnen een spanwijdte van 3 meter hebben en een leeftijd van 35 jaar bereiken. De beide Euraziatische soorten (de roze pelikaan en de kroeskoppelikaan) behoren tot de grootste vliegende vogels.

 

 

Pelikanen zijn piscivoor; hun voedsel bestaat uit vis, al zijn er in tijden van voedselgebrek ook gevallen bekend waarbij pelikanen de kuikens van de jan-van-gent opeten. Een groep pelikanen jaagt gezamenlijk. Door uitbundig vleugelgeklapper wordt een school vissen naar ondiep water gedreven. Pelikanen hebben een grote snavel en een grote keelzak (tussen de onderkant van de snavel en de keel). Als een pelikaan een prooi ziet schept hij de vissen uit het water. Als hij zijn hoofd optilt gaat het water weg en blijf de vis achter.

 

sierappel – Golden Hornet (3 foto’s)

 

Malus ‘Golden Hornet’ is een sierappel met een naar roze verkleurende bloei in de maand mei. Aanvankelijk bloeien de bloemen wit maar in de knop zijn de bloemen al roze.

Na de bloei vormt Malus ‘Golden Hornet’ opvallende gele appeltjes die tot diep in de winter aan de takken kunnen blijven zitten.

het Walenbos II (10 foto’s)

dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on an image to enlarge

 

 

Het Walenbos is gelegen ten noorden van Sint-Joris-Winge, tussen Houwaart en Tielt. Het ligt ten zuiden van de drassige vallei van de Brede Motte, tussen de Diestiaanruggen bestaande uit de Houwaartseberg in het noorden en het complex Roeselberg-Alsberg in het zuiden.

Het is grotendeels een broekbos, gelegen in een gebied dat op het einde van de 18de eeuw nog grotendeels uit beemden bestond. De drainage en de bebossing met talrijke populierenaanplantingen gebeurden in de 19de eeuw. Het is een waterrijk gebied met talrijke bronnen, beekjes en grachten met een bijzonder rijke fauna en flora. Naar het zuiden gaat het over in een hellingbos op de noordelijke flank van de Roeselberg en Alsberg, waar een hoogteverschil van meer dan 50 meter zich manifesteert, tot op bijna 80 meter boven de zeespiegel. Talrijke diepe holle wegen dalen er af naar de vroegere beemden. Op bepaalde plaatsen komt hier diestiaanzandsteen aan de oppervlakte. De heuvelrug van Roeselberg tot Alsberg vormt tevens de scheiding tussen de valleien van de Brede Motte en de Winge. Naar het oosten grenst het Walenbos aan het Grootbroek met de Leigracht of Heergracht, destijds gekenmerkt door beemden en perceelsrandbegroeiing. Het Waterhof is nog steeds omgracht, maar het gebouw werd door een nieuwe constructie vervangen.

het Walenbos I

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on an image to enlarge

Het 500 ha groot natuurreservaat is een relatief jong reservaat, het gebied was tot het midden van de jaren 70 volledig eigendom van een groot aantal privé-eigenaars.

Het grootste stuk van het Walenbos wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bos herbergt het grootste elzenbroekbos van Vlaanderen. De naam van het bos zou verwijzen naar de zompige, natte ondergrond van het gebied.

water beetle – het schrijverke

 

Het schrijverke

O krinklende winklende waterding,
Met ‘t zwarte kabotseken aan,
Wat zien ik toch geren uw kopke flink
Al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zoo snel,
Al zie ‘k u noch arrem noch been;
Gij wendt en gij weet uwen weg zoo wel,
Al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
Dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
En ‘t water niet méér en verroert
Dan of het een gladdige windtje waar,
Dat stille over ‘t waterke voert.
O schrijverkes, schrijverkes zegt mij dan, –
Met twintigen zijt gij en meer,
En is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
Wat schrijft en wat schrijft gij zoo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
Gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
Geen Christen en weet er wat dat bediedt:
Och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
Of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
Of is ‘et het blauwe gewelf,
Dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
Of is het u, schrijverken, zelf?
En ‘t krinklende winklende waterding,
Met ‘t zwarte kapoteken aan,
Het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
En ‘t bleef daar een stondeke staan:
‘Wij schrijven.’ zoo sprak het, ‘al krinklen af
Het gene onze Meester, weleer,
Ons makend en leerend, te schrijven gaf,
Eén lesse, niet min nochte meer;
Wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
Niet lezen, en zijt gij zoo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
Den heiligen Name van God!’

Guido Gezelle, 1857