waterlelie – water lily

 

Zachtjes deinend op het water
Ontsluit zij traag haar schoonheid
Gelijk met de eerste zonnestralen
Haar hele pracht en openheid
Bewaart zij voor de dag iets later

Dan in al haar kwetsbare schoonheid
Laat ze haar hele pracht ontluiken
Haar hart vol stuifmeelstampers
Voor snoepers die haar ongezien ruiken
Gulzig smullend van haar heerlijkheid

Genietend denkt ze “mijn soort blijft nu
bestaan, al zal ík in de herfst heengaan”

 

@Janna Nendels

Arum – aronskelk – anthurium (6 photos)

en toen stond de wereld in mijn omgeving even stil… al één sprankeltje hoop is er weer voor één persoon, nu nog even wachten op het tweede…

 

Na 24 uur wandelen zijn we dan toch iets verder belandt nl. bij de aronskelk en anthurium.

 

 

De aronskelken hebben een opmerkelijke bloeiwijze. De bloemen leveren geen nectar, maar lokken insecten met een sterke geur en sluiten de insecten vervolgens voor 24 uur op. Een dergelijke strategie van bedriegen wordt aangeduid met de term sapromyofilie.

De bloeiwijze van aronskelken bestaat uit een bloeikolf (spadix) die uit drie delen bestaat. Onderaan bevinden zich de vrouwelijke bloemen, daarboven de mannelijke bloemen (met daarboven een aantal onvruchtbare mannelijke bloemen die uitgegroeid zijn als uitsteeksels die dienen om insecten tegen te houden als ze eenmaal binnen zijn) en bovenaan een groot uitsteeksel dat de appendix wordt genoemd. De bloeikolf is omgeven met een groot schutblad (spatha) dat ver naar boven uitsteekt.

 

 

Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika dat bestaat uit 600 soorten. Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie (Araceae). Deze planten zijn epifyten met weinig wortels. De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladerenhebben meestal bladstelen, maar er zijn ook typen die een bladrozet maken met slechts een rudimentaire bladsteel.

De bloemen zijn klein (ongeveer 3 mm) en groeien op een vlezige bloeikolf (spadix) met (karakteristiek voor de familie) een schutblad (spatha) eromheen die verschillende kleuren kan hebben. De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen tot zwart van kleur is. Met name Anthurium andreanum en Anthurium scherzerianum kunnen fel gekleurde schutbladen hebben: donkergroen tot wit, roze, oranje tot helrood en paars. Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium (van knopstadium tot bloeistadium). De vruchten zijn bessen die uitgroeien op een vruchtentak (infructescence).

Bron: wikipedia

En toen lieten de schildpadden zich in het water glijden, ik kon hen niet achterna…

 

mijn klomp breekt – Medinilla magnificat (5 photos)

 

 

Wie heeft er mijn klomp meegenomen?

Zo kan ik alvast niet in de broeikas…

 

 

Medinilla magnifica is een plant uit de familie Melastomataceae. Het is een vrij brede, tot 3 m hoge struik met vierkantige tot gevleugelde twijgen, die op de knopen borstelig behaard zijn. De bladeren zijn tegenoverstaand, stevig, leerachtig, zittend met een hartvormige basis, 20-30 cm lang en eirond met een korte punt. Het blad heeft boogvormige nerven, die aan de onderkant sterk uitspringen.

De bloemen groeien in tot 50 cm lange pluimen met daarboven tot 20 cm lange, eironde, roze schutbladen, die eerst de pluimen geheel omhullen en later afstaan. De individuele bloemen zijn tot 2,5 cm groot en roze, rood of violet van kleur. Ze bestaan uit een bekervormige kelk, vijf kroonbladeren en tien meeldraden die twee gele verdikkingen en één bleeklila helmknop dragen. De vruchten zijn violette, circa 1 cm grote, vlezige bessen waaraan aan het einde ringvormige resten van de kelk blijven behouden.

Medinilla magnifica is endemisch op de Filipijnen. In zijn natuurlijke verspreidingsgebied is de plant een epifyt die in vorktakken van grote bomen groeit en vaak zo hoog dat hij vanaf de grond nauwelijks is te zien. Medinilla myriantha wordt soms verward met Medinilla magnifica, maar bij de eerste ontbreken de opvallende schutbladen.

Medinilla magnifica wordt in de tropen vaak als kuipplant gekweekt. In België en Nederland wordt de soort als kamerplant aangeboden. Meestal krijgt de soort als kamerplant echter te weinig licht en de relatieve luchtvochtigheid is in kamers vaak te laag. Het is beter om de plant in een broeikas te kweken. In België is de plant te zien in de Koninklijke Serres van Laken, de Nationale Plantentuin van België en in de Plantentuin van Leuven. In Nederland is de plant te zien in de vogelkas van Diergaarde Blijdorp.

Bron: Wikipedia

 

Weg gaan nog even verder aan het tempo van de schildpadden. Hopelijk zijn we morgen een stap verder gekomen…

 

liaan – turquoise jade – tayabak (5 photos)

 

Strongylodon macrobotrys, commonly known as jade vine, emerald vine or turquoise jade vine, is a species of leguminous perennial liana (woody vine), a native of the tropical forests of the Philippines, with stems that can reach up to 18 m in length. Its local name is “tayabak”. A member of the Fabaceae (the pea and bean family), it is closely related to beans such as kidney bean and runner bean. Strongylodon macrobotrys is pollinated by birds and bats.

 

 

Strongylodon macrobotrys is de botanische naam van een liaan uit de Filipijnen.

Het is een groenblijvende klimplant met houtige, tot meer dan 20 m lange en tot meer dan 2,5 cm dikke stengels. De bladeren bestaan uit drie circa 7,5-13 cm lange deelblaadjes, waarvan het middelste het langste is.

 

 

 

De plant bloeit in de lente en de vroege zomer met hangende, tot meer dan 1,5 m lange trossen. De tot meer dan 100 bloemen per tros zijn klauwvormig, blauwachtig groen van kleur en circa 7,5-12,7 cm lang. Na bevruchting volgen cilindrische, circa 5 cm lange peulvruchten.

 

 

Strongylodon macrobotrys is endemisch op de Filipijnen, waar hij groeit in tropisch regenwoud van het laagland tot op hoogtes van 1000 m. De plant komt onder andere voor op de Filipijnse eilanden Luzon, Catanduanes en Mindoro. In Nederland is de plant te zien in het kassencomplex van de Hortus botanicus Leiden, in de Vlindertuin Vlindorado Waarland, in de bush van Burgers zoo en in het Tropisch bos van Omnium in Goes. In België is de plant te zien in de tropische kas van de Hortus Botanicus Lovaniensis (Kruidtuin, Leuven).

 

Palma de Mallorca -smile- (8 photos)

 

 

Ben ik gauw even overgevolgen naar Palma de Mallorca 🙂 ?

 

 

 

Neen, ik zit nog altijd in ‘onze’ Kruidtuin

 

 

te genieten van de hyacinten

 

 

en de sieruien

 

 

Een fijn weekend – bon weekend – nice weekend!

Tulpen en vergeet-mij-nietjes – tulips and forget-me-not (6 photos)

klik op een foto om te vergroten – click on a picture to enlarge

 

Onze wandeling had veel kleuren

maar onze neus bekoren

konden vooral de geuren

We werden moe van het speuren

en zochten een verzuchting

bij de serredeuren


neen, wij zijn het niet 🙂 !

We zijn onderweg…. we are on our way… (4 photos)


Ik sta op wacht en denk aan jou:  fotorantje

 

We zijn onderweg in de trein van het leven
Van het ene naar het andere station.
En wat ons die reis brengt
wordt ons gegeven,
soms regen, soms zonneschijn.
bergen of dalen
tot we het einddoel halen.

en dan zijn we onderweg naar de Kruidtuin

viooltjes – viola

Viooltjes worden gebruikt als basis voor veel parfums. Er wordt zelfs snoep van gemaakt. Jonge bladeren zijn in gekookte vorm eetbaar en bevatten veel vitaminen. De bloemen kunnen gebruikt worden voor de decoratie van maaltijden. Zowel bloemen, bladeren als wortels worden ook medicinaal gebruikt.

 

Viola is a genus of flowering plants in the violet family Violaceae. It is the largest genus in the family, containing between 525 and 600 species. Most species are found in the temperate Northern Hemisphere; however, some are also found in widely divergent areas such as Hawaii, Australasia, and the Andes. Some Viola species are perennial plants, some are annual plants, and a few are small shrubs. A large number of species, varieties and cultivars are grown in gardens for their ornamental flowers. In horticulture the term “pansy” is normally used for those multi-coloured, large-flowered cultivars which are raised annually or biennially from seed and used extensively in bedding. The terms “viola” and “violet” are normally reserved for small-flowered annuals or perennials, including the species.