black-headed gull and more – kokmeeuwen en hun verhaal (11 pic)

De kokmeeuwen waren hun gebruikelijk lawaai aan het produceren en vlogen in het rond.

 

Click on a picture to enlarge – klik op een foto om te vergroten

 

Vanuit de kijkhut had ik een mooi zicht op de fuut die voortdurend eten aan het opduiken was voor haar jong.

 

fuut-2
grebe – fuut

fuut jong

 

Toen het opnieuw begon te regenen pakte ik de boel maar terug in en vertrok. Net toen ik voorzichtig de trappen van de kijkhut afstapte begon de zon te schijnen. Een beetje lachen met een mens ūüôā

 

vijver

 

En ook de kokmeeuwen dansten op het water

 

kokmeeuwen

 

Op de terugweg nam ik nog een foto van een eenzame kattenstaart

 

kattenstaart-2
purple loosestrife – kattenstaart

 

Veel insecten waren niet te zien. Ik passeerde nog een veldje met lisdodde.

 

lisdodde
cattail – lisdodde

 

En hield aan dit avontuur een dikke hand over door een beet van een insect.

Einde

ik moest en ik zou… black-headed gull (14 pic)

Ik besloot een bezoek te brengen aan het Vinne in Zoutleeuw. Misschien niet de beste tijd na de hevige regenval maar toch… De weg er naar toe was √©√©n modderpoel, ik schoot in de modder tot aan mijn enkels. Gelukkig had ik goede wandelschoenen aan die tegen een stootje kunnen maar toch om je evenwicht te behouden was het niet makkelijk.

kanttenstaarten
kattenstaarten

 

Hoe zou het pad erbij liggen? Het werd bijna volledig overdekt door het rietgras en het water reikte tot aan de rand.

 

pad
rietgras

 

rietgras

 

Ik kwam aan bij het tweede pad en kon al genieten van de eerste schoonheid. Hier en daar stond het pad een heel klein beetje onder water en ik hoopte stiekem dat het toch zou houden.

 

pad-4

 

gele plomp-2
gele plomp – yellow water-lily or brandy-bottle
gele plomp
gele plomp – yellow water-lily or brandy-bottle

 

Achter het bochtje op het pad zag ik mijn doel liggen: één van de kijkhutten. Ik wou de gele plomp, de waterlelies, de kikkers en de kokmeeuwen een bezoekje brengen.

 

kijkhut

 

Het water stond behoorlijk hoog, vond ik, voorzichtig zijn maar.

 

witte waterlelies

 

gele plomp veld

 

 

waterlelie-2


waterlelie


witte waterlelie

 

De kikkers lieten zich niet zien maar wel horen. Ze plonsden in het water telkens ik eraan kwam. Dat zal voor een volgende keer zijn.

De kokmeeuwen waren al van ver te horen en waren luid aan het “kweeerr-en”.

 

kokmeeuwen

 

kokmeeuw
kokmeeuw – black-headed gull

 

Wordt vervolgd.

kokmeeuw – black-headed gull (3 images)

kokmeeuw-7

 

 

This gull is 38‚Äď44¬†cm (15‚Äď17¬Ĺ in) long with a 94‚Äď105¬†cm (37‚Äď41¬†in) wingspan. In flight, the white leading edge to the wing is a good field mark. The summer adult has a chocolate-brown head (not black, although does look black from a distance), pale grey body, black tips to the primary wing feathers, and red bill and legs. The hood is lost in winter, leaving just 2 dark spots. It breeds in colonies in large reedbeds or marshes, or on islands in lakes, nesting on the ground. Like most gulls, it is highly gregarious in winter, both when feeding or in evening roosts. It is not a pelagic species and is rarely seen at sea far from coasts.

The black-headed gull is a bold and opportunistic feeder and will eat insects, fish, seeds, worms, scraps and carrion in towns, or take invertebrates in ploughed fields with equal relish. This is a noisy species, especially in colonies, with a familiar “kree-ar” call. Its scientific name means “laughing gull”.

This species takes two years to reach maturity. First-year birds have a black terminal tail band, more dark areas in the wings, and, in summer, a less fully developed dark hood. Like most gulls, black-headed gulls are long-lived birds, with a maximum age of at least 32.9 years recorded in the wild, in addition to an anecdote now regarded to be of dubious authenticity regarding a 63-year old bird.

 

 

kokmeeuw-5

 

 

Zijn snavel en poten zijn diep, donkerrood, kop en keel zijn donker chocoladebruin, vandaar soms ook de naam “kapmeeuw”. Ze hebben een smalle, witte oogring. Vanaf de hals verandert de kleur in wit. Die kleur loopt door in de onderdelen en de staart. Mantel en vleugeldekveren zijn zilvergrijs. Zijn slagpennen zijn ook wit, met een zwarte punt. In de winter is de onderkant van de vleugel donkerder. Voor de rest is deze meeuw geheel wit. In de winter wordt zelfs zijn kop wit, op een paar donkere plekjes in de oorstreek en voor het oog na. Zijn snavel en poten worden dan licht roodachtig. In de vlucht hebben ze een witte vleugelvoorrand waaraan ze duidelijk te herkennen zijn. Ook vallen hun lange, spitse vleugels dan op.

Tussen winter en zomer bezitten ze een overgangskleed met een “koptelefoontje” of een “schimmelkop”, naargelang het individu. De jongen bezitten een grijsachtige kop, een gele snavel met een zwarte punt, bruingrijs gevlekte vleugeldekveren en een zwarte dwarszoom over de staart. Hun buitenste grote slagpennen zijn zwart met een witte centrumvlek. In de tweede herfst verliezen ze hun dwarszoom en in hun eerste winter hebben ze een bruine tekening op hun vleugels. Hoe ouder de meeuwen worden, hoe meer dat bruin verdwijnt. Bij de jongen is de snavel donker en zijn de poten vleeskleurig.

Ze worden ongeveer 37-42 centimeter groot, ongeveer zo groot als een stadsduif. Ze zijn ongeveer 20 centimeter kleiner dan de zilvermeeuw. Hun gewicht bedraagt ongeveer 225-350 gram. Ze hebben een spanwijdte die 92 centimeter bedraagt. Ze lijken erg op de dwergmeeuw (in Nederland slechts een zeldzame broedvogel), de zwartkopmeeuw (een nog zeldzamere broedvogel), de vorkstaartmeeuw (een onregelmatige gast) en de reuzenzwartkopmeeuw (een vogel die nog maar één keer gesignaleerd is in Nederland). Ze hebben ook heel veel weg van de dunbekmeeuw, die ook een lichte voorvleugel heeft. De kokmeeuw heeft een levensverwachting van 10-15 jaar, maar kan ook meer dan 30 jaar oud worden

 

 

kokmeeuw-4

 

mijn eerste stappen in de vogelfotografie.