Ethiopia – de Hamar gemeenschap

De getrouwde vrouwen verrassen ons  met hun versierde tressen  ingesmeerd net als hun lichaam met een rode stof gemaakt van klei, fijngemalen rode steen en olie.  Een dozijn of meer koperen armbanden rond hun armen en dikke striemen op hun lichaam die ze zelf aangebracht hebben door in hun lichaam te snijden en de wond te verzorgen met as en houtskool. Naast de kleurige kralen halssnoeren dragen deze vrouwen één of meer dikke koperen ringen dikwijls met een ronde wig van ongeveer 10 cm lang die vooraan aan de keel vooruitsteekt. De uitstekende wig toont aan dat zij vrouw nummer één is. Deze metalen ringen kunnen niet meer verwijderd worden. In hun doorboorde oorlellen dragen ze metalen oorversieringen.

hamar-10

hamar-7

Lederen lappen worden gedragen als een soort rok en worden in hun middel vastgehouden door riemen versierd met Kauri schelpen (porseleinschelpen). De schelpen zijn makkelijk te doorboren en daardoor worden ze overal opgenaaid. Bijgeloof: voor hen zijn het ‘kwaad-afwerende’ schelpen.Niet alleen aan hun armen (polsen en bovenarmen) maar ook vlak onder de knie dragen ze een aantal metalen banden en ringen.

hamar-2

hamar-3

Jonge meisjes dragen meestal een hoofdbandje (bala) waaraan een heel licht metalen klep is vastgemaakt.

hamar-9

hamar-8

De mannen hebben ook lichaam decoraties maar minder pijnlijk. Zij kalken zichzelf met witte kalk pasta voor een dans of een ceremonie. De klei versieringen, een kapje,  op het hoofd van sommige mannen duidt aan dat ze in het laatste jaar een gevaarlijk dier hebben gedood. Het kapje is gemaakt door het insmeren van hun hoofd met verschillende kleuren klei die een prachtig effect heeft nadat de klei opgedroogd is. Andere mannen dragen een kleiner kapje met een struisvogelveer en bewijzen daardoor dat ze een vogel hebben afgeschoten.

hamar-1

hamar-6

De mannen slapen ‘s nachts met hun hoofd op een neksteun zodat hun kapsel niet zou breken. Ze behangen zich ook met oorbellen, kettingen, pols en bovenarmbanden. In hun lenden dragen ze als enige kledingstuk een lendendoek.

hamar-4

hamar-5

Je zal bijna nimmer of nooit een Hamar zien zonder neksteun, een mes of een Kalashnikov.

hamar

hamar-11

Ethiopia – de Hamar markt in Turmi

The Hamar hebben een populatie van ongeveer 35.000 mensen en bewonen een groot gedeelte van het oosten van de Omo Rivier tot Lake Chew Bahir. Zij spreken één van de unieke Omotic talen maar zij dragen ook een unieke selectie van lichaamdecoratie die het hele gamma van de Omo specialiteiten omvat behalve de kleiplaten.

Het zijn half-nomadische veetelers, hun leven draait rond het vee. Hun status en hun rijkdom hangt hieraan vast. De koeien worden soms met een scheermes bewerkt om decoratiemotieven te voorzien. Als de Hamar niet rondtrekken houden ze zich voornamelijk bezig met het telen van sorghum. Dit is een gewas dat op mais lijkt maar het heeft geen kolf met mais maar een pluim met zaad. Landbouw speelt nu een grotere rol in hun leven.

Hun woningen zijn spitsvormige hutten gemaakt van gevlochten takken.

dsc_6530

dsc_65311

dsc_6533

dsc_6560

dsc_6545

dsc_6568

dsc_6567

dsc_6566

dsc_6573

Ethiopia – wekelijkse markt in Turmi

Zoals alle wegen naar Rome leiden, leiden in het South Omo alle wegen naar het kleine stadje Turmi. Turmi is een Hamar stad en ligt op de kruising van de twee hoofdwegen die er in de regio lopen.

Van heinde en ver komt men wekelijks op maandag naar de markt in Turmi. Wij lopen samen met de stroom mensen mee die richting markt gaan. Van alle kanten komen kleurrijke mensen vandaan. Verschillende bevolkingsgroepen komen naar deze markt o.a. de Hamar, de Bashada, soms de Tsemay en de Banna. Hier en daar vind je ook nog een Konso. Sommige mensen moeten dagen wandelen vooraleer ze de markt bereiken.

dsc_6543

dsc_6544

dsc_6548

dsc_6549

dsc_6556

De vrouw met de rood gestreepte rok is een Konso vrouw.

Ethiopia – Tsemay: etnische groep

De etnische groep, de Tsemay, zijn dominant aanwezig in het dorp Weita dat op de route Konso – Jinka ligt. Zij zijn één van de minst gekende etnische groepen van Ethiopia.  Er wordt geschat dat ze met een 5.000 tal zijn.  Ze zijn deels boeren die gebruik maken van de overvloeiïngstechniek en vooral de gewassen mais en sorghum (tropisch gewas) kweken. Daarnaast fokken ze vooral runderen en hangen ze bijenkorven in de bomen voor de teelt van honing. Ze spreken een oost-Koesjitische taal die aanleunt bij de Konso-taal (andere etnische groep). Volgens mondelinge overdracht is dit de taal van waar hun origineel stamhoofd, Asasa, vandaan komt. Hun huidig stamhoofd leeft in de Tsemay hoofdstad, Ganda Bogolkila en claimt de negende plaats in lijn na Asasa. Er wordt verondersteld dat deze migratie heeft plaats gevonden tussen de 150 en 250 jaar geleden.

Nochtans is hun gedrag en kledingstijl gelijkaardig aan dat van de Omotic Aric stam. Politiek en spiritueel leunen ze dichter aan bij de Arbore stam, die een gelijkaardige taal spreekt  en van wie het territorium grenst aan de stad waar het stamhoofd van de Tsemay verblijft.

De Tsemay gaan frequent en openlijk een gemengd huwelijk aan met een lid van de Hamar stam waarvan het territorium grenst aan het hunne in het westen. Hun bestuur bestaat uit een ouderdomssysteem van 4 personen uit 4 generaties.

tsemay

tsemay-1

tsemay-4

tsemay-31

tsemay-2

bijenkorf

bijenkorf