ik moest en ik zou… black-headed gull (14 pic)

Ik besloot een bezoek te brengen aan het Vinne in Zoutleeuw. Misschien niet de beste tijd na de hevige regenval maar toch… De weg er naar toe was één modderpoel, ik schoot in de modder tot aan mijn enkels. Gelukkig had ik goede wandelschoenen aan die tegen een stootje kunnen maar toch om je evenwicht te behouden was het niet makkelijk.

kanttenstaarten
kattenstaarten

 

Hoe zou het pad erbij liggen? Het werd bijna volledig overdekt door het rietgras en het water reikte tot aan de rand.

 

pad
rietgras

 

rietgras

 

Ik kwam aan bij het tweede pad en kon al genieten van de eerste schoonheid. Hier en daar stond het pad een heel klein beetje onder water en ik hoopte stiekem dat het toch zou houden.

 

pad-4

 

gele plomp-2
gele plomp – yellow water-lily or brandy-bottle
gele plomp
gele plomp – yellow water-lily or brandy-bottle

 

Achter het bochtje op het pad zag ik mijn doel liggen: één van de kijkhutten. Ik wou de gele plomp, de waterlelies, de kikkers en de kokmeeuwen een bezoekje brengen.

 

kijkhut

 

Het water stond behoorlijk hoog, vond ik, voorzichtig zijn maar.

 

witte waterlelies

 

gele plomp veld

 

 

waterlelie-2


waterlelie


witte waterlelie

 

De kikkers lieten zich niet zien maar wel horen. Ze plonsden in het water telkens ik eraan kwam. Dat zal voor een volgende keer zijn.

De kokmeeuwen waren al van ver te horen en waren luid aan het “kweeerr-en”.

 

kokmeeuwen

 

kokmeeuw
kokmeeuw – black-headed gull

 

Wordt vervolgd.

yellow waterlily – gele plomp

gele plomp

 

 

This aquatic plant grows in shallow water and wetlands, with its roots in the sediment and its leaves floating on the water surface; it can grow in water up to 5 metres deep. It is usually found in shallower water than the white water lily, and often in beaver ponds. Since the flooded soils are deficient in oxygen, aerenchyma in the leaves and rhizome transport oxygen to the rhizome. Often there is mass flow from the young leaves into the rhizome, and out through the older leaves. The rhizomes are often consumed by muskrats. The flower is solitary, terminal, held above the water surface; it is hermaphrodite, 2–4 cm diameter, with five or six large bright yellow sepals and numerous small yellow petals largely concealed by the sepals. Flowering is from June to September, and pollination is entomophilous, by flies attracted to the alcoholic scent. The flower is followed by a green bottle-shaped fruit, containing numerous seeds which are dispersed by water currents. The species is less tolerant of water pollution than water-lilies in the genus Nymphaea.

 

De gele plomp (Nuphar lutea) is een algemeen voorkomende waterplant met drijvende bladeren uit de waterleliefamilie(Nymphaeaceae).

De gele plomp is een plant die zich met zijn wortelstok en via zaad verbreidt. In het eerste jaar heeft de plant veelal alleen bladeren die onder water blijven. Daarna komen de drijfbladen en in de zomer de gele bloemen die op grote boterbloemen lijken. De bloemen drijven niet op het water maar steken erbovenuit. De meeldraden weerkaatsen behalve geel ook ultraviolet licht, waardoor ze door bijen goed gevonden worden.

De driekantige steel bevat luchtkanalen, waarmee zuurstof dat vanuit huidmondjes op de drijvende bladeren wordt opgenomen naar de wortels wordt geleid. Sommige insectenlarven maken van de luchtkanalen gebruik om te ademen.

De gele plomp is de nationale plant van Friesland. Het blad (Fries: pompeblêd), maar dan in het rood, staat op de vlag.

De gele plomp groeit in dieper water en draagt bij aan de hoeveelheid zuurstof in het water. De plant heeft er behoefte aan dat de grond ongemoeid wordt gelaten.

De eetbare wortel bevat de stof nupharine, een giftige stof die teniet wordt gedaan door de wortel goed te koken.

De vrucht is groen en flesvormig en drijft aanvankelijk op het water. Later valt de buitenste schil van de vrucht en splijt deze open, waarna de zaden tevoorschijn komen. Deze zinken uiteindelijk naar de bodem.