Fietsen in tijden van – corona – cycling in times of

GISTEREN. Opgedragen aan de mensen die het wat moeilijker hebben. Een hart onder de riem.

Het is zondag, een coronazondag, weer een dag alleen. Ga ik de hele dag binnenzitten? Zin om te wandelen heb ik niet. Een leeg dorp, te ver te voet naar de natuur. Goed dan nemen we de fiets. Voor de tweede keer deze week haal ik hem van stal. Ik rij naar de Dijle en neem de Pater Damiaandijk, links vandaag, voor de eerste keer in mijn leven. Nieuwe natuur toont zich.

Hoog op de fiets en boven de Dijle waan ik me terug in mijn jeugdjaren, fietsen in de natuur, vrijheid… Goed ingepakt, dikke jas, handschoenen, sjaal en muts, de zon in de ogen, toch druppelt er een traan over mijn wangen, niet van verdriet maar van de koude. De zon schijnt, er staat een blauwe lucht maar de wind is strak en koud.

Ik ben om één uur gestart met mijn toertje. Nog niet het warmste moment, maar ik vreesde voor teveel volk als het later werd. Kwam al heel wat wandelaars en fietsers tegen maar wat wil je absoluut niet tegenkomen op zo’n pad?

  1. twee wielerterroristen naast mekaar die niet willen wijken
  2. een 15-jarige oen die een voetganger voorbij steekt, terwijl ik die voorbijsteek in de andere richting
  3. twee ruiters naast mekaar die niet willen wijken => even midden van de straat rijden (knipoog)
  4. door de bocht rijden terwijl er iemand op jouw gedeelte afkomt in de tegengestelde richting

Heel wat mensen houden zich wel aan de regels en we knikken, zeggen dag, lachen of zwaaien eens.

Na enkele kilometers rijd ik van de dijk af en ga nog wat kilometertjes rijden in een lus om terug thuis te geraken. Een aantal ervan zijn tegen wind. Jakkes dat is duwen, ook met een elektrisch paard. Mijn luchtwegen of longen doen pijn, de kou zet er zich op en plots denk ik terug aan dat onderzoek van meer dan 20 jaar terug, ja juist, ik heb een longwegvernauwing (verminderde capaciteit bij het uitblazen van de lucht). Moet hier ooit eens een anekdote over vertellen, misschien??? ja misschien *** Na een ritje van zo’n 12 km ben ik terug thuis.

Ik schenk mij een koffietje in en neem twee speculaasjes. Tijdens mijn tocht zag ik hele gezinnen zonnen op het terras. Zou ik ook kunnen zonnen op mijn terras? Ik trek naar buiten, vlei mij neer in mijn ligstoel (krijg maar geen rare gedachten 🙂 ) en kom er de twee volgende uren niet meer uit. Heb ik een boek bij? Neen helemaal niet. Alleen mezelf en de geluiden die ik kan opvangen, een overvliegend vliegtuig met coronapotentiëlen, cabrio’s, SUV’s, oldtimers, motards. Die vier laatsten hielden zich al helemaal niet meer aan de snelheidsregels want die bestaan niet meer in tijden van corona (let er maar eens op als je met de wagen gaat winkelen…) en waarom die allemaal onderweg waren? Ook voertuigen met vier of vijf personen, ouders met de kinderen. Moesten die ook niet thuis blijven?

Maar toch trek ik me terug in de stilte die af en toe neerdaalt, soms verblijdt door de kwetterende vogels.

Al een aantal dagen spookt de naam Gabriel García Márquez door mijn hoofd en denk ik aan zijn boeken honderd jaar eenzaamheid en liefde in tijden van cholera geschreven in de jaren 1967 en 1985.

EENZAAMHEID: jezelf oprollen van kop tot teen – copyright ikke 🙂