Natuurgebied Pommelsven (11 foto’s) 1/2

 

Samen met de Kruisheide blijft Pommelsven over als klein restant van een groot heidegebied dat zich in de achttiende eeuw uitstrekte van Bonheiden over Rijmenam en Keerbergen tot Tremelo. Het is eigendom van de gemeente en erkend als natuurreservaat.

 

 

Van de eens zo grote heide bleef na de ontsluiting van het landelijke Keerbergen enkel Kruisheide en Pommelsven over. Ze zijn van uitzonderlijk grote waarde omdat ze de laatste getuigen zijn van de oorspronkelijke en typische heidefauna en -flora. Onder impuls van Natuurpunt werd het in 1984 aangekocht door de gemeente. In 2000 werd het beschermd als landschap door een ministerieel besluit van de Vlaamse Gemeenschap. Tenslotte volgde in 2005 de erkenning als natuurreservaat.

 

elke foto is aanklikbaar om te vergroten – double click on a picture to enlarge

 

 

Wordt vervolgd

Advertisements

Arboretum Wespelaar (16 foto’s)

Ons rondje natuur was er dit jaar nog niet geweest. Dus trokken Fotorantje en ik naar het Arboretum van Wespelaar (Vlaams-Brabant).  De voorspelde 21° lagen wel wat hoger maar we vonden hier en daar schaduw en een bankje.

Het Arboretum Wespelaar, 20 hectare groot, is een gespecialiseerde collectie van struiken en bomen uit de hele wereld, die winterhard zijn in België. De collectie werd in 1985 gestart door Philippe de Spoelberch en wordt nu beheerd door de Stichting Arboretum Wespelaar.

Elk seizoen moet het Arboretum iets aantrekkelijks hebben. De zomer kan je hier en bij Fotorantje terugvinden. De lente wordt gesierd door de Magnolia’s en de herfst blijkbaar door de vele verschillende kleuren. Genoeg reden dus om nog eens terug te gaan.

 

dubbel klik op de foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

 

wespen-of tijgerspin – waspspider

 

Op een wandeling kwam ik deze spin tegen en wou zelf toch even weten welke ik ontmoet had. Na wat opzoekwerk ontdekte ik dit:

de naam ‘wespspin‘ heeft alles te maken met het uiterlijk; de spin kan niet steken en de beet is ongevaarlijk voor mensen.

De wespspin hangt altijd ondersteboven in het wielweb, dat te herkennen is aan de twee extra zigzag matjes die straalsgewijs vanuit het centrum zijn aangebracht. Deze worden het stabiliment genoemd. De exacte functie hiervan is niet precies bekend; zo zouden de witte banden insecten aantrekken door uv-licht te weerkaatsen, ook is geopperd dat door het stabiliment het web zichtbaarder is voor grotere landdieren, die er minder snel doorheen lopen en het web vernielen. Het stevige web kost de spin meer moeite om te bouwen dan soorten zonder stabiliment. Als een te zware prooi in het web terechtkomt, bijt de spin snel de draden door zodat de prooi niet het hele web vernielt. Het web wordt vanwege de voorkeur voor sprinkhanen dicht boven de grond tussen grashalmen en stengels gespannen.

 

 

The spider builds a spiral orb web at dawn or dusk, commonly in long grass a little above ground level, taking it approximately an hour. The prominent zigzag shape called the stabilimentum, or web decoration, featured at the centre of the orb is of uncertain function, though it may be to attract insects.

When a prey item is first caught in the web, Argiope bruennichi will quickly immobilise its prey by wrapping it in silk. The prey is then bitten and then injected with a paralysing venom and a protein-dissolving enzyme.

 

Bron: wikipedia

Bolloheide – heathland Bollo (10 pic’s)

Woensdagnamiddag een wandeling gemaakt over de Bolloheide. Dit natuurgebied werd in beheer gegeven aan Natuurpunt en zij proberen het heidelandschap te herstellen. Veel heide is er niet meer in onze regio.

 

 

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

 

De heide herstellen kan door bomen en struiken weg te halen (vooral de woekerende exoten), door de grassen te bestrijden (vooral dan het pijpenstrootje) en door de humuslaag weg te nemen door te plaggen.

Om niet constant te moeten maaien, snoeien en boomopslag te moeten uittrekken, kan op begrazing beroep worden gedaan. Uiteindelijk viel de keuze op Ouessant schapen. Zij behoren tot een van de kleinste schapenrassen maar zijn evenwel heel sterk omdat ze oorspronkelijk afkomstig zijn van barre streken. Ze vragen dan ook weinig verzorging en wat vooral belangrijk is,  ze kunnen tegen Amerikaanse vogelkers. Deze plant woekert zowat overal en wordt daarom ook wel bospest genoemd. Omdat ze blauwzuur bevat kunnen de meeste dieren ze niet eten.

Naast de schapen zet Natuurpunt ook geiten in, waaronder een oud geiten ras de Nederlandse Landgeit. Geiten kunnen immers hoger aan de twijgen en vaak zet de bok zich rechtop tegen een tak of boompje om zijn familie ervan te laten eten.

 

Juffer – damselfly

Juffers hebben een lang, dun achterlijf. In tegenstelling tot de echte libellen hebben de vleugels van juffers alle vier dezelfde vorm.

De vleugels worden in rust meestal langs of boven het achterlijf samengeklapt. De ogen zijn gevormd als een halve bol en zijn geplaatst aan de zijkanten van de kop. Bij juffers raken de ogen elkaar niet.

Damselflies are insects of the suborder Zygoptera in the order Odonata. They are similar to dragonflies, which constitute the other odonatan suborder, Anisoptera, but are smaller, have slimmer bodies, and most species fold the wings along the body when at rest. An ancient group, damselflies have existed since at least the Lower Permian, and are found on every continent except Antarctica.

Bron: Wikipedia – 🦋 stichting.nl

Oranje zandoogje – gatekeeper (butterfly)

Hoe kan je het oranje zandoogje herkennen?

  • Zandoogjes zijn middelgrote vlinders die hun naam danken aan zwarte vlekken met witte kern (‘oogjes’) die ze vertonen. Bij het oranje zandoogje zie je die vlek nabij de punt van de voorvleugel.
  • Het oranje zandoogje heeft een spanwijdte van 35 tot 44 mm.
  • Het oranje zandoogje heeft zowel op de voor- als op de achtervleugel een grote oranje zone. De vleugels hebben een brede bruine rand.
  • Een veelgehoord kenmerk is de zwarte oogvlek: die heeft bij het oranje zandoogje doorgaans twee witte kernen; bij het bruin zandoogje is dat er maar één. Dit kenmerk is niet waterdicht: geregeld kom je uitzonderingen tegen.
  • Het beste kenmerk zijn de vlekjes op de onderzijde van de achtervleugel (te zien wanneer de vlinder zijn vleugels gesloten houdt). Bij het oranje zandoogje zie je er enkele kleine witte vlekjes. Bij het bruin zandoogje zijn er enkele minuscule zwarte vlekjes of ontbreken vlekjes volledig.
  • Bron: natuurpunt

It is a member of the subfamily Satyrinae in the family Nymphalidae. A similar species is the meadow brown; the two species can be difficult to distinguish with closed wings, since the underwing markings are very similar. However, the gatekeeper tends to rest with its wings open, whereas the meadow brown usually rests with its wings closed. The gatekeeper is also smaller and more orange than the meadow brown and has double pupils on its eyespots.

Bron: Wikipedia

Langs de dijk – walking along the dyke – Lier (meerdere foto’s)

Gisteren een stukje langs de dijk in Lier gewandeld. Ik ben gestart aan het teloorgegane S.K. Lierse een Belgische voetbalclub opgericht maart 1906 tot en met mei 2018 (faillissement).

Aan de frituur ‘t Kockske ben ik omhoog gewandeld naar de dijk tot aan de spoorwegbrug. De bloemen tierden er weelderig.

Vervolgens ben ik op mijn stappen teruggekomen en richting Emblem gewandeld.

Jammer, rust heerst er niet meer en binnenkort nog minder als al deze gebouwen gaan bewoond worden. De bouwwoede heeft toegeslagen.

Toch is er op de dijk nog heel wat te genieten van flora en fauna. En er is een dijk langs elke kant van het water!

Dacht dat het haventje van Emblem verder was en ben dus maar de dijk naar beneden gegaan via de Rivierstraat. Op mijn weg naar de parking kwam ik nog voorbij de Sint Jozef en Bernarduskerk. Even een kijkje genomen.

En dan ben ik nog ergens op een mooi plekje een koffietje gaan drinken 🙂

 

Dubbel klik op een foto om te vergroten – double click on a picture to enlarge

groene stinkwants of schildwants – green shield bug

 

nimf – nymph

De groene schildwants (Palomena prasina), ook wel groene stinkwants, stinkwants of groene wants, is een insect uit de onderorde wantsen en de familie schildwantsen (Pentatomidae).

De wants dankt het eerste deel van zijn naam aan de groene kleur, alleen de punten van de vleugels aan de achterzijde van het lichaam zijn bruin. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants echter geheel bruin om in de lente weer groen te worden. Het tweede deel van de naam, stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De wants is algemeen in grote delen van Europa en komt ook in België en Nederland algemeen voor en kan plaatselijk erg talrijk zijn.

De wants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische ‘wantsengeur’. Vooral de hazelaar is een belangrijke voedselplant, door de aangebrachte schade wordt de soort als een plaaginsect gezien. De jonge wantsen worden nimfen genoemd en ze lijken meer op kevers dan op wantsen door het ronde en bolle lichaam.

 

***

In Europe, the bright green shield bugs appear in April or May, having hibernated as imagos during the winter. They fatten for a month and then mate in June. The imago’s coloration changes over the summer months from green to greenish browns even bronze, after which the life cycle will end. Mating is back-to-back. The female lays her eggs in hexagonal batches of 25 to 30, and a single female will lay three to four batches. After the eggs hatch, the green shield bug enter a larval stage (which is really their first nymphal stage) where, in general, they remain together in sibling communities. This is made possible by the excretion of an aggregation pheromone. In case of danger, another pheromone is released which causes dispersal. The larval stage is followed by four more nymphal stages as well as moulting between each one. The green shield bug displays different colouration during each nymphal stage, light brown, black or green-black, and in the final stage, the imago, is bright green with short wings. Usually the imago stage is reached in September, with hibernation occurring in November.

 

de warmste dag van het jaar: boomkikkers spotten – the hottest day of the Year: spotting European tree frogs

Op de warmste dag van het jaar trok ik er ‘s morgens vroeg op uit (wegens niet kunnen slapen) om eens te kijken of er al terug boomkikkers zijn. Om 8 u had ik al enkele exemplaren gevonden wat wel heel vroeg in de morgen is voor deze beestjes om al in de bomen te zitten zonnen (het zijn zonnekloppers hé). Ze zijn nog behoorlijk klein ca. 2 cm, hun normale lichaamslengte is 4 tot 5 cm (behalve onderstaand exemplaar, is zeker nog een overschot van vorig jaar 🙂 ). De kleine exemplaren komen ook nog aan bod in een volgend logje.

Deze boomkikkers zijn de enige soort in BE en NL en hun levenskwaliteit wordt bedreigd door menselijke activiteiten. Ik probeer ze niet te storen, zeker niet aankomen of opnemen.

Onderstaande foto is genomen met een Nikon D810 en een nikkor 100 mm macro

En dit is dezelfde kikker, een foto genomen met een Sony RX10III telelens

Wat macro en tele al niet doen met het uitzicht!

koolwitje op de lavendel – butterfly

 

 

Koolwitjes zijn witte, middelgrote vlinders met een beperkte zwarte tekening op de vleugels.

Van de drie soorten is het groot koolwitje de grootste: die heeft een spanwijdte van ca. 65 mm. Bij het klein koolwitje bedraagt die spanwijdte 45-55 mm. Het klein geaderd witje is nog net wat kleiner, met een spanwijdte die hooguit 45mm bedraagt.

Welk is dit? Ik weet het niet…