Ha’penny Bridge

Dublin-6919

 

The Ha’penny Bridge (Irish: Droichead na Leathphingine, or Droichead na Life), known later for a time as the Penny Ha’penny Bridge, and officially the Liffey Bridge, is a pedestrian bridge built in 1816 over the River Liffey in Dublin, Ireland. Made of cast iron, the bridge was cast at Coalbrookdale in Shropshire, England.

Before the Ha’penny Bridge was built there were seven ferries, operated by a William Walsh, across the Liffey. The ferries were in a bad condition and Walsh was informed that he had to either fix them or build a bridge. Walsh chose the latter option and was granted the right to extract a ha’penny toll from anyone crossing it for 100 years. Initially the toll charge was based, not on the cost of construction, but to match the charges levied by the ferries it replaced. A further condition of construction was that, if the citizens of Dublin found the bridge and toll to be “objectionable” within its first year of operation, it was to be removed at no cost to the city.

The toll was increased for a time to a Penny Ha’penny (one and a half pence), but was eventually dropped in 1919. While the toll was in operation, there were turnstiles at either end of the bridge.

 −

De Ha’penny Bridge (Iers: Droichead na Leathphingine) is een voetgangersbrug over de Liffey in Dublin, die ook tijdelijk de Penny Ha’penny heeft geheten, officieel is het de Liffey Bridge. De brug is gebouwd in 1816 en gemaakt van gietijzer, dat geproduceerd is in Coalbrookdale, Shropshire.

Voordat de brug werd gebouwd voeren er zeven veerboten over de Liffey. Het bedrijf werd geëxploiteerd door een zekere William Walsh. De boten verkeerden echter in een slechte staat, en Walsh werd medegedeeld dat hij ofwel de boten moest repareren, ofwel een brug moest bouwen. Walsh koos voor de laatste optie en hem werd het recht verschaft om een halve penny (ha’penny) tol te vragen aan iedere voetganger die de brug over wilde steken. De hoogte van de tol was in eerste instantie niet gebaseerd op de bouwkosten van de brug, maar op de prijs die men moest betalen om over te varen met de veerboten, welks plaats de brug had ingenomen. Een andere voorwaarde voor het bouwen van de brug was dat als de inwoners van Dublin de brug en de tol tegenstond in het eerste jaar na de oplevering, Walsh de brug op eigen kosten moest afbreken.

De tolprijs werd verhoogd naar een Penny Ha’penny (anderhalve pence), maar werd uiteindelijk geheel afgeschaft. In de periode dat er tol geheven werd, stond er aan weerskanten van de brug een hefboom.